'Een oordeel over mij laat ik aan de Kamer over'

Minister Schultz heeft te weinig te zeggen over het spoor, bleek gisteren uit een kritisch rapport. Zelf ziet ze dat ook graag anders.

Nederland, Den Haag, 16-2-2012. Foto Maarten Hartman. Tweede Kamer. Minister Schultz Verhagen overlegt met haar voorlichters in de vergaderzaal na afloop van het denat over Nederlandse Spoorwegen en Prorail.

Minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur, VVD) is een incidentenminister, heeft geen toekomstvisie, is alleen bezig met besparingen op de korte termijn, neemt besluiten zonder deugdelijke informatie, en informeert de Kamer onvoldoende. Dat zegt de onderzoekscommissie Spoor van de Tweede Kamer in haar zeer kritische rapport over de spoorsector, dat gisteren werd gepresenteerd.

U krijgt nogal wat op uw bord. Het lijkt wel een motie van wantrouwen.

Schultz: „De kwalificaties laat ik aan de commissie. Ik reageer alleen op de inhoud van het rapport. Ik heb het omarmd. Er staan waardevolle suggesties in. We moeten bekijken welke problemen we kunnen tackelen en welke niet.”

En de kritiek op uzelf dan?

„Dit is een onderzoek van de commissie dat is aangeboden aan de Tweede Kamer. Een oordeel laat ik aan de Kamer over.”

Het rapport stelt dat onderhoudsbudget voor het spoor is opgegaan aan andere zaken, zoals wegen en tegenvallers van de hsl. Mag dat zomaar?

„Er gaat géén geld van spoor naar de weg. Soms wordt geld tijdelijk overgeheveld van spoor naar wegen als daar een project sneller gaat en een spoorproject vertraging oploopt. Maar dat geld komt altijd terug. Geld dat voor spoor is bedoeld, blijft bij het spoor. Die ongerustheid wil ik echt wegnemen.”

De commissie heeft „ernstige zorgen” over de kwaliteit van het spoor en de risico’s voor de veiligheid op langere termijn.

„We hebben internationaal gezien een goed spoor. Dat moeten we behouden, en ik denk dat dat met de huidige middelen kan. De veiligheid moet altijd op orde zijn. Vooralsnog zie ik geen aanleiding dingen anders te doen.”

U heeft ook geen langetermijnvisie...

„We zijn bezig met het Programma Hoogfrequent Spoor, waardoor treinen als een soort metrodienst kunnen rijden, elke tien minuten een trein. Daar steken we 4,5 miljard euro in. Daar ligt een toekomstvisie aan ten grondslag.”

En u heeft te weinig regie...

„Ik heb minder sturingsmogelijkheden dan ik zou willen. Daar zit ik zelf ook mee. Ik word ter verantwoording geroepen door de Kamer, dus dan wil je er ook dicht op kunnen zitten. Maar dat zit ik nu niet. We hebben concessies die tien jaar lopen, dat zijn indirecte afspraken. Als er dingen fout gaan tussentijds, kan je alleen maar kijken welke strafmogelijkheden er in het contract staan. Mijn grip moet groter worden.”

Hoe gaat u dat doen?

„Ik ga met NS en ProRail aparte afspraken maken, vóóraf, over bijvoorbeeld maatregelen tegen het winterweer en het veiligheidssysteem ERTMS. Zodat we niet alleen achteraf kunnen controleren hoe het is gegaan. Ik zit niet in de trein, ik ga niet over de wissels, maar ik wil wel aan de knoppen kunnen zitten.”

De commissie ziet er wel wat in om ProRail terug te halen naar de overheid, als een soort Rijkswaterstaat.

„Ik sta altijd open voor discussies over de sturing. Maar dit is geen oplossing voor alle problemen die we nu hebben.”

Intussen bent u weer de hele week beziggeweest met het spoor.

„Ik hoop dat we eindelijk wat meer rust in dit dossier krijgen. Er is veel maatschappelijke onrust. Het is tijd met elkaar te gaan werken aan een beter imago van het spoor.”