Alleen een propagandist overleeft

Noord-Korea neerzetten als karikatuur is niet moeilijk. Maar de Amerikaan Adam Johnson slaagt erin zich werkelijk in te leven. En dan krijg je een scherp, adembenemend boek.

This undated photo released by North Korea's official Korean Central News Agency (KCNA) on May 8, 2011 shows North Korean leader Kim Jong-Il (C) visiting the Rakrang Ponghwa Garment Factory in Pyongyang. RESTRICTED TO EDITORIAL USE - MANDATORY CREDIT " AFP PHOTO / HO / KCNA via KNS " - NO MARKETING NO ADVERTISING CAMPAIGNS - DISTRIBUTED AS A SERVICE OT CLIENTS AFP

Adam Johnson: Gestolen leven. Vertaald door Miebeth van Hoorn. Signatuur, 488 blz. €19,95

Toen op 17 december j.l. de Noord-Koreaanse leider Kim Jong-il overleed, werd het Zuid-Koreaanse leger in opperste staat van paraatheid gebracht. In Japan en de Verenigde Staten gonsden regeringsgebouwen van koortsachtig spoedberaad. Niet omdat het zeker was dat er iets zou gebeuren, maar omdat de communistische atoommacht dermate ondoorzichtig is, dat álles zou kunnen gebeuren, zelfs het ondenkbare. En dus ook dat er, zoals afgelopen week gebeurde, in Peking een nucleair overleg plaatsvond tussen Noord-Korea en de VS.

Adam Johnsons roman Gestolen leven komt zo beschouwd op een opportuun moment. Boeken over Noord-Korea zijn schaars, romans waarin het land in haarscherpe details en met uitzonderlijke verbeeldingskracht tot leven wordt gewekt helemaal. Gestolen leven getuigt van bijna obsessieve research, een goedgevulde literaire gereedschapskist en uitzonderlijk empathisch vermogen. Het verdient het grootst mogelijke publiek.

De motor van dit boek is Jun-do, de zoon van een hardvochtige ‘wezenmeester’, commandant van een dankzij hongersnood, werkkampen en zuiveringsacties goedgevuld weeshuis. Jun-do wordt zelf door de overheid abusievelijk voor weeskind aangezien; daarom wordt hij ingezet voor het gevaarlijkste en meest onterende werk. Jun-do ruimt chemisch afval en wordt opgeleid tot tunnelrat, een soldaat die in onverlichte tunnels strijd kan leveren. Die tunnels reiken tot in Zuid-Korea, waar sommige soldaten zich stiekem bovengronds wagen. ‘Ze kwamen altijd terug met verhalen over machines waar geld uit kwam en mensen die hondenpoep opraapten en in zakjes deden. Jun-do keek nooit. [...] Hij was bang dat als hij het met eigen ogen zou aanschouwen, zijn hele leven niets meer zou voorstellen. Koolrapen stelen van een oude man die blind was geworden van het hongerlijden? Dat zou voor niets zijn geweest. Een andere jongen in zijn plaats naar de verffabriek sturen om tonnen schoon te maken? Ook voor niets.’

De eerste helft van Gestolen leven volgt Jun-do’s reis naar het heldendom en terug, eindigend in een mijngevangenis waar uranium wordt gewonnen. Het levert adembenemende scènes op. Jun-do wordt ingezet om Japanse burgers te ontvoeren van het strand – naar analogie van een vergelijkbaar programma waardoor Kim Jong-il ondermeer zijn favoriete Zuid-Koreaanse regisseur en actrice ‘te gast had’. ‘Je vangt iemand met je handen,’ houdt een officier Jun-do voor, ‘en dan laat je ze in je geest weer vrij.’ Dat is de manier om het werk te kunnen doen.

Ontmenselijken

Het omgaan met de voortdurende frictie tussen werkelijkheid en het officiële verhaal speelt een centrale rol in Gestolen leven. Wie in een propagandistisch milieu wil overleven, moet zelf propagandist worden. Een tijdlang werkt Jun-do als radiospion op een vissersschip. Wanneer de lichtmatroos de reddingssloep steelt en overloopt, moet de bemanning een acceptabele verklaring fabriceren.

