Rillingen krijg je er niet van, flink vies en goor is ie wel

Zombibi

Regie: Martijn Smits en Erwin van den Eshof. Met: Yahya Gaier, Mimoun Ouled Radi, Gigi Ravelli. **

Je hoort weleens dat in Nederland alles tien jaar later gebeurt dan in de rest van de wereld, maar dat is niet waar. Twintig jaar nadat de filmstijl zijn hoogtepunt had bereikt, dringt de nouvelle violence toch nog door in de Nederlandse film.

Zombies, vampiers en seriemoordenaars zijn de laatste jaren ernstig aan het verburgerlijken met kwaliteitsseries als True Blood (vampiers), Dexter (seriemoordenaar) en The Walking Dead (zombies). Dan is het misschien wel verfrissend dat de makers van Zombibi zonder gêne teruggrijpen op zombies zoals ze ooit bedoeld waren: low budget viezigheid om bij te giechelen en af en toe te huiveren.

Hoewel, huiveren zit er niet echt in bij deze ‘zomedy’ en van de slappe lach is ook geen sprake; hoogstens zo nu en dan een gniffel. Maar Zombibi is wel flink vies en goed goor. Wat de makers aan budget tekortkwamen voor special effects, compenseren ze met een inventieve make-up.

Zombibi combineert het zombiegenre met de vaste elementen van wat inmiddels wel een oer-Hollands filmgenre mag heten: de Mocro-komedie, met één Nedermarokkaan als de schelm die niet wil deugen, maar met een klein hartje, en een andere die juist heel serieus is. Zombibi knoopt niet alleen in de titel aan bij de megahit Shouf Shouf Habibi! (2004), ook Minoun Ouled Radi die een hoofdrol speelde in de film en de tv-serie is ook hier de meeste tijd in beeld. Samen met zijn suffe broer, een kantoorklerk, twee Surinaamse vrienden en een blonde politieagente slaan ze zich een weg door zombieland. De moraal is kwestieus: een lief meisje moet je redden, maar een slet kun je rustig door een zombie laten opeten. Maar ook dat hoort bij pulp.