Verademing voor de huisvrouw

In de rubriek Verdwenen bespreekt Rob Biersma (bijna) verdwenen voorwerpen. Vandaag: Lodaline. „Het woord milieuvervuiling kende men nog niet, rijnaken in sluizen verdwenen onder bergen schuim.”

00646, 17-06-2003, 07:32, 8C, 9456x6970 (1338+5266), 150%, affischebasis, 1/80 s, R54.1, G18.2, B17.7

Hoe deden mensen de vaat voor de uitvinding van het plastic afwasteiltje? Dat gebeurde in een stalen afwasteil, die soms verzinkt was maar meestal geëmailleerd. Het afwassen gebeurde met een afwaskwast. Houten afwasborstels waren er wel, maar die waren vaak te groot voor een kopje of een glas.

Afwassen was oppassen. Er sprongen al gauw stukjes van de borden of kopjes af, als je ze tegen de rand van de teil stootte. Afwassen maakte een onvoorstelbaar gekletter, vooral het bestek. Veel mensen legden een rubberen matje in de teil.

Vaak werd er in de gootsteen zelf afgewassen. Deze was van graniet of zwart-wit betegeld. De afvoer was niet afsluitbaar met een dop, zoals in een wastafel. In plaats van een afsluitdop had je rond, flexibel plakje rubber, met een knop in het midden. Door het bovenstaande water werd dat rubbertje voldoende vastgedrukt om de afvoer af te sluiten. Maar stootte je ertegen of zat er een stukje vuil onder, dan werkte de waterdruk niet: het rubbertje dreef omhoog en voor je het wist, was je afwaswater verdwenen.

Afwassop ‘sloeg’ je met een zeepklopper, twee zeefhelften met een steelklem waarin een stukje zeep zat, meestal Sunlightzeep. Hoe heter het water, hoe gemakkelijker dat ging. Soda en zachte zeep (groengele kaliumzeep) waren voor het ruwe werk: aangezette pannen of voor inweken. Aluminium keukengerei mocht nooit met soda: dan vielen er putten in. De pannen werden met zand gestuurd. Vim werd na de oorlog algemeen.

Het nadeel van zeep en soda was dat ze een duidelijke smaak achterlieten op de borden en het bestek. Heet naspoelen was een oplossing, maar goed en nauwkeurig afdrogen hielp ook. Voor de huisvrouw was het dan ook een verademing toen de synthetische afwasmiddelen verschenen.

Alkylbenzeensulfonaten werden rond de Tweede Wereldoorlog door Shell ontwikkeld en als Teepol op de markt gebracht. Maar Shell wilde het niet rechtstreeks aan consumenten leveren. In dat gat sprong de Bredase firma Grada, die het sterk verdunde Teepol als Lodaline op de markt bracht. Het waren glazen literflessen met een moderne plastic dop. Om de verkoop te stimuleren dreef in iedere fles goed zichtbaar een plastic puzzeltje, meestal een scheepje of een autootje. Lodaline was een instant succes en bleef jaren marktleider.

Het voordeel van alkylbenzeensulfonaten was dat het zeer krachtige detergents waren: met slechts een klein scheutje loste het sop vet en eiwit op, zelfs minerale olie. Daarbij was het sop niet basisch zoals zeepsop en soda: je kreeg er minder gauw ruwe handen van. Lodaline was ook geschikt voor de wolwas.

Nadelen waren er ook. De eerste generatie alkylbenzeensulfonaten was biologisch slecht afbreekbaar: afvalwater bleef eindeloos schuimen. In de jaren vijftig kende men het woord ‘milieuvervuiling’ nog niet, maar toen er rijnaken in sluizen verdwenen onder bergen schuim, was het duidelijk dat het zo niet verder kon. Met een chemische aanpassing (de vertakte alkylketens werden onvertakt) werden de alkylbezeensulfonaten biologisch wel afbreekbaar.

Plastic knijpflessen afwasmiddel concurreerden Lodaline al in de jaren zestig van de markt. Achteraf is er vooral verbazing: een breekbare glazen fles op een granieten aanrecht met een kleurig kinderspeeltje erin. Niemand tilde eraan.