Jun-do vertelt de autoriteiten hoe het schip werd geënterd door Amerikaanse mariniers die de lichtmatroos letterlijk voor de haaien wierpen. Hoe hij zelf vergeefs in het water sprong om de lichtmatroos te redden. (Om het verhaal kracht bij te zetten heeft hij beten laten toebrengen door een gevangen haai.) Routineus wordt Jun-do gemarteld om zijn verklaring te toetsen. In een dans van leugens en pijn – waarbij het waarheidsgehalte niet van belang is, maar de propagandawaarde des te meer – vervaagt de grens tussen werkelijkheid en fantasie volledig. ‘En plotseling was het verhaal waar, het was er bij hem ingeramd, en hij begon te huilen omdat de lichtmatroos was omgekomen en er niets was wat hij daar nog aan kon doen.’ Het verhaal wordt ‘goedgekeurd’.

De krankzinnige anekdotes over Noord-Korea en, vooral, Kim Jong-il, zijn legio. Dat maakt het verleidelijk het karikaturale van het land te benadrukken. De superkrachten van de Geliefde Leider, die 11 maal een hole-in-one slaat op een rondje golf; de duiven die zich uit pure vaderlandslievendheid in de baan van kogels werpen; de misplaatste illusies van de superioriteit van het ‘beste land ter wereld’. Johnson raakt eraan, maar zijn inzet is het blootleggen van een inherente menselijkheid die bestaat ondanks het onmenselijke en ontmenselijkende systeem.

Ter voorbereiding las Johnson elke dag het – door Japanners vertaalde – officiële Noord-Koreaanse dagblad, sprak met deskundigen, en verdiepte zich in de getuigenissen van overlopers. Maar de enige manier om grip te krijgen op de veelzeggende details van het dagelijks leven, was door Noord-Korea te reizen, met alle beperkingen van dien.

Het decor dat hij oproept is bijna documentair van karakter. In het als appendix toegevoegde gesprek met Richard Powers zegt Johnson: ‘Het is lastig te beschrijven hoe sterk de aanvechting is om iedereen die je tegenkomt op je reis door Democratische Volksrepubliek Korea te individualiseren. Elke particuliere onderneming ontbreekt, daarom draagt iedere man die je in Pyongyang tegenkomt dezelfde kledij van een overheidsdienaar van het middenkader: een overhemd met korte mouwen, een rood Kim Il-sungspeldje op de revers en een van de twee door de overheid goedgekeurde kapsels. Ik had voortdurend de neiging [...] om ze op straat aan te spreken in de hoop hun echte persoonlijkheid te ontdekken achter die eenvormigheid waartoe ze verplicht waren. Helaas kon ik alleen in mijn roman aan die aanvechting toegeven.’

Het opmerkelijkste aan Gestolen leven is de mate waarin Johnson daarin geslaagd is, zónder in de valkuil te trappen westerlingen te creëren met Koreaanse namen. De roman is een caleidoscoop van afgeronde karakters, van de schippers tot de veiligheidsagenten, van de weduwen tot de militaire hotemetoten. Zelfs Kim Jong-il wordt er een.

De Geliefde Leider speelt een belangrijke rol in het tweede deel van de roman. Jun-do slaagt erin de identiteit aan te nemen van Commandant Ga, een sportman, volksheld en rivaal van Kim Jong-il. Ga is getrouwd met Sun-moon, de nationale actrice die ooit door Kim Jong-il ontdekt is. In zijn nieuwe rol dringt Jun-do door in een wereld van intriges en sadistische spelletjes – iets waarin de Geliefde Leider zijn gelijke niet kent. Maar hij leert ook de betekenis van liefde kennen. Zijn doel wordt Sun-moon en haar kinderen het land uit te smokkelen, desnoods met gevaar voor eigen leven. Het maakt Gestolen leven tot een combinatie van documentaire, thriller, liefdesverhaal en politieke aanklacht.

Zonnebril

Gestolen levens komen in dit boek in vele vormen voor. Van de Japanners die ontvoerd worden, tot de horden die worden afgevoerd naar strafkampen, tot elke individuele burger die zich – ten koste van de eigen vrijheid, mogelijkheden en identiteit – moet vormen naar de grillen van de leiders en hun autarkische Juche-ideologie.

Johnson voelt feilloos aan dat juist daar waar het humane, het intermenselijke, het intieme onder druk staan, ze aan betekenis winnen. Wanneer het leven geen waarde lijkt te hebben, wordt de waarde ervan duidelijk. We hebben allemaal weleens gelachen om de gekkigheid van Kim Jong-il en zijn geknechte natie. We lagen dubbel om de foto’s op hitsite www.kimjongillookingatthings.com, waar een steevast met zonnebril getooid mannetje keek naar de meest uiteenlopende dingen: een tractor, een kom soep, hooi, arbeiders, een miniatuurschip. Wie Gestolen leven uit heeft weet dat lachen niet op zijn plaats is.