Eindelijk een man die niet weet wie papa is

Anne Wiazemsky: Kind van een oorlog. Vertaald uit het Frans door Liesbeth van Nes. Meulenhoff, 238 blz. €19,95

Het omslag van Kind van een oorlog stelt de lezer voor een raadsel. Onder de titel lezen we: ‘Het waargebeurde verhaal van een onmogelijke liefde na een allesverwoestende oorlog.’ En meteen daaronder: ‘Roman’. Deze tegenspraak zou diepzinnig kunnen zijn, verwijzend naar de onvermijdelijke vervalsing van de feiten zodra je erover gaat schrijven; maar ik ben bang dat de uitgever gewoon op twee paarden tegelijk wilde wedden.

Hoofdpersoon Claire is de dochter van de Franse schrijver en Nobelprijswinnaar François Mauriac. Door die beroemde achternaam voelt ze zich onvrij, en ook door haar uitgestippelde toekomst: ze zal trouwen met de deugdzame Patrice. Ze ‘stelt zich haar toekomstige kinderen voor, de regelmatige bezoekjes aan haar ouders, de vakanties in hun huizen op het platteland.’ Claire krijgt al migraine bij het idee.

Gelukkig bevindt Patrice zich nu nog op veilige afstand, als krijgsgevangene in Duitsland. Het is namelijk 1944, en in haar werk als ambulancechauffeur bij het Franse Rode Kruis vindt Claire een zekere verlossing: haar werk is moeilijk maar zinvol, en voor het eerst ‘voelt ze dat ze leeft’.

Na de oorlog kan ze zich onmogelijk voegen in de rol die men in Parijs van haar verwacht, ze verbreekt de verloving met Patrice en vertrekt met het Rode Kruis naar het verwoeste Berlijn. Opnieuw put ze voldoening uit een zware taak – het repatriëren van (gewonde, zieke) Fransen die eerst door de Duitsers en daarna door de Sovjets in kampen zijn opgesloten – en ze geniet van de vrijheid.

Ze ontmoet Yvan Wiazemsky, charmant, energiek, een tot Fransman genaturaliseerde Russische vorst; het allermooiste is dat hij nog nooit van haar vader heeft gehoord. Ze zijn meteen verliefd, trouwen en krijgen hun eerste kind.

Dat kind is Anne Wiazemsky (1947), kleindochter van François Mauriac, actrice en bekroond schrijfster, die voor dit boek de ontmoeting van haar ouders in Berlijn reconstrueerde.

Ook al zijn de gepresenteerde brieven en dagboekfragmenten waarschijnlijk niet authentiek, samen met de verbindende tekst verwijzen ze, met naam en toenaam, naar de historische werkelijkheid. Zonder dat beroep op de werkelijkheid zou dit boek, denk ik, ook niet zijn verschenen, laat staan vertaald.

Als het fictie was, zou je de auteur kunnen verwijten dat het verhaal zo dun is, en haar hoofdpersoon zo klagerig en oppervlakkig. Maar omdat Anne Wiazemsky gebonden was aan de feiten, kun je haar hooguit haar vlakke manier van vertellen aanrekenen.

Die tekortkoming hoeft een verkoopsucces overigens niet in de weg te staan, want Kind van een oorlog is voorzien van het ultieme keurmerk: het echte leven heeft voor akkoord getekend.

    • Marco Kamphuis