Een vriend verloren

Heel treurig hoe de gewezen PSV-bobo Harry van Raaij publiekslieveling Mark van Bommmel in de intimiteit van een telefoontje schoffeerde. Maar zo is Harry dus: lachebekje voor het ereterras, maar laat een regionale krant komen en hij steekt de fik in zijn geliefde club. De ruïne PSV kan hem niet groot genoeg zijn. En dan mag hij in het Eindhovens Dagblad graag jongleren met de inner circle van zijn leven.

De wraak van provincialen is ongekend.

Harry van Raaij heeft jarenlang een schim van zichzelf gecreëerd. Boekhouder pur sang die helemaal niets had met de hooggestemde kak van business seats. Gewoon een openluchtdictator, verslingerd aan geld en materie tot in de ingewanden. Herkenbaar, aanraakbaar. Lichtjes stotterend zelfs.

Man om de hoek op een fiets met prei.

Harry van Raaij was altijd de leugen van PSV. Dat weet Mark van Bommel nu ook. Maar ziet hij ook de consequentie van het demasqué? Niet alleen Van Raaij, heel PSV is een constructie van de verbeelding. En altijd in het rood.

En maar lachen. En maar snert en later cake. En ook nog een paar lichtzinnige dames als pousse-café. Ik zou ze zo kunnen noemen, bestuurders en spelers die na de wedstrijd alleen nog in het behang van dames van Dior gingen hangen.

PSV: de Kennemer Golf Club, maar dan in Brabant. Met nietszeggende cornervlaggen.

Tot Guus Hiddink kwam, met zijn wereldse praatjes. Ineens mocht PSV van de wereld zijn: Hilton, Monaco , de Malediven. Guus raspte het gezellige thuisfront open tot wereldmacht. De transformatie was een heuse cultuurclash – niet iedereen kon mee, de geboren boekhouder Harry van Raaij al helemaal niet.

Guus, eens Harleynozem in Doetinchem, was burger geworden en dat mocht iedereen zien.

Guus.

Straks staat hij in Dagestan voor de ronde som van tien miljoen euro op een trainingsveldje. Gewezen Superboer technisch directeur van Anzhi Makhachkala. Beursfonds in zijn eentje.

Dat je het nog wil na alle miljoenencontracten die hij heeft geïncasseerd. Maestro zijn in een steppe. En maar hoog opgeven over moraal en mensenrechten en poen pakken. Want je rijdt niet voor niets met een Harley door het land van Maas en Waal.

Waar is mijn Guus?

Bestaat hij nog? Of is hij de nog slimmere persoonsontdubbeling van Harry van Raaij? Orakel uit de onderbuik, maar verder bezeten door woekerwinst, afgunst en rancune.

Het is niet de Guus die ik ken. Wel hebberig en zuinig, wel surfend op groot kapitaal van anderen, maar niet dat je denkt aan een bloedzuiger. Immer beminnelijke parvenu uit Doetinchem.

Vader aller voetbalzonen.

Maar straks loopt hij dus door Dagestan als hangpop van een rijke Rus. Met misprijzen zal hij neerkijken op PSV als enclave van bosschages en zwervend afval. Maar moest hij daarom naar Rusland gaan? Bij De Graafschap zou hij zijn ecologische ontroeringen ook wel kwijt kunnen. En dan kon hij prachtig blijven wonen in Amsterdam.

Guus en kapitalisme: ik heb altijd gedacht dat het vloekte. Toch niet dus. Ook deze soixante-huitard is nu gebeten door geld en roem en wufte dames uit Dagestan.

Zou er nog voetbal zonder marketing zijn?

Zolang ik Guus heb gekend dacht ik dat het kon. Maar ineens was hij weg, niet meer grijpbaar voor een grapje en een lach. Het grote geld had toegeslagen. Ik heb niets tegen Europa en ook niets tegen het kapitalisme, maar dat ze mij mijn grote vriend hebben ontstolen doet pijn. Misschien kan Mark van Bommel dat nog rechtzetten.

    • Hugo Camps