Een gezondere koe voor één cent meer

Melkveehouder Romijn stoort zich aan de confronterende advertenties van Wakker Dier. Dat vindt dat de hoge melkproductie de dieren kwetsbaar maakt.

langerak boer romijn vs wakker dier foto rien zilvold

Bij wijze van openingszet haalt de dierenrechtenactivist Sjoerd van de Wouw twee pakken melk en een fles water uit zijn tas. „Kijk, dit is waar het om gaat” zegt hij met een zachte stem. Hij zet de literpakken melk en het water naast elkaar. Voor de liter gewone melk heeft hij 54 cent betaald in de supermarkt, voor het halve litertje Spa blauw 34 cent. Omgerekend is een liter water dus duurder dan een liter melk dankzij de ‘toegevoegde waarde’: water wordt door de consument geassocieerd met begrippen als gezond, slank, natuur. En daar wil de consument best wat meer voor betalen.

Het literpak biologische melk dat Van de Wouw heeft meegebracht kost 89 cent. Ook voor ‘biologisch’ kan de supermarkt meer geld vragen.

Maar voor de melk die de 90 koeien van Kees Romijn produceren geldt dat niet. Zijn melk is gewone, gangbare melk. Ook al lopen zijn koeien ’s zomers in de wei en staan ze ’s winters in een ruime, lichte stal. Romijn heeft de afgelopen jaren tonnen geld in zijn bedrijf geïnvesteerd om een zo goed mogelijk product te kunnen maken.

Dat was ook de reden dat hij echt boos werd toen hij begin dit jaar in deze krant een grote advertentie van dierenrechtenorganisatie Wakker Dier aantrof waarop, onder de kop ‘evolutie van de kiloknaller’ de verwording van de koe was afgebeeld, van oerkoe tot het stamboekvee dat nu in zijn stal staat. Het laatste plaatje laat een koe zien die zulke grote uiers heeft dat ze zich nauwelijks meer kan bewegen. „Een overbelaste melkfabriek met vaak pijnlijke poten en ontstoken uiers”, zegt de advertentie.

Maar dat liet de melkveehouder niet over zijn kant gaan. „Alsof we om economische redenen de laatste druppel melk uit de koe zouden willen persen.” De partijen zitten vandaag tegenover elkaar aan de keukentafel van Kees Romijn in Langerak, vlak ten zuiden van de Lek. Romijn heeft een bedrijf van 55 hectare (40 hectare eigendom, de rest huurt hij) met 90 melkkoeien die gemiddeld 25 kilo melk (de melkveehouderij meet in kilo’s in plaats van liters) per dag leveren en 70 stuks kleinvee. Hij spreekt niet alleen namens zichzelf: Romijn is ook voorzitter van de vakgroep melkveehouderij van LTO, de belangenorganisatie van boeren en tuinders.

Aan de andere kant van de tafel zit Sjoerd van de Wouw, bioloog en dierenrechtenactivist van het eerste uur. In 1992 was hij medeoprichter van de Vereniging Milieu-Offensief. Op dit moment is hij een van de drijvende krachten achter de stichting Wakker Dier.

De sfeer is behoedzaam, maar niet vijandig. In het gesprek dat volgt zullen de boer en de dierenrechtenactivist elkaar regelmatig betwisten, maar ook begrip tonen. En het uiteindelijk eens worden. Wie bepaalt de grenzen van de melkveehouderij? De natuur? De techniek? De maatschappij?

Romijn betoogt dat hij als boer heel goed weet wat hij doet. Hij kan alleen melk verkopen als hij een goed product op de markt brengt en dat betekent dat hij er belang bij heeft om koeien gezond te houden en zo lang mogelijk te laten leven. Niet om alleen meer melk te produceren.

Maar de feiten zeggen iets anders, reageert Van de Wouw meteen. Hij zal de cijfers nog een aantal keer herhalen in het gesprek: volgens een rapport van de Europese Voedselveiligheidautoriteit (EFSA) heeft 70 procent van het melkvee in Europa last van klauwontstekingen en 25 procent loopt rond met ontstoken uiers. „Een vrouw die borstontsteking gehad heeft, weet precies hoe pijnlijk dat kan zijn.”

