Uit eten met de urn

Wat doe je met de as van een overledene? Antropologe Meike Heessels promoveert morgen in Nijmegen op dit onderwerp.

Nederland, Scheveningen, 21 mei 2009 Na de crematie van een overleden familielid wordt de as verstrooid over de Noordzee. Het schip vertrekt vanuit de haven van Scheveningen met een vlag halfstok naar de Noordzee. Op circa 1,5 zeemijl uit de haven, wordt de as verstrooid. Na het verstrooien vaart het schip een rondje, geeft 3 signalen op de scheepshoorn, de vlag wordt in de top gehesen en het schip vaart terug. After the cremation of a deceased family-member, the ashes are scattered over the North Sea. The ship departs from the port of Scheveningen with a flag at half-mast to the North Sea. At approximately 1.5 miles from the port, the ashes are scattered. here-after the ship makes a round, gives 3 signals with the ship's horn, the flag is hoisted at the top and it sails back. Foto: Reinout van den Bergh/HH Reinout van den Bergh/Hollands>

Freelance Journalist

Wat doe je met de overblijfselen van een gecremeerde dierbare? De as van mijn moeder staat op een kleine tafel in mijn ouderlijk huis, verwerkt in een Boeddhabeeld. Mijn moeder had niets met Boeddha. Mijn vader stopte haar as daarin, omdat het beeld symbool stond voor de grote reis die ze vlak voor haar overlijden maakte. Samen met haar zus was ze in Hongkong geweest. Dat was toen – vijfentwintig jaar geleden – een enorm avontuur voor twee Limburgse huisvrouwen met jonge pubers. We misten haar vreselijk. De vreugde was groot, toen ze weer thuiskwam. Snel daarna verongelukte ze. Uit dankbaarheid dat haar die prachtreis nog was gegund en als herinnering aan het gelukkige moment van haar thuiskomst, stopte mijn vader haar overblijfselen in een Hongkongs souvenirtje.

As in een beeld stoppen, is nogal gewoontjes als je ziet wat anderen ermee doen. Xandra Brood liet resten van haar man Herman in een tatoeage verwerken. Voor die vorm kozen ook Rachel, Roxeanne en Dré Hazes. Een ander deel van André Hazes’ as schoten ze met tien vuurpijlen de lucht in. Sommige nabestaanden laten resten in een knuffel verwerken, of in een sieraad, schilderij, fotolijst, of glazen bol.

Sinds 1955 is cremeren helemaal legaal in Nederland. Het percentage doden dat wordt gecremeerd blijft stijgen (in 2010 was dit 57 procent). Vanaf 1998 staat de Wet op de Lijkbezorging toe dat nabestaanden crematie-as mogen verspreiden op een andere plek dan een officieel strooiveld. Antropoloog Meike Heessels vroeg zich af wat mensen met die as doen en welke waarde menselijke overblijfselen hebben in een geseculariseerde samenleving. Op 17 februari promoveert ze aan de Radboud Universiteit Nijmegen. Voor haar onderzoek werkte ze een half jaar in diverse crematoria waar ze de ene dag bij de oven stond en de volgende dag bij de koffie. Ze interviewde ruim 50 nabestaanden.

Heessels ontdekte dat Nederlanders veelal geïmproviseerde rituelen rondom de as van hun overledenen hebben ontwikkeld. „Er is geen vaste traditie. Maar mensen blijven de behoefte houden om het ongrijpbare in rituelen te vangen. Tegenwoordig gaan nabestaanden heel eigenzinnig, creatief en intuïtief om met crematie-as. Ze verzinnen hun eigen ritueel.”

Voor de ontkerkelijking was de uitvaart grotendeels in handen van de kerk en lagen de rituelen vast. Later namen begrafenisondernemers en crematoriamedewerkers het over en werden gecremeerde overledenen vooral anoniem verstrooid. Vanaf de jaren tachtig namen mensen steeds vaker stiekem wat crematie-as mee naar huis – zoals ook mijn vader deed met mijn moeders resten. Heessels: „Vanaf die tijd begonnen nabestaanden het recht over de as op te eisen. Ze wilden zelf beslissen wat ermee zou gebeuren.”

