Pak de snelweg, maar doe het wat kalmer aan

De benzineprijs is hoger dan ooit. Redacteur Hester van Santen onderzocht hoe ze de kosten kon drukken. Olie vervangen, lichten uit en de snelweg op. Het scheelt bijna eenvijfde van de benzineprijs.

Hester van Santen

De benzineprijs heeft een nieuw record bereikt. Maandag 13 februari betaalden Nederlanders 1,716 euro voor een liter Euro 95, maakte het CBS vanochtend bekend. Drie jaar geleden was dat nog € 1,231 – niet meer dan een literfles Coca-Cola. Autorijden is duur geworden, waarschijnlijk definitief.

Ik begon aan een simpel experiment. Kan ik mijn benzineverbruik zo drukken, dat mijn ‘effectieve benzineprijs’ terugkomt op een aantrekkelijk niveau? Ik ga zo zuinig rijden dat ik minder vaak hoef te tanken. Dan lijkt het alsof de benzine goedkoper is.

Ja, dat kan. Om voor een effectieve prijs van nog geen €1,40 te rijden, hoef ik niets bijzonders te doen.

Rij mee van de huidige naar de toekomstige redactie van NRC. 80 kilometer, van de Marten Meesweg in Rotterdam naar het Rokin in Amsterdam, in een elf jaar oude Opel Astra stationwagon. We starten.

Rotterdam, 5 km. Op de A20. Rijden op de snelweg kan veel zuiniger zijn dan in de bebouwde kom. De auto verliest geen energie met remmen, versnellen en voor stoplichten stilstaan. Maar wat maakt het in de praktijk uit? Een automobilist kan dat nergens opzoeken. Ja, elke auto wordt geleverd met verbruikscijfers voor de ‘buitenweg’ en de ‘stad’. Maar de tests waarin dat snelwegverbruik is bepaald, zijn niet realistisch. Kortweg: de auto staat tijdens de test op een rollerband, doet er een minuut over om op snelheid te komen, en meestal rijdt-ie maar 100 km per uur. Terwijl ik nu 120 rijd en al optrekkend en inhoudend een stoet vrachtwagens heb ingehaald. Ik reken mezelf niet rijk – mijn benzineprijs blijft voorlopig € 1,716.

Delft, 20 km. Op de A13. Als mijn auto versnelt tot boven, zeg, 80 kilometer per uur neemt het benzineverbruik toe, en dat gaat exponentieel. Het heeft met de luchtweerstand te maken en de afstelling van de motor. Zak ik terug van 120 km per uur naar 100, dan scheelt dat flink. Ik draai naar de rechter rijbaan, leg mijn onderarmen plat op het stuur en staar naar de aanhangwagen voor me.

In 2006 stuurde het Duitse weekblad Auto Bild zestien auto’s een racecircuit op, om na te meten hoeveel het scheelt om zo te rijden. De gangbare benzineauto’s verbruikten in die test een kwart minder brandstof bij 100 km per uur dan bij 130. Weten we dat alvast voor als de maximumsnelheid omhoog gaat.

Uit de gegevens van Auto Bild schat ik de besparing voor nu op 15 procent, van 120 naar 100. Mijn benzineprijs daalt in één klap tot € 1,459. Door het langzame rijden verlies ik tot Amsterdam 7,3 minuten. Maar: ik zit al op het prijsniveau van januari 2010.

Rijswijk, 23 km. Ik blijf me inhouden. Agressief rijden, met stevig versnellen en plotseling remmen kost op snelwegtempo schrikbarend veel brandstof. Het Amerikaanse rapport Owner Related Fuel Economy (2001) dacht dat het wel 33 procent meer was, ten opzichte van de (weliswaar lethargische) ideale testrijstijl. Ik haal geen vrachtwagens meer in en blijf op € 1,459.

Leidschendam, op de A4, 29 km. Het is winter, de airco is uit. Dat komt mooi uit, want volgens milieuorganisatie Milieu Centraal kost de airco 5 procent meer brandstof. Op zweterige dagen in de bebouwde kom is dat zelfs 20 procent. Het dimlicht dat de meeste auto’s tegenwoordig overdag voeren, kost trouwens 1 procent meer brandstof. Uitzetten? Mogelijk is dat onveiliger – Milieu Centraal durfde het niet te adviseren. Maar vooruit, als het zicht goed is, kan mijn benzineprijs naar € 1,441.

Leiderdorp, 41 km. Een benzinestation. Ook alweer vier maanden geleden: de bandenspanning controleren. Om de druk op peil te houden, moet het elke maand. Dat doet bijna niemand. Het moet trouwens aan het begin van de rit en niet halverwege, maar alla. Mijn banden blijken opgepompt tot 190, 200, 210 en 260 kPa (kilopascal).

Ik stel al mijn banden in op een gangbare 220 kPa. Scheelt circa 1,5 procent benzine, volgens het boekwerk Tires and Passenger Vehicle Fuel Economy (2006). Verrassend weinig. Het komt doordat in een auto überhaupt maar eenderde van de energie gebruikt wordt om de wielen te laten draaien. Hoe dan ook: mijn benzineprijs wordt € 1,416.

Hoofddorp, 62 km. Weer een benzinestation. De fanatieke spaarder kan een laatste troef inzetten: andere motorolie. Olie die goed smeert, is stroperig (visceus). Maar die viscositeit heeft een nadeel: de bewegende onderdelen van de motor trekken moeizaam door dat oliebad heen. Dat kost energie. Dunnere motorolie kiezen scheelt iets.

TNO Automotive in Helmond heeft het ooit getest, zegt testspecialist Peter van Gompel. Maar, benadrukt hij: bij warm weer kan de olie te dun worden en dan slijt de motor. Hou je aan de instructies van de fabrikant, herhaalt hij een paar keer. In het instructieboek van de auto staat welke olietypen mogen bij welke temperatuur. Het is februari. Ik koop 5W-30 in plaats van 10W-40. (De 30 is de viscositeit als de motor warm is; de 5 geeft aan dat de olie dun genoeg blijft om te starten als het buiten koud is.) Hopelijk scheelt het 1 procent.

Zuiniger dan dit wordt het echt niet: € 1,399. Voilà: de benzineprijs van oktober 2009.

Amsterdam, 74 km. Ik draai de ringweg af, de stad in. Rijden in de stad slurpt brandstof. Voor mijn eigen auto is de toename maar liefst 32 procent boven mijn gemiddelde gebruik. Dat is volgens standaard testcondities, maar voor de stad zijn die nog redelijk realistisch. Het dimlicht heb ik ook weer aangezet.

Mijn benzine is in één klap anderhalf keer zo duur geworden als op de snelweg. Ai, ik rij nu voor € 2,222.

Rokin, 79 km. De laatste vijf kilometer waren veruit het duurst. Wat te doen? Milieu Centraal rekende uit dat ik per jaar 6 procent benzine bespaar als ik geen autoritten korter dan 5 kilometer maak.

Had ik de auto toch bij het transferium moeten laten staan.