Verkiezing te koop

Enkele tientallen miljonairs zijn de financiers van de Amerikaanse presidentscampagnes.

Correspondent Verenigde Staten

Grote geldschieters treden zelden in de openbaarheid. Ze geven in stilte. Foster Friess, donor voor de Republikeinse presidentskandidaat Rick Santorum, is een uitzondering.

Gebruind, stralend en gekleed in een blauwe Santorum-sweater spreekt hij op een vrijdagmiddag in Washington een stampvolle zaal toe. „Ik ben rijk en ik schaam me er niet voor”, zegt Foster Friess. „Wij rijken worden door deze regering gediscrimineerd. Ik doe met mijn geld wat ik wil.”

De gepensioneerde investeerder Friess doneerde ruim 330.000 dollar aan de organisatie Red White and Blue Fund, die campagne voert voor Santorum. Deze organisatie is een zogenoemde super-PAC, een nieuw fenomeen in de Verenigde Staten dat de Amerikaanse democratie volgens critici dreigt uit te hollen. Want via deze ‘politieke actiecomités’ kunnen bestaande beperkingen op donaties handig en legaal worden omzeild. Wie geld heeft, kan voortaan onbeperkt invloed kopen, dankzij een uitspraak van het Hooggerechtshof in 2010.

Super-PAC’s werken niet in opdracht van presidentskandidaten – dat mag nog steeds niet. Maar ze mogen nu wel op eigen initiatief campagne voeren en onbeperkt geld inzamelen. Dankzij het Red White and Blue Fund konden vlak voor de Republikeinse voorrondes in Missouri, Minnesota en Colorado, vorige week, tv-commercials worden vertoond ten gunste van Rick Santorum. Die won alle staten en zijn failliete campagne is voorlopig gered.

Foster Friess steunde Santorum ook al toen deze nog senator was. Een paar maanden geleden besloot hij hem opnieuw te steunen, niet omdat, zegt hij, de mannen allebei van God houden of omdat het goede vrienden zijn. Santorum is volgens hem „onze enige kans op een conservatieve zege”.

Iedere presidentskandidaat heeft een super-PAC achter zich, of meer dan één. „Een verkiezing winnen zonder de steun van zo’n club is niet meer mogelijk”, zegt John Sides, politiek wetenschapper, verbonden aan de George Washington University. Zelfs president Obama, ooit uitgesproken tegenstander van dit soort lobbygroepen, liet vorige week weten dat ook hij de steun van zo’n organisatie wil. Hij riep rijke sympathisanten op te geven aan super-PAC Priorities USA Action, die Democratische campagnes steunt. Een verkiezing winnen met één hand op de rug gaat nu eenmaal niet, zei Joe Messina, de campagnestrateeg van Obama.

De actiecomités hebben Amerikaanse campagnes fundamenteel veranderd. De presidentsverkiezingen van dit jaar zijn de eerste landelijke verkiezingen waarin dat zichtbaar wordt. Anders dan kandidaten zelf kunnen deze organisaties onbeperkte bedragen van donateurs inzamelen. Geen kiezer kan ze wegstemmen, niemand kan ze ter verantwoording roepen, en hun invloed is enorm: de kandidaat met het meeste campagnegeld maakt de grootste kans om de voorverkiezingen te winnen. De kleine groep geldschieters achter de super-PAC’s heeft een belangrijke plek gekocht in de Amerikaanse politiek.

Amerikaanse politici mogen directe donaties aannemen, maar de wet beperkt de hoogte daarvan aanzienlijk. Politieke actiecomités zijn geen nieuw fenomeen, de eerste PAC’s ontstonden in de jaren veertig. Wel nieuw is dat dit soort organisaties sinds 2010 onbeperkt geld mogen aannemen. Het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelde in dat jaar dat donaties van bedrijven, vakbonden of instellingen aan politieke campagnes onder de vrijheid van meningsuiting vallen. Zolang een organisatie „niet coördineert” met een kandidaat, is er geen reden dat recht in te perken, luidde de uitspraak in de zaak, aangespannen door een conservatieve organisatie die een documentaire tegen Hillary Clinton wilde uitbrengen.

De super-PAC’s waren geboren, en rijke donateurs als Foster Friess hadden eindelijk een manier om grote sommen geld te doneren. Het begrip „niet coördineren” is vaag, en rekbaar. Achter iedere kandidaat staat een super-PAC, vaak gesticht door oud-medewerkers of goede vrienden (zie kaders). Het campagnebudget van de actiecomités overstijgt de fondsen van de kandidaten ruimschoots. De campagnes die ze voeren, zijn ongekend hard. Restore Our Future (pro-Romney) beschuldigde Newt Gingrich ervan abortussen te hebben gefinancierd. Winning Our Future (pro-Gingrich) dook in Romney’s zakenverleden en maakte het filmpje Mitt’s bloedgeld.

Een paar weken geleden maakten de lobbygroepen de namen bekend van hun donateurs, zoals de wet voorschrijft. Verrassend was dat het aantal donateurs veel kleiner is dan iedereen aannam, zegt politicoloog Sides. „Waar we allemaal vermoedden dat er een grote groep donateurs achter zat, blijken ze voor het overgrote deel door een groep van nog geen twintig miljonairs gefinancierd te worden. Je zou kunnen zeggen dat een selecte groep de campagnes in leven houdt met hun chequeboekjes. Het Hooggerechtshof probeerde misschien de vrijheid van meningsuiting te bevorderen, maar heeft in de praktijk macht gegeven aan een paar rijken.”

Rick Santorum moet het voor een belangrijk deel hebben van Foster Friess, de campagne van Newt Gingrich – hij heeft al tonnen schuld gemaakt – leeft nog dankzij de donaties van de zionistische zakenman Sheldon Adelson. Mitt Romney heeft enkele bankiers en hedgefondsen achter zich staan. De wensen van deze donateurs komen verrassend vaak overeen met de uitspraken die de kandidaten doen. Romney neemt het op voor Wall Street, Gingrich noemde Palestijnen „een verzonnen volk”. Rick Santorums pleidooi voor familiewaarden is een echo van het conservatieve gedachtengoed van Foster Friess.

Zijn verkiezingen vanaf nu te koop? Waarschijnlijk wel, zegt politicoloog Sides, die de door Romney gewonnen voorverkiezingen onderzocht. „Vrijwel altijd wint de kandidaat met het meeste geld de verkiezingen. Dat geldt voor lokale verkiezingen, maar ook voor presidentsverkiezingen. In Florida oversteeg het budget van Romney’s super-PAC dat van alle anderen. De kiezer zag alleen tv-spots die waren betaald door Romney’s donor.”

„Ik zie niets verkeerds in super-PAC’s”, zegt Bruce Eberle, tot voor kort hoofd fondsenwerving van de campagne van oud-kandidaat Herman Cain. „Verruimde regels zijn goed nieuws voor een kandidaat, dus ook voor de kiezer.” Toen Herman Cain eind vorig jaar in opspraak raakte, begon super-PAC Americans for Herman Cain een tegencampagne. „Is het niet mooi dat mensen in dit land vrijuit hun geld mogen doneren, zonder dat de overheid zich daarmee bemoeit? Dat is voor mij de ultieme vrijheid.”

De enige voorwaarde, zegt Eberle, is dat er volledige transparantie is. „Vrijheid heeft zijn rommelige kanten. Wen er maar aan.”

    • Guus Valk