De klauwontstekingen zijn het gevolg van het feit dat koeien minder in de wei staan en hun tijd voornamelijk doorbrengen op betonnen vloeren in de stal. Daar is de kans groter dat ze ontstekingen in de hoeven krijgen. De ontstoken uiers, mastitis, komen volgens Van de Wouw doordat de melkkoeien ‘topsport’ moeten bedrijven omdat de melkproductie almaar verder wordt opgevoerd.

Romijn bestrijdt dat schaalvergroting in de melkveehouderij direct tot misstanden leidt. Hij neemt zijn opponent mee naar de stal waar een melkrobot staat, een investering van 200.000 euro. Het is een ingenieuze machine waar de koeien zichzelf melden, gedreven door druk op de uier en gelokt door brokjes.

Midden overdag lopen de meeste koeien wat rond in de grote lichte stal, sommige liggen in hun ligbox. Voor de melkrobot staan een paar koeien gelaten te wachten tot ze aan de beurt zijn. Zodra de robot vrij is, sjokt de volgende koe naar binnen.

Als de koe niet meteen door de robot wordt teruggestuurd omdat ze nog niet aan de beurt is (de robot ziet erop toe dat er voldoende tijd zit tussen de melkbeurten), treedt het apparaat in werking. Terwijl de koe zich tegoed doet aan veebrokjes, wordt de uier flink geborsteld. Vervolgens wordt de melkmachine met een rood laserstraaltje precies op de goede plek gebracht en begint het melken. De robot maakt meteen zijn eerste analyse om te bepalen wat de kwaliteit van de melk is, of om alarm te slaan als er sporen van ziekte zijn.

Romijn zegt dat hij met dit systeem het hele proces goed in de gaten kan houden. Dat is ook zo, beaamt de dierenrechtenactivist, maar het probleem ligt volgens hem elders: bij de hoge melkproductie die de dieren kwetsbaar maakt. „Misschien zie jij dat gewoon niet meer, Kees?”

Maar Kees Romijn geeft geen krimp. Schaalvergroting hoeft op zich geen probleem te zijn, zolang de melkveehouder zijn bedrijf goed runt, stelt hij. En dat betekent regelmatig ‘nagels knippen’ zodat de koeien minder kans hebben op klauwontsteking; zorgen dat de ligboxen goed schoon zijn zodat de koeien daar geen uierontsteking oplopen; zo min mogelijk antibiotica gebruiken om te voorkomen dat er resistentie optreedt. „Vergeet niet dat we een band hebben met deze dieren. We hebben ze zelf groot gebracht en uit de sloot gehaald als dat nodig was.” De boer laat zich niet zomaar wegzetten als dierenbeul.

Hij brengt het gesprek op weidegang, een ander omstreden onderwerp. Volgens Wakker Dier staan er steeds minder koeien in de wei en krijgen ze steeds minder ruwvoer zoals gras en steeds meer krachtvoer. Maar ook dat bestrijdt Romijn: zijn koeien gaan naar buiten zodra het kan in de drassige polder en verder krijgen ze een afgemeten rantsoen van vijf delen ruwvoer op een deel krachtvoer. En Romijn is geen uitzondering. Zeker 75 procent van de melk in Nederland wordt geproduceerd door ‘weidende’ koeien. Dat wil zeggen koeien die minstens 120 dagen per jaar zes uur per dag in de wei staan. Weidegang geeft de melk toegevoegde waarde.

De melkveehouder pleit voor een bonus op weidegang, een stimulans om het nog beter te doen, want „we doen het echt niet slecht”. „Nee”, stelt Van de Wouw hem gerust, „jullie doen het ook niet slecht, zeker niet vergeleken met varkens- en kippenboeren. De kiloknaller-campagne van vorig jaar was vooral gericht tegen kippen- en varkenshouders, geeft hij toe. Was de campagne tegen het melkvee dan niet een beetje erg aangezet? „Nou ja, een beetje misschien, maar dat doen we vaker om een punt te maken.”

En dan blijken de melkveehouder en Wakker Dier het eigenlijk helemaal eens te zijn: de consument moet gaan betalen voor de koe in de wei. „Het is letterlijk een centenkwestie”, concludeert Van de Wouw. Een enkele cent kan al een groot verschil maken. Met de 800.000 liter melk die Romijn jaarlijks produceert kan dat net het verschil beteken tussen een betonnen vloer in de stal of een rubberen vloer, rekent de melkveehouder uit. Wat de melkveehouder en de dierenrechtenactivist betreft is nu de maatschappij aan zet.

Renée Postma

    • Renée Postma