Euthanasie demente vrouw was juist wel zorgvuldig

Een toetsingscommissie kijkt naar de wet. De euthanasie van een demente vrouw heette terecht ‘zorgvuldig’, stellen Guy Widdershoven en Ron Berghmans.

Onlangs is in Nederland het eerste geval van euthanasie bij een patiënt met gevorderde dementie gemeld. De toetsingscommissie heeft de melding als zorgvuldig beoordeeld. Dit heeft veel stof doen opwaaien. Een reconstructie in NRC Handelsblad (4 februari) liet zien dat de patiënt haar wens niet meer kon herhalen. Critici menen dat de toetsingscommissie niet tot deze conclusie had kunnen komen.

Euthanasie is in Nederland strafbaar. Artsen die zich aan de wettelijk vastgelegde zorgvuldigheidseisen houden, worden van straf uitgezonderd. Zo moet de arts ervan overtuigd zijn dat sprake is van een duurzaam en weloverwogen verzoek. Hij moet meermalen met de patiënt besproken hebben dat deze in bepaalde omstandigheden niet verder wil leven. De patiënt moet inzicht hebben in wat die omstandigheden betekenen. Denk aan mensen die zeggen later nooit in een rolstoel te willen eindigen, maar die zich, als het zover is, aanpassen en blij zijn nog te leven.

Bij dementie ligt dat anders. Voor velen is dementie een schrikbeeld waarvan de ernst niet afneemt wanner men het daadwerkelijk meemaakt, maar juist erger wordt. Daarom is euthanasie bij vroege dementie, waarvan inmiddels meerdere gevallen per jaar zijn, acceptabel.

Het verzoek kan vervangen worden door een eerdere wilsverklaring als de patiënt zo achteruit is gegaan dat deze het verzoek niet meer kan herhalen. De toetsingscommissies hebben gevallen van patiënten in semicomateuze toestand met een wilsverklaring, die zich niet meer konden uiten maar zichtbaar leden, op die grond goedgekeurd. Vereist is dat de toestand waar de wilsverklaring naar verwijst, zich feitelijk voordoet en dat de patiënt zijn mening niet heeft veranderd.

Is dat hier van toepassing? Van belang is de mate van continuïteit tussen de eerder geformuleerde wens en de manier waarop de patiënt zich in latere stadia uit. Soms verdwijnt de wens: de patiënt verwijst er niet meer naar en lijkt niet zichtbaar meer te lijden onder het vooruitzicht van verdere aftakeling. Het is echter ook denkbaar dat de patiënt te kennen blijft geven dat dementie verschrikkelijk is. Bij de vrouw in kwestie is sprake van continuïteit. Ze geeft voortdurend te kennen dat ze ongelukkig is met haar dementie. In zo’n situatie doet men haar onrecht door te veronderstellen dat de wilsverklaring niet langer zou gelden.

Wat te zeggen van het afwerende gedrag dat de vrouw vertoonde toen de euthanasie werd toegepast? Als de huisarts „zijn slapende patiënt prikt, biedt zij weerstand”, zo staat in de NRC-reconstructie. Het is niet ongebruikelijk dat een pijnprikkel weerstand oproept. Dit opvatten als herroeping van de vroegere wil is wel erg kort door de bocht.

De tweede zorgvuldigheidseis is dat de arts overtuigd moet zijn van de uitzichtloosheid en de ondraaglijkheid van het lijden. In het geval van dementie is zonder meer sprake van uitzichtloosheid: het is een progressieve, ongeneeslijke ziekte. Was opname in een verpleeghuis in dit geval een alternatieve optie? De patiënte wees deze mogelijkheid als schrikbeeld tot het laatst toe van de hand. Ook van ondraaglijkheid van het lijden lijkt tot het einde toe sprake, getuige haar uitingen.

Een derde belangrijke zorgvuldigheidseis is consultatie door een onafhankelijke arts. Deze moet de patiënt zien en het verzoek en het lijden beoordelen. Het is niet verplicht een geregistreerd SCEN-arts te vragen, ook niet volgens de dienstlijst, en de arts mag verstandig genoeg geacht worden om geen consultatie te doen als hij niet objectief kan oordelen. Het komt zo nu en dan voor dat een consulent negatief adviseert. In dat geval is het raadzaam een tweede consult in te roepen, hetzij van dezelfde consulent (als de situatie is gewijzigd), hetzij van een andere (als de arts overweegt het advies van de eerste consulent niet te volgen).

Had de toetsingscommissie de zaak even grondig moeten onderzoeken als deze krant? De rol van juridische toetsing is anders dan die van journalistiek onderzoek. Aan een juridisch oordeel kleven directe consequenties voor de betrokkene, in dit geval de arts. Daarom dient de wet hier als uitgangspunt te worden gehanteerd. Het juridisch oordeel dient uit te gaan van onschuld, tot het tegendeel blijkt.

Het is alleszins te billijken dat de toetsingscommissie tot de uitspraak ‘zorgvuldig’ kwam. Zelfs als de toetsingscommissie de beschikking had gehad over de bevindingen van NRC, had dat geen aanleiding hoeven zijn om de situatie anders te beoordelen. De wilsverklaring kon in de gegeven situatie het actuele verzoek vervangen. Ook ten aanzien van het lijden en de raadpleging van de SCEN-arts is een positief oordeel verdedigbaar. De werkwijze van de toetsingscommissie betitelen als onzorgvuldig is onheus en oncollegiaal.

Guy Widdershoven is hoogleraar filosofie en geschiedenis van de geneeskunde aan het VUMC te Amsterdam. Ron Berghmans is universitair docent gezondheidsethiek aan Maastricht University.

    • Guy Widdershoven
    • Ron Berghmans