Opstand in Bahrein laait weer op

De Arabische Golfstaten zien Bahrein als een front in hun strijd tegen Iran. De protesten van shi’itische betogers leiden deze week tot escalatie.

De opstand in Bahrein weigert weg te gaan. In maart vielen Saoedische troepen en politie-eenheden uit de Verenigde Arabische Emiraten Bahrein binnen om de autoriteiten daar te helpen de demonstraties van de shi’itische meerderheid (70 procent van de 525.000 staatsburgers) voor democratische hervormingen neer te slaan.

Maar sindsdien zijn de protesten weer begonnen en geëscaleerd.

De afgelopen dagen waren ter gelegenheid van de eerste verjaardag van de opstand zowel betogers als politie weer ouderwets massaal opgekomen in en rond de hoofdstad Manama. Bij grootscheepse straatgevechten werden volgens de shi’itische oppositiepartij Wefaq 120 mensen gewond en 150 gearresteerd.

Bahrein is wat Saoedi-Arabië en de andere conservatieve Arabische Golfstaten betreft een van de fronten van hun oorlog tegen de invloed van het shi’itische Iran. De betogers gaat het in hun visie niet om democratisering, maar zijn huurlingen die in dienst van Iran de sunnitische monarchie van Bahrein willen omverwerpen. Zolang dat gevaar van Iran niet is geweken, blijven de versterkingen uit Saoedi-Arabië en de Emiraten in Bahrein, hebben de autoriteiten in Manama verklaard.

De Iraanse opperste leider, ayatollah Ali Khamenei, ontkende eerder deze week elke bemoeienis: „als we dat hadden gedaan, was er wel wat anders gebeurd”. Een onafhankelijke commissie die op verzoek van koning Hamad bin Isa al-Khalifa onderzoek heeft gedaan naar de manier waarop de protesten in maart werden neergeslagen, pleitte Iran inderdaad vrij van directe betrokkenheid. Maar de koning heeft die conclusie verworpen. Deze week zetten sunnitische betogers bij de Iraanse ambassade in Manama de beschuldigingen van de Arabische Golfstaten aan Iran kracht bij.

„Shi’afobie!” roepen shi’itische partijen in Bahrein. De strijd voor democratische vertegenwoordiging in Bahrein dateert al van de jaren dertig, toen het land nog een Brits protectoraat was. Sindsdien is deze beweging, aanvankelijk niet-sektarisch, in verschillende vormen regelmatig teruggekeerd. Toen de huidige koning in 1999 aan de macht kwam beloofde hij een constitutionele monarchie, maar daarvan kwam niet veel terecht. Het parlement dat uiteindelijk tot stand kwam kreeg nauwelijks tanden.

De shi’itische meerderheid haakte in februari aan bij de Arabische opstanden in Noord-Afrika voor democratische hervormingen. Zij verwacht van een werkelijk democratisch systeem dat het haar huidige marginalisering helpt opheffen. Sunnieten hebben de politieke en economische macht; de shi’ieten leveren de arbeiders en de werklozen.

Koning Hamad heeft de afgelopen maanden herhaaldelijk hervormingen beloofd. Een deel van de shi’ieten die zijn ontslagen of van de universiteit verwijderd als vergelding voor hun protest, heeft zijn werk of plaats in de collegebanken teruggekregen. Maar de hervormingsplannen zijn nog niet verder dan de tekentafel gekomen, onder andere door verzet daartegen van Hamads oom, sjeik Khalifa bin Salman al-Khalifa, die sinds 40 jaar premier is.

Intussen radicaliseert de tegenpartij. Wefaq steunt het koningshuis; het vecht voor de beloofde constitutionele monarchie. Maar doorgaand hard politie-optreden en het uitblijven van verandering heeft groepen versterkt die afschaffing van de monarchie eisen en daarmee de vrees van de Golfstaten voor een shi’itische republiek Bahrein waarmaken.

Mensenrechtengroepen beschuldigen de Verenigde Staten ervan hun bondgenoot de hand boven het hoofd te houden. De Amerikaanse Vijfde Vloot heeft in Bahrein zijn thuishaven. Washington heeft nu echter besloten een wapenleverantie ter waarde van 53 miljoen dollar te bevriezen tot hervormingen zichtbaar worden.

    • Carolien Roelants