Stop de decibelterreur

Het nieuwe keurmerk ‘oorveilig’ is een wassen neus. In clubs en discotheken moet de muziek gewoon zachter.

Ik heb een piep in mijn oren die nooit meer weggaat. Het kwam zo: twee weken geleden presenteerde rapper Lange Frans zijn nieuwe album in de Amsterdamse club Air. Ik moest voor mijn werk foto’s maken en stond vooraan. Op het moment dat de band begon te spelen wist ik dat het fout zat. De bass dreunde dwars door mijn oren heen.

Normaal heb ik oordoppen bij me, maar die was ik dit keer vergeten. Ik wilde weglopen, maar besloot toch even te blijven staan om foto’s te maken. Om mij heen wezen mensen naar hun oren en trokken moeilijke gezichten. Nadat ik mijn foto’s had gemaakt, liep ik weg van het podium.

Het kwaad was echter al geschied. De volgende ochtend merkte ik dat de piep in mijn oren niet meer wegging. De KNO-arts stelde enkele dagen later vast dat ik tinnitus (oorsuizingen) heb en dat ik er maar mee moet leren leven.

Mijn eerste reactie was: eigen schuld dikke bult, had ik mijn oordoppen maar niet moeten vergeten. Maar eigenlijk is het belachelijk dat het geluid zo hard staat bij een concert of een club.

Volgens TNO lopen ieder jaar ongeveer twintigduizend jongeren gehoorschade op door vrijetijdslawaai. Een enorm aantal. Waarom willen clubs en poppodia dit op hun geweten hebben? Blijven de bezoekers weg als het geluidsniveau naar beneden wordt geschroefd? Nou nee. Mensen komen voor muziek, niet voor een gehoorbeschadiging. Uit een enquête van Club Judge (een soort Michelingids voor discotheken in Nederland en België) in 2010 bleek dat tachtig procent van het uitgaanspubliek vindt dat de muziek te hard staat. Dansen is leuk, maar af en toe iets kunnen zeggen tegen een vriend of vriendin is ook fijn. De resultaten van de enquête schreeuwen: zet dat geluid eens zachter!

Toch lijkt deze noodkreet aan dovemansoren gericht. In een hoop discotheken en feestcafés staat de volumeknop nog steeds op standje tien. Dat zorgt zogenaamd voor een goede sfeer. Volgens mij zorgt het vooral voor een generatie waarin conversaties voor de helft bestaan uit ‘wat zeg je?’.

Zelfs bruine kroegen zijn niet veilig voor de decibelterreur. Ik stond een tijd geleden op een zaterdagavond in een bruin café met vrienden te praten. Om 23.00 uur werd ineens de muziek twee keer zo hard gezet. We konden elkaar niet meer verstaan. Ik vroeg aan de barvrouw of het wat zachter kon. „Nee, want nu het drukker wordt willen mensen dansen.” Ik keek om me heen en zag niemand dansen. Wel een boel mensen die in elkaars oor aan het schreeuwen waren.

Wordt er dan helemaal niets gedaan? Jawel, er zijn enkele initiatieven. Vorig jaar mei ondertekenden de Vereniging Nederlandse Poppodia en Festivals (VNPF), de Vereniging Van Evenementen Makers (VVEM) en de Nationale Hoorstichting een convenant waarin werd beloofd het geluidsniveau van concerten aan banden te leggen. De verenigingen vertegenwoordigen onder andere Lowlands, poppodium Melkweg, dancefeestenorganisator ID&T en concertpromotor Mojo. In plaats van een maximum van 110 decibel houden deze organisaties sindsdien een norm van 103 decibel aan.

Het probleem is alleen dat langdurige blootstelling aan geluid boven de tachtig decibel al schadelijk is. Aangezien concerten en feesten de neiging hebben om nogal lang te duren, lijkt ook de lagere geluidsgrens een garantie voor hoorproblemen.

In de clubwereld zijn er ook goedbedoelde initiatieven. De Nationale Hoorstichting heeft twee maanden geleden samen met Club Judge het ‘keurmerk oorveilig’ gelanceerd. Met een totaalpakket aan maatregelen wordt geprobeerd gehoorbeschadiging terug te dringen. Het geluidsniveau moet omlaag, er worden betaalbare oordopjes aangeboden en er de bezoekers en werknemers moeten actief worden voorgelicht over de gevaren van te hard geluid. Klinkt allemaal prima.

De eerste Nederlandse discotheek die het keurmerk ontving was club Air. Ken ik die naam niet ergens van? Oh ja, daar heb ik mijn ernstige gehoorbeschadiging opgelopen. Fijn, zo’n keurmerk in de vorm van een wassen neus.

Geert Oosterwijk is freelance journalist voor onder andere Nieuwe Revu