Waarom twijfelde 'Fed' over verkoop van ING Direct

De Federal Reserve, het Amerikaanse stelsel van centrale banken, heeft de overname van ING Direct door Capital One eindelijk goedgekeurd. Hoewel het er niet naar uit zag dat de toezichthouder van plan was de voorgenomen aankoop voor 9 miljard dollar van ING Direct tegen te houden, heeft de centrale bank tot twee maal toe zijn zegen niet willen geven. Misschien waren haar zorgen over de grootste transactie in de Amerikaanse banksector na de financiële crisis gerechtvaardigd, maar de twijfel roept wel vragen op.

De klemmendste daarvan is: wat kan de Federal Reserve nu zo bezwaarlijk hebben gevonden aan het samengaan van deze twee firma’s? Er komt een bank uit voort die wat spaartegoeden betreft tot de grootste vijf van het land behoort. Maar met 210 miljard dollar aan deposito’s is zij nog altijd overzichtelijk.

Veel van het verzet tegen deze fusie lijkt voort te vloeien uit de tweede transactie die Capital One voor ogen heeft: de overname voor 28 miljard dollar van de creditcard-divisie van HSBC. Het is belangrijk om ervoor te zorgen dat de klanten niet de dupe worden van dergelijke overnames. Maar daar is al in voorzien door de recente nieuwe regelgeving, waardoor zowel de rente als de boete die creditcardbedrijven kunnen opleggen, wordt beperkt. En de Federal Reserve is helemaal niet belast met de goedkeuring van deze transactie. Die taak valt toe aan de Comptroller of the Currency.

In elk geval leidt de overname van ING Direct ertoe dat de financieringsmix van Capital One evenwichtiger wordt. De verhouding van de kredieten ten opzichte van de deposito’s bedraagt momenteel 106 procent, tegen 89 procent bij de voornaamste concurrenten, aldus de Japanse zakenbank Nomura.

Als ING Direct en de creditcard-divisie van HSBC in de berekening worden meegenomen, daalt die verhouding naar 97 procent. Maar als de Federal Reserve de overname van ING Direct had afgewezen, zou de verhouding naar 127 procent zijn gestegen.

Dat zou op zich geen probleem zijn geweest voor Capital One. De bank zou haar financiering ook beter in balans hebben kunnen krijgen door effecten te verkopen, een deel van haar kasgeld te gebruiken en obligaties te verkopen die door creditcardleningen worden gedekt.

Maar dan had de Federal Reserve moeten uitleggen waarom zij een transactie wilde afkeuren die ervoor had kunnen zorgen dat een door de Amerikaanse overheid gewaarborgde bank minder afhankelijk was geworden van de kapitaalmarkten.

En als de overname van ING Direct als een té grote transactie zou zijn beoordeeld, zou het voor de hand hebben gelegen aan te dringen op de opsplitsing grotere firma’s als JP Morgan en Bank of America. Op zichzelf is daar zeker iets voor te zeggen. Maar de belangstelling van Capital One voor ING Direct zou een vreemde aanleiding zijn geweest voor zo’n radicale beleidswijziging.

Antony Currie

Vertaling Menno Grootveld