Nooit met spitzen gewerkt

En toch treedt Ton Simons op als gastchoreograaf bij Het Nationale Ballet.

Dansrecensent

De roosterplanners van Het Nationale Ballet hebben overuren gedraaid. Tien choreografen presenteren negen nieuwe balletten: cadeautjes van het gezelschap aan het publiek, ter gelegenheid van de vijftigste verjaardag. Het Nationale Ballet (HNB) zou volgens oprichtster Sonia Gaskell ‘een springlevend museum’ moeten zijn. Avontuur en vernieuwing hoorden erbij, vond zij – berucht en beroemd zijn dan ook de creaties van Koert Stuyf voor HNB – en ook Gaskells opvolger Rudi van Dantzig kwam zo nu en dan met gewaagde projecten.

Ted Brandsen, de huidige artistiek directeur, heeft voor het minifestival Present/s (de woordspeling spreekt voor zich) ook zijn focus iets breder afgesteld. Naast bekende namen uit de klassieke wereld – Hans van Manen, Alexei Ratmansky, Christopher Wheeldon – nodigde hij twee ‘buitenbeentjes’ uit: Paul Lightfoot en zijn partner Sol León van het Nederlands Dans Theater en Ton Simons, tot twee jaar geleden artistiek directeur van Dance Works Rotterdam.

Simons (Swalmen, 1948) is de meest onverwachte keuze. Hij is een adept van Merce Cunninghams postmoderne dansopvattingen. In Rotterdam, maar ook in New York waar hij van 1982 tot 1986 zijn eigen gezelschap leidde, deed hij veel ervaring op in vlakkevloertheaters. Tot nu toe werkte hij slechts enkele malen met puur klassiek geschoolde dansers, laat staan met dames op spitzen. Niettemin lijkt hij bij Het Nationale Ballet blij om twee jaar na de breuk met Dance Works Rotterdam weer met dansers in de studio te staan. Zo tevreden en ontspannen is hij, dat repetitor Judy enigszins bezorgd informeert of hij de naderende premièredatum niet is vergeten.

De titel en het idee voor zijn choreografie The Nature of Difference had Simons al klaarliggen toen hij voor Present/s werd uitgenodigd, vertelt hij. „Ik bekijk het thema ‘verschil’ vanuit meerdere invalshoeken. In de eerste plaats omdat ik zelf uit een andere wereld kom, maar ook omdat ik het gevoel heb dat mensen binnenkort het verschil niet meer zien tussen een goed werk en een slecht werk.” Hij verduidelijkt: „Als politiek opportunistische afwegingen sterker gelden dan de kwaliteitsnorm, weet straks niemand meer het verschil tussen kunst en rotzooi. Terwijl het ontdekken van waarde en betekenis nauw verweven is met het proces van vergelijken. Verschillen maken het wezen der dingen duidelijk. Maar wat als niemand het verschil nog ziet?”

The Nature of Difference zal zijn cultuurpessimisme vooral in abstracties weerspiegelen: in stijl, formaties en dynamiek van de choreografie. „In één deel kijk ik over mijn schouder naar Merce, in een ander naar Balanchine en voor het duet naar, ehm” – hij aarzelt even – „mijn moeder. Een lieve, melancholisch aangelegde vrouw. Zij stierf toen ik zestien was. Of dit nou in de krant moet?” Misschien, hoopt hij, zijn die referenties straks voor de toeschouwer waarneembaar door onderlinge verschillen: „Relatieve kalmte, relatieve dynamiek en relatieve lyriek.”

De muziek van de jonge Brit Thomas Adès levert talrijke variaties en contrasten. Voor de dansers is het dichte, polyritmische klankweefsel duidelijk een uitdaging: het dwingt hen op hun gehoor in plaats van op de tel cues te herkennen. Ook in andere opzichten kunnen ze niet op routine koersen. Trouw aan de ideeën van Cunningham organiseert Simons zijn werk bijvoorbeeld niet volgens klassieke opvattingen omtrent symmetrie, centrum, richting et cetera, terwijl balletdansers juist gewend zijn te denken in termen van één centraal focuspunt, één front in plaats van vele. Dat vergt bij de repetities steeds opnieuw uitleg.

Toneelbeeld en kostuumontwerp bevatten geabstraheerde verwijzingen naar Simons’ thematiek. Voor vloer en achterwand zijn ongebruikelijke kleuren gebruikt (wit respectievelijk felgeel), bovendien lijken ze in een afwijkende verhouding tot elkaar te staan. In de kostuums wordt het verschil tussen ‘klassiek’ en ‘modern’ aangegeven met door Keso Dekker ontworpen korte tutu’s in de vorm van een zeventiende-eeuwse plooikraag voor de vrouwen en nauwsluitende ‘académiques’ voor de mannen.

Zijn werk voor Het Nationale Ballet is dus een en al verschil, onderscheid, contrast en afwijking. Ook in de omgangsvormen, als het aan Simons ligt. Hij werkt met een grote groep: acht vrouwen en acht mannen, in twee casts, meest jonge dansers uit de lagere rangen van het tableau. „Van élèves tot coryphées.” Hij grinnikt om de hiërarchische terminologie: „Ik vind het charmant, die rangen. Elk bedrijf heeft zijn eigen cultuur, als gast wil ik die respecteren. Eén gewoonte echter heb ik er bij mezelf niet uit kunnen slaan. Ik zeg dus ‘ladies and gentlemen, men and women’, en niet ‘boys and girls’, zoals gebruikelijk hier. Volgens mij vinden ze dat wel prettig.”

Het Nationale Ballet met Present/s, t/m 3 mrt. Present/s (1): nieuw werk van Hans van Manen, Christopher Wheeldon, Krzysztof Pastor, Ted Brandsen, Juanjo Arques. Present/s (2): Alexei Ratmansky, Paul Lightfoot & Sol León, Ton Simons, David Dawson. Kijk voor meer informatie op: het-ballet.nl

    • Francine van der Wiel