Een maand na de uitvaart wordt de as – gemiddeld 2,5 kilo – vrijgegeven. De meeste nabestaanden kiezen voor verstrooiing op het strooiveld van het crematorium; vooral als eerdere overledenen er zijn uitgestrooid. De antropologe zag hoe zorgvuldig kinderen de boom opzoeken waar ze ooit hun vaders as achterlieten om er vervolgens ook de resten van hun moeder te verstrooien. Soms gaat het mis. „Een vrouw die ik interviewde, ontdekte dat ze zich had vergist in de boom. Verschrikkelijk vond ze dat. Ze lag er nachten van wakker.”

Veel nabestaanden nemen de as nu dus ook mee naar huis, verstrooien het op een geliefde plek of verwerken het in een object. De keuzen zijn talrijk. De overeenkomst is dat mensen de as altijd bewaren of verstrooien op een plek waarvan zij denken, ‘hier is de overledene thuis en blijf ik zijn of haar aanwezigheid voelen’, ontdekte de onderzoekster. „Vroeger brachten we de doden naar de hemel, nu brengen we ze naar huis, of naar andere overledenen.”

Het Boeddhabeeld met de resten van mijn moeder staat pontificaal in de woonkamer. „Zo blijft ze voor altijd bij ons”, zei mijn vader. Haar aanwezigheid voelt hij nog altijd. Heessels: „Mensen ervaren het niet als gewone as, maar echt als deel van de overledene; als levende, bezielde materie. Ze praten ertegen, raken de urn liefkozend aan of omhelzen hem. Het geeft ze rust en troost.”

Urnen gaan ook regelmatig mee op pad. „Mensen gaan ermee uit eten, of nemen hem mee met vakantie.” Zo sprak ze met een vrouw die de resten van haar man ieder jaar meeneemt naar de camping. „In de caravan krijgt hij – net als thuis in de keuken – een prominente plek. Elke dag zegt zij hem goedemorgen en neemt ze de dag met hem door.”

Als Heessels nabestaanden rechtstreeks vroeg op welke manier de overleden persoon voor hen in de as vertegenwoordigd was, kreeg ze vaak afwijzende reacties. „Ze zeiden dan vaak stellig: ‘Ik ben niet religieus hoor’.” Maar vrijwel iedereen gelooft ergens in, merkte ze. „Wat men gelooft, is wel heel grillig. Een moeder verstrooide de as van haar achttienjarige dochter die overleden was aan anorexia in het veen. Dat was de favoriete verstopplek van haar kind. Vanaf de woonkamer kan de moeder over dat veen uitkijken. Soms ziet ze een regenboog over dat terrein en denkt dan: ‘Dat is mijn dochter die contact maakt’. Tegelijkertijd denkt ze ook: ‘Onzin’.”

Voor de nabestaanden zelf zit de betekenis niet in de as, maar in de omgang ermee. Volgens de onderzoekster staat het handelen op de voorgrond. „De as krijgt bijvoorbeeld betekenis als een nabestaande zijn of haar assieraad vastpakt op een moeilijk moment.”

De manier waarop mensen met de resten van hun dierbare omgaan, is ook een voortzetting en uitdrukking van de relatie met de overleden persoon, zag de Nijmeegse wetenschapper: „Een dochter die haar bedlegerige moeder lang heeft verzorgd, wil nog steeds voor haar moeder zorgen. Ze doet dat door heel zorgzaam met die as om te gaan. De relatie met de overledene stopt niet na de dood.” Was de band echter niet zo sterk, dan laten mensen de overblijfselen vaak anoniem verstrooien.

Al is de Wet op de Lijkbezorging de laatste decennia verruimd, toch wordt er nog vaak op een clandestiene manier met crematie-as omgesprongen. Astatoeages, die steeds populairder worden, zijn bijvoorbeeld niet toegestaan. Het is verboden om tatoeage-inkt te vermengen met een niet-steriele stof. Maar iemand die zo’n tattoo wil, vindt via andere nabestaanden op internetfora eenvoudig uit welke tatoeëerders de regels niet zo nauw nemen. Heessels: „Na sluitingstijd – met de luiken naar beneden – wordt zo’n tatoeage dan gewoon gezet, onder de goedkeurende blikken van het hele tattooteam.”

Ook is het verboden zonder toestemming van de gemeente as te verstrooien op openbare plekken. Incidentele verstrooiing wordt meestal wel toegestaan, maar de meeste mensen dienen geen verzoek in en doen het gewoon. Mijn buurvrouw is daar een voorbeeld van. Zij verstrooide de resten van haar moeder op het altijd tochtige kerkplein voor onze deur. De buurt zat er niet mee. Wel is het een gevaarlijke combinatie: wind en as. The Dude uit The big Lebowski kan erover meepraten.