Dit is de toekomst

Het is een experiment dat lijkt te werken: door het samenvoegen van vmbo en mbo daalt de schooluitval.

Redacteur Onderwijs

Bleiswijk. In de lerarenkamer ligt Pluis vredig te snorren op de vensterbank. „Onze schoolkat”, grijnst adjunct-directeur André Molenaar van de Melanchthon Business School (MBS) in Bleiswijk. Normaal gesproken houdt het dier zich op in of rondom een van de tochtige werkplaatsen van de (v)mbo-school. „Maar hij is binnen ook welkom.”

Niet alleen dieren, ook leerlingen zijn gebaat bij een warme en een gastvrije omgeving. Zeker jongeren in het vmbo, het voorbereidend middelbaar beroepsonderwijs. „Hoe veiliger en vertrouwder de omgeving, hoe beter de leerling over het algemeen presteert”, zegt MBS-directeur Jan Koelinga. Zijn school telt 372 leerlingen, van wie het merendeel het vmbo volgt: een van de vier vormen van voortgezet onderwijs in Nederland, die in 1999 ontstond na een fusie van de huishoudschool, de lagere technische school en de mavo.

Een gelukkig huwelijk is het niet geworden. In de publieke opinie geldt het vmbo als ‘het afvoerputje van het Nederlandse onderwijs’. Ten onrechte, stellen Koelinga en Molenaar, maar zij weten waar het beroepsonderwijs dat imago onder andere aan te danken heeft: de relatief hoge schooluitval. „Na het vmbo gaat het vaak mis, omdat de overgang naar het mbo voor veel leerlingen simpelweg te groot is”, zegt Molenaar.

Uit cijfers die minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) woensdag naar de Tweede Kamer stuurde, blijkt dat ook. Het aantal voortijdige schoolverlaters in Nederland is de laatste tien jaar weliswaar bijna gehalveerd, maar is nog altijd groot: vorig schooljaar (2010-2011) verlieten 38.600 leerlingen hun opleiding zonder diploma. Ruim een derde (35 procent) van hen struikelt bij de overgang van het vmbo naar het mbo, schrijft Van Bijsterveldt. Wie na vier jaar slechts een vmbo-diploma op zak heeft, beschikt niet over een zogeheten startkwalificatie en is op de huidige arbeidsmarkt vrijwel kansloos.

Om de uitval verder terug te dringen, wordt her en der geëxperimenteerd met zogeheten vm2-opleidingen: een geïntegreerde beroepsopleiding van vmbo en mbo. In de regio Rotterdam hebben twee schoolbesturen, Melanchthon en Edudelta, gebruik gemaakt van de mogelijkheid om twee schooltypen samen te voegen. Sinds 2008 kunnen ‘basisberoepsgerichte vmbo-leerlingen’, onder meer op de MBS in Bleiswijk, een mbo-diploma halen voor de twee laagste niveaus van het mbo (niveau 1 en 2). Zij kunnen dan in één keer door naar niveau 3 van het mbo. Vorig jaar is de eerste lichting afgestudeerd. Ongeveer de helft ging verder op het mbo, de andere helft vond een baan.

Het kabinet beoogt het aantal schoolverlaters in 2016 te hebben teruggedrongen tot 25.000 per jaar. Van Bijsterveldt heeft haar hoop daarbij onder meer gevestigd op de vm2-aanpak. Vanaf volgend jaar is jaarlijks 150 miljoen euro beschikbaar voor initiatieven zoals die in Bleiswijk.

Melanchthon-directeur Harry van Alphen begrijpt het enthousiasme van de minister. „Dit is de toekomst”, zegt hij. „Door leerlingen langer vast te houden en perspectief te bieden, voorkom je dat ze op zestien- of zeventienjarige leeftijd denken: mooi, ik ben klaar met leren, ik ben volwassen, ik ga lekker werken.” Die denkfout wordt nog maar al te vaak gemaakt, weet Van Alphen. Ook door ouders. „Het zijn doe-leerlingen. Die willen zo snel mogelijk aan de slag. En als ze al doorstromen naar het mbo, komen ze terecht op van die ROC-leerfabrieken in de grote stad. Daar zijn ze tot hun eigen schrik niet meer dan een nummertje te midden van duizenden andere leerlingen. Kinderen verdwalen in zo’n omgeving, zowel letterlijk als figuurlijk.”

In Bleiswijk onderschrijft adjunct-directeur André Molenaar die woorden. Om de kracht van de nieuwe onderwijsopzet te benadrukken, vouwt hij zijn handen ineen. „Wij noemen het de zwaluwstaartaanpak, omdat we vmbo en mbo niet ‘koud’ op elkaar stapelen, maar de mbo-lesstof door de opleiding heen hebben verweven.” Met voor ouders en leerlingen daarnaast als voordeel dat de opleiding niet zes maar slechts vijf jaar duurt.

Davey van Milligen (17) en Jeffrey van Rutten (17) kozen beiden voor de geïntegreerde beroepsopleiding en bleven dus langer in Bleiswijk. Een bewuste keuze, zegt Jeffrey. „Ik ben niet bang voor de grote stad, maar hier weet ik wat ik heb.” Hij kent zowel de school als de docenten. Als hij straks alsnog overstapt naar het mbo heeft hij bovendien al kennisgemaakt met de leerstof. „Je valt dus niet in een diep gat.” Davey noemt nog een voordeel: in tegenstelling tot veel van de vmbo-vakscholen hoeft hij pas in zijn laatste jaar een studierichting te kiezen. „Ik kan me dus breed oriënteren, voordat ik me vastleg, terwijl ik toch een jaar tijdwinst boek.”