De Spaanse babyroof is nog steeds een taboe

Franco is 37 jaar dood, maar de roof van baby’s onder zijn regime blijft beladen. Zo’n 1.500 personen hebben aangifte gedaan omdat ze denken slachtoffer te zijn.

Carmen Fernandez Sanchez (2nd L) and three of her daughters and two granddaughters attend a gathering against illegal adoptions in Madrid December 17, 2011. Hundreds of Spanish women have come forward in the past year to claim that their babies were stolen at birth and given up for illegal adoptions from the Francisco Franco dictatorship to the 1980s. Fernandez and her family members wear a T-shirt printed with a photo of her baby son Rafael, whom she claims was stolen two days after he was born in 1979. REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: CIVIL UNREST POLITICS) Reuters

Correspondent Spanje & Portugal

Palma de Mallorca. Toen Antònia Morro en haar vader Jaime elkaar voor het eerst ontmoetten, was een DNA-test eigenlijk niet meer nodig. Zodra Jaime haar zag, pakte hij Antònia’s hand beet en zei: „Jij bent mijn dochter. Ik weet het zeker.”

Ze deden de test toch en hun vermoeden was juist: Antònia bleek de dochter die Jaime nooit had gekend.

Bijna een halve eeuw geleden werd de Spaanse, vier dagen oud, weggenomen bij haar moeder die lag te sterven in het kraambed. Jaime, die pas een paar dagen na de geboorte in het ziekenhuis kon zijn, werd wijsgemaakt dat zijn dochtertje was overleden.

Antònia Morro is een ‘niña robada’, een van naar schatting vele tienduizenden geroofde kinderen in Spanje. Ze werden vorige eeuw illegaal weggenomen bij hun ouders en doorverkocht. Het is een praktijk die ontstond aan het eind van de Burgeroorlog (1936-’39) uit ideologische motieven. Een legerarts binnen de zegevierende troepen van generaal Franco ontwikkelde de theorie dat het Spaanse ‘ras’ gezuiverd kon worden van het ‘marxistische gen’. Kinderen van Republikeinse krijgsgevangenen moesten worden weggenomen bij hun ouders en weggegeven aan gegoede, rechtse families.

Na de oorlog werd de praktijk voortgezet met goedkeuring van het regime en logistieke steun van de almachtige Kerk. Het bleek voor de betrokken priesters, monniken, artsen en ambtenaren een lucratieve handel. Gedurende de gehele dictatuur van Franco werden op kraamafdelingen baby’s geroofd, en waarschijnlijk ook nog jaren na diens dood in 1975.

Nadat een openbaar aanklager in Andalusië eind 2010 voor het eerst klachten van getroffen families in behandeling nam, kwam er grote aandacht voor de niños robados in de media. Sindsdien hebben zo’n 1.500 personen aangifte gedaan omdat ze denken slachtoffer te zijn. In slechts een paar gevallen kwam het vooralsnog tot gerechtelijk vooronderzoek. Omdat decennia na dato veel bewijs is verloren gegaan, maar volgens de klagers ook omdat de kwestie na 33 jaar democratie nog te politiek beladen is.

Veel families speuren op eigen houtje verder. De afgelopen maanden heeft dit tot een handvol herenigingen geleid. Antònia is een van hen. Zij vond behalve haar vader ook haar vijf jaar oudere halfzus Barberá terug. De twee zussen doen hun verhaal in een kantoortje van bureau Jeugd- en Adoptiezaken van het eilandbestuur van Mallorca. Antònia: „Mijn adoptieouders konden geen kinderen krijgen en stonden al vijftien jaar op een wachtlijst voor een adoptiekind. Ze waren ver in de veertig en hadden de hoop op een gezin bijna opgegeven, toen een bevriende zakenrelatie hen in contact bracht met het hoofd van het adoptiebureau.”

Dit bureau werd eind jaren zeventig geleid door een bekende priester op het eiland. Het contact met hem zette Antònia’s ouders ineens bovenaan de wachtlijst. „Al na enkele weken kreeg mijn adoptievader telefonisch bericht dat hij zeer spoedig een baby kon komen ophalen.” Naar nu blijkt vond dit telefoontje plaats op dezelfde dag dat Antònia’s biologische moeder Francesca zich hoogzwanger in het ziekenhuis liet opnemen, 24 augustus 1963.

Antònia zelf zou pas vier dagen later geboren worden. Haar vader Jaime kon daar niet bij zijn. Zijn baas stuurde hem die dagen naar het naburige eiland Ibiza voor een klus. In de maanden daarvoor hadden de twee regelmatig aanvaringen gehad. „De baas, een streng katholiek, vond het maar niks dat mijn vader een kind kreeg bij een gescheiden vrouw en niet getrouwd was.” Jaime werd door zijn baas alsmaar aan het werk gehouden op Ibiza. Hij kon pas terug op 30 augustus. Antònia was toen al zogenaamd overleden en begraven.

Antònia heeft nu ontdekt dat de directeur van het adoptiebureau en de werkgever van haar biologische vader elkaar goed kenden. Beiden waren lid van Opus Dei, een besloten ultraconservatieve sekte binnen de Katholieke Kerk met grote invloed in de Spaanse politiek en samenleving. „Zij hebben van begin af aan samengespannen om mij te roven.” Haar adoptieouders wisten niks van dit alles. Hen werd alleen een flinke geldsom in contanten gevraagd, zogenaamd voor de notariskosten. „Ook zij vonden het een vreemde gang van zaken. Maar bij wie moesten ze aankloppen? De Kerk en het regime waren destijds één.”

Pas na de piek in de berichtgeving over de niños robados besloot Antònia begin 2011 een zoektocht te ondernemen. Haar adoptieouders waren inmiddels overleden. Ze wendde zich tot Adoptiezaken, dat sinds de jaren tachtig niet door geestelijken, maar door ambtenaren geleid wordt. Daar bleek directrice Maria Lluisa Servera bereid om in de archieven te duiken. Afgelopen herfst kon Antònia met haar vader en halfzus herenigd worden.

Antònia heeft geluk gehad dat de nodige documenten nog te vinden waren, legt directrice Servera uit. „Het zijn oude archieven, deels beschadigd of niet meer compleet. Ook hebben wij als eilandbestuur alleen toegang tot de archieven van openbare ziekenhuizen. Er is toestemming van rechters nodig om te zoeken in die van private klinieken.”

Veel aanklagers en onderzoeksrechters reageren sceptisch op zulke verzoeken. In slechts een paar gevallen is overgegaan tot onderzoek en ook dat levert vooralsnog weinig op. Vaak omdat bewijsmateriaal ontbreekt, maar volgens de slachtoffers leven binnen justitie ook andere motieven. Antònia: „Het waren mensen uit de lagere klassen die beroofd werden. En het waren de hogere middenklasse en de elite die de kinderen kochten. Die laatste groep wil niet dat dit allemaal uitkomt.” De Spaanse rechtspraak is daarbij sterk gepolitiseerd. Conservatieve magistraten, velen nog benoemd onder Franco, zijn in de meerderheid. Halfzus Barberá heeft maar één troost: „Diep van binnen moeten ook deze brave katholieken wel geweten hebben dat ze ervoor zouden branden in de hel.”