'Vrouwen doen 66% van al het werk en verdienen 10% van het wereldinkomen'

Maite Vermeulen

Iraqi police women march during a parade to mark 90 years since its foundation in the Iraqi capital Baghdad, on January 9, 2012. The force, which has apologised for acts committed during the rule of now-executed dictator Saddam Hussein, held ceremonies in major cities across Iraq. AFP/PHOTO/AHMAD AL-RUBAYE. AFP

De aanleiding

Verschillende next.checkt-lezers tipten de redactie over het artikel Vertel jonge meisjes het hele verhaal: modellen zijn geen wereldleiders of visionairs dat op 30 januari op de site van de Volkskrant verscheen. Daarin staat de volgende passage: „De volgende feiten spreken voor zich: vrouwen […] doen 66 procent van al het werk, zij verdienen 10 procent van het wereldinkomen.” De auteur van het artikel, publiciste Shantie Jagmohansingh, zegt informatie van de Internationale Vrouwendag (8 maart) als bron te hebben gebruikt. De cijfers circuleren op diverse sites over deze dag. Ook vrouwenrechtenorganisaties, waaronder UN Women van de Verenigde Naties, halen de cijfers aan. Maar waar ze vandaan komen, wordt vaak nergens vermeld.

Interpretaties

Hoe het werk in de wereld verdeeld is tussen mannen en vrouwen hangt af van de definitie van ‘werk’. Wordt daarmee alleen betaald werk bedoeld, of ook onbetaald werk? En vallen ook economische activiteiten onder onbetaald werk (een vrouw verbouwt haar eigen eten) of alleen huishoudelijke activiteiten (een vrouw doet de afwas)? En telt zwart werk ook mee?

De bewering dat vrouwen 66 procent ‘van al het werk’ doen is hierover onduidelijk. Het woordje ‘al’ doet vermoeden dat we betaald, onbetaald, huishoudelijk en zwart werk op een hoop moeten gooien. Maar de erop volgende bewering dat vrouwen 10 procent van het wereldinkomen verdienen, doet juist denken dat alleen betaald werk wordt bedoeld.

De term ‘wereldinkomen’ roept ook vragen op. Ten eerste is het is lastig het inkomen uit te splitsen naar sekse. Inkomen wordt meestal geregistreerd per huishouden – en dus niet van de man of vrouw apart. En ook hier is de vraag: moeten economische activiteiten die geen officieel salaris opleveren ook worden vertaald naar ‘inkomen’?

En, klopt het?

Allereerst maar eens op zoek naar de bron. Daar zijn de organisaties die de cijfers gebruiken het namelijk niet over eens. Vermoedelijk is de oorsprong een veel geciteerde uitspraak van Barber Conable, de president van de Wereldbank van 1986 tot 1991. In 1986 zou hij tijdens de jaarlijkse vergadering van de Wereldbank en het IMF hebben gezegd: „Women are half the world’s population, yet they do two-thirds of the world’s work, earn one-tenth of the world’s income […]. They are among the poorest of the world’s poor.”

Waar deze uitspraak op gebaseerd is, blijft echter onduidelijk. De Wereldbank zegt niet zeker te weten of de uitspraak wel echt gedaan is. In ieder geval zouden de cijfers sinds 1986 sterk verouderd zijn en worden dergelijke algemeenheden niet (meer) door de Wereldbank gebruikt.

Andere organisaties geven het Human Development Report (HDR) 1995 als bron. Dit rapport van de VN beschrijft ieder jaar de belangrijkste trends in ontwikkelingslanden. In het HDR 1995 is in negen ontwikkelingslanden en dertien ontwikkelde landen gekeken naar hoeveel uren mannen en vrouwen betaald en onbetaald werk verrichten.

De conclusie luidde dat vrouwen in ontwikkelingslanden ongeveer 53 procent van de totale werklast dragen en in ontwikkelde landen 51 procent. Van de gewerkte uren doen mannen ongeveer 66 procent betaald werk en 33 procent onbetaald. Voor vrouwen is dat percentage precies omgekeerd: 66 procent van de gewerkte uren zijn onbetaald, 33 procent betaald.

Het cijfer ‘66 procent’ komt dus wel voor in dit rapport, maar is compleet verkeerd gebruikt door te zeggen dat vrouwen 66 procent van al het werk doen. De International Labour Organisation, die de data over arbeidsmarkten aan de Wereldbank levert, wil niet zeggen welke organisatie begonnen is met deze misrepresentatie van de cijfers, maar bevestigt dat ze slechts door napraten en herhaling een slogan voor vrouwenrechten zijn geworden.

Wat het tweede deel van de bewering betreft (vrouwen verdienen 10 procent van het wereldinkomen): de World Bank Development Indicators hebben geen indicator voor wereldinkomen naar sekse. Alleen van 27 ontwikkelde landen zijn dergelijke cijfers beschikbaar. Die laten zien dat vrouwen gemiddeld ongeveer 20 procent minder verdienen dan mannen.

Wat is wel bekend?

Het is duidelijk dat de bewering niet gestaafd wordt door betrouwbare cijfers en onderzoeken. Andere relevante cijfers zijn er wel. Zo is in het dit jaar verschenen World Development Report (WDR) van de Wereldbank te lezen dat vrouwen 40 procent van de wereldwijde betaalde en onbetaalde beroepsbevolking uitmaken (43 procent in agricultuur).

Maar hoeveel uren vrouwen werken ten opzichte van mannen valt hier niet uit op te maken. Daarvoor zijn cijfers over tijdsbesteding nodig. Die zijn voor slechts een beperkt aantal landen bekend. Uit het HDR 2004 blijkt dat in de onderzochte ontwikkelingslanden vrouwen ongeveer 53 procent van alle uren werken, en in de ontwikkelde landen ongeveer 51 procent. Canada, Denemarken, Hongarije, Israël en Nederland zijn uitzonderingen: daar werken mannen meer uren dan vrouwen.

In het WDR 2012 worden cijfers uit zes landen gepresenteerd, met opvallend overeenkomstige resultaten: vrouwen besteden ongeveer 1 tot 3 uur per dag meer aan huishoudelijk werk en 1 tot 4 uur minder aan betaald werk.

Of deze cijfers veel zeggen, is de vraag: of activiteiten van vrouwen als ‘economisch’ worden gezien, hangt namelijk sterk af van de sociale, legale en culturele normen per land.

Conclusie

De bewering dat vrouwen 66 procent van al het werk doen en maar 10 procent van het wereldinkomen verdienen, heeft geen betrouwbare bron – het is vermoedelijk een bewering die door herhaling gemeengoed is geworden. De claim is sowieso moeilijk te staven, omdat de relevante data grotendeels ontbreken.

Onderzoek dat wel beschikbaar is, laat zien dat vrouwen in uren iets meer betaald, onbetaald en huishoudelijk werk verrichten. Maar die verdeling is niet zo ongelijk als de bewering doet vermoeden: vrouwen doen, naar schatting, 51 tot 53 procent van het werk.

Wat inkomen betreft zijn de cijfers eveneens ongefundeerd. De cijfers die bekend zijn – vrouwen vormen 40 procent van de beroepsbevolking en krijgen gemiddeld 20 procent minder betaald voor hetzelfde werk –, bevestigen niet dat vrouwen maar 10 procent van het wereldinkomen verdienen. Alles afwegende beoordelen we de bewering als onwaar.

    • Maite Vermeulen