De vrouwen willen pittig gekleed dit jaar

helmond carnavalskleding passen foto rien zilvold

Zonder vermomming geen carnaval. Wat trekken de carnavalsvierders dit jaar aan? We spreken bezoekers aan bij de pashokjes van een grote carnavalswinkel in Helmond, een van de acht Brabantse vestigingen van ‘De Greef’.

De belangrijkste trend in carnavalskleding dit jaar is dat vrouwen „pittig” voor de dag komen, vertelt Hans de Greef, een van de zes broers die het bedrijf leiden. Hij is voor de trends onlangs naar een carnavalsbeurs in het Duitse Neurenberg geweest. „De vrouwen willen er met korte rokjes sexy uit zien. Maar niet ordinair hoor, we verkopen geen porno.”

Andere leveranciers bevestigen de trend onder vrouwen, die doorgaans driekwart van de clientèle vormen. „Als dames nog mooie benen hebben, kiezen ze liefst korte rokjes”, vertelt Ralph Wierts van Karnavalswierts uit Heerlen. Grote maten doen het daarbij uitstekend. „Met carnaval durven de vrouwen.”

Mannenkostuums moeten op de eerste plaats lollig zijn. Een winkel in Terneuzen, ‘het Feestbeest’, noemt als populaire outfit het trainingspak uit de speelfilm New Kids, getooid met de merknaam Wacosta. Ook hechten mannen aan gemakkelijke kleding. „Zodat ze ontspannen aan de bar volle bak kunnen hijsen”, zegt Hans de Greef uit Helmond. Hij is best trots op zijn eigen ontwerpen: een jurk in de vorm van een Engels dropje; een zakdoekje als jurk; een pak met een zwemband om de heupen. „Dames hebben het toch altijd over zwembandjes en love handles?”

Actuele onderwerpen zijn niet meteen terug te zien in leutige kledij. Loopt bijvoorbeeld iedereen er dit jaar bij als misbruikpater? Welnee. De Greef: „Ik verkoop elk jaar zes- à zevenhonderd nonnen en paters maar dat heeft niks met misbruik te maken.” Wel van invloed zijn televisieprogramma’s zoals The Voice of Holland, en muziekconcerten van De Toppers. „Als die in gouden kleding optreden, willen de mensen dat hier ook.”

Ongeveer „twee miljoen Nederlanders” vieren carnaval, aldus directeur Ineke Stroucken van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur en Immaterieel Erfgoed, die spreekt van een „zeer voorzichtige schatting”.

    • Arjen Schreuder