Schaamte en schande kwellen, maar hij móét

Het beste nieuws is dat Gérard Depardieu Dominique Strauss-Kahn gaat spelen. Depardieu als DSK, wat een goed idee.

Depardieu kan alles. Hij speelde Cyrano de Bergérac en het leek wel zijn eigen neus, die valse neus. Hij stal moedermelk direct uit de moederborst in Les Valseuses. Hij was onweerstaanbaar als Obelix in de Asterix-verfilming. Hij redeneerde zich letterlijk schor in Danton, bulderbast van de Franse Revolutie. Tel die rollen op en je hebt DSK al zo ongeveer.

Een film over Dominique Strauss-Kahn was onvermijdelijk, de coördinaten van zijn schandaal zijn onweerstaanbaar. Ga maar na. Frankrijks gedroomde nieuwe president. Een zwart kamermeisje. Seks. Aanranding? Onmacht bevecht oppermacht, elite mept naar onderklasse. Amerikaanse moraal. Frans olala. Oftewel: wat wil de scenarist nog meer?

Na Depardieu als DSK is het op één na beste nieuws trouwens dat Abel Ferrara die film gaat maken. Hij is de kobold van de Amerikaanse cinema. Bekend met de groezelige verbanden van verslaving, schuld en zondeval, kijk maar naar zijn film The Bad Lieutenant. Het zit er dik in dat Ferrara werk zal maken van het zwarte gat in de zaak-DSK: seksverslaving. De kern van zijn neergang, toch? Alleen de verslaafde kan niet wachten op bevrediging, alleen een seksjunk stelt zo veel in de waagschaal voor een anoniem quickie in een hotelkamer.

En toch, DSK heeft charisma. Zelfs als je hem weerzinwekkend vindt, kan het dat je hem wilt zíjn, wanneer je zijn film ziet. Zoals ik tegen wil en dank ook die 18de-eeuwse seksmachine wilde zijn: Casanova in de film Il Casanova di Fellini. Fellini’s Casanova (een weergaloze Donald Sutherland) lijdt zoals de verslaafde lijdt. Hij moet scoren, en hij neemt grote risico’s, zoals de in het openbaar uitgevochten neukwedstrijd (die hij wint op karakter, zijn uitdager is jonger en potenter). Maar hij geneert zich niet. Dat hoeft hij niet, want hij combineert zijn verslaving met grootheidswaan.

Kijk naar Casanova en Strauss-Kahn is niet ver weg. Ze pochen op hun viriliteit. Ze presenteren zich als geile beren, met het accent op beer. En een beer heeft charme, niks aan te doen.

Maar de seksverslaafde Brandon uit Shame, de nieuwe film van Steve McQueen, wilde ik helemaal niet zijn. Brandon zelf wil tragisch genoeg ook niet Brandon zijn, hoe aantrekkelijk en succesrijk hij ook is. Tastend naar bevrediging dwaalt hij door de wereld. In een moordend ritme. En in het geheim. Schaamte en schande (Shame!) kwellen hem, maar hij móét ejaculeren. Liefst in een vrouw, masturberen is voor tussendoor. Zocht hij een lijf in een homoseksuele darkroom, dan roept hij zichzelf direct tot de orde met een heteroseksueel trio.

Seks is zwaar werk voor de verslaafde, wil McQueen maar zeggen.

Zijn Shame is een superieur treurdicht over een junk. Chic en met kalme halen benadrukt de film de ellende. Een vale blauwe gloed maakt de huid van mooie vrouwen armoedig en legt kringen onder ieders ogen.

Ik kijk en denk even aan Blue Movie. Nederlands eerste seksfilm. 1971. Seksverslaafd zijn ging door voor de normale menselijke conditie. Ik zag de film illegaal, want hij was voor boven de 18. De zaal was vol en ik schaamde me kapot.

Ik treur om Shame, hij sleept me mee. Waarom schaam ik me nu niet?

Omdat Shame preuts gefilmd is.

Ik zie Brandons geslacht, het is slap. Er is vrouwennaakt, het werd elegant geregistreerd. Brandon laaft zich aan allerlei lijven, uit zijn gezicht maak ik op dat hij klaarkomt. Maar eigenlijk zie ik niks en meedoen mag ik niet, want expliciet verbeeld wordt er niets. Brandon geniet nooit. Dat is het punt van Shame, en de reden dat ook het publiek beslist niet mag genieten van McQueen. Elk pornografisch beeld bevat een risico van genot en dat risico neemt hij niet. Waarmee hij ook de schaamte verbant.

De film is afgelopen, we zijn onder de indruk. De mannen (leuke mannen, daar niet van) haasten zich eensgezind afstand te nemen van de darkroomscène: „Dat vond ik wel verschrikkelijk.”

O, dus de rest vond je wel best? Nou, nee, natuurlijk niet. Maar die darkroom...

Jaja, we zouden eens het verkeerde denken.

Joyce Roodnat