Moderne sprookjes over armoe

Hoe kan je er toch goed uitzien als je haast geen geld hebt? En is een oester alleen een hapje voor de rijken? Tijdschriften als Ja! en Jansen richten zich op de minima.

Harde cijfers zijn er nog niet, maar deze week berichtte de NOS dat de nieuwe minima in Nederland vaak mensen zijn die voorheen een goed inkomen hadden. Woningbezitters met goede banen komen in de schuldsanering terecht of moeten met veel minder geld zien rond te komen.

Wat te doen, als je ineens arm bent, maar nog wel van het goede leven houdt? Een budgetblad halen, dat kan er nog net vanaf. Sinds twee jaar is er bijvoorbeeld tijdschrift Jansen, met als ondertitel ‘Niet rijk, wel smaak’. Nu in de aanbieding, drie nummers voor 10 euro.

Daarvoor krijg je een glimmend blad dat zichzelf vrolijk, zorgeloos en ‘budgettriomfantelijk’ noemt. Jansen draait om consumeren, maar met een bescheiden beurs. Dus staan er tuttigheden in als strijkapplicaties voor over het gat in de dure spijkerbroek, of tips om zelf een fietsslinger te maken. Leuker is de roadtrip van een stel dat in Frankrijk een oude Renault 4 koopt (véél goedkoper dan hier) en daarmee terug rijdt naar Nederland, en passant betaalbare Franse wijnen en bric-à-brac op de kop tikkend. Of de reportage over oesters; die zijn gratis als je je ze zelf raapt. Dat hoeft niet op de Wadden, maar kan langs de hele Noordzeekust, in havens of tussen de basaltblokken. Zelfs een oestermes hoeft niet veel te kosten.

In de modereportage vliegt het budgettriomfantelijke Jansen helaas uit de bocht: het op de Beverwijkse Bazaar gefotografeerde model draagt een leren jasje van 329,95 euro, en een brilmontuur van 795. Goed, ze heeft ook een plastic boodschappentas van Albert Heijn vast (35 cent) en een kralenarmband van de bazaar. Maar dat ‘verrassend combineren’ van duur en goedkoop, is dat niet precies wat élke glossy op de modepagina’s doet?

Voor wie echt weinig te besteden heeft is er sinds kort Ja!, ‘Het blad dat omhoog kijkt’. Het is een tijdschrift voor de onderklasse, opgericht door journalist Sander de Kramer, en wordt gratis verspreid door onder meer de voedselbank en stichting Humanitas. Natuurlijk bevat het bespaaradviezen (Tip van Tante Toos: gebruik wasnoten om je was witter te krijgen), en een koopjesjachtrubriek. Styliste Xandra Brood steekt een lezeres in een nieuwe outfit: trui, legging, vest, muts, shawl en schoenen kosten samen 26,34 euro. Dat is pas budgetshoppen.

Slim consumeren is, anders dan bij Jansen, niet het hoofddoel van Ja!. Het wil vooral een blad zijn vol luctor et emergo; iedere geïnterviewde worstelt zich een weg naar boven.

Zo is daar de Iraakse Ako Taher, die zijn studie klassieke piano aan het conservatorium van Bagdad moest afbreken toen hij naar Nederland vluchtte. Jarenlang raakte hij geen piano aan, tot hij werk vond in een kringloopwinkel. De oude piano die daar te koop stond, kon hij niet weerstaan. Hij oefende er dagelijks op, en vond een steeds groter publiek. Inmiddels zijn de kringloopconcerten een succes.

Ook interviewt Ja! Richard Krajicek, over zijn stichting die kansarme kinderen laat sporten. Zelf had Richard het vroeger ook niet breed. „Mijn ouders hadden bijna elke dag ruzie, en dat ging vrijwel altijd over geld. Ik had maar één spijkerbroek en droeg daaronder tennisschoenen van mijn sponsor Nike.” Dubbeltje Krajicek is inmiddels al lang een kwartje, en droomt soms zelfs van politieke invloed. „Als de economie weer omdraait, hoop ik op een ministerie van Sport.”

Moderne sprookjes zijn het, maar de verplichte positiviteit van de verhalen doet af en toe geforceerd aan.

Het Amsterdamse Mug Magazine is een stuk realistischer en somberder. Ook Mug is gratis verkrijgbaar, en richt zich op alle Amsterdammers met weinig geld, met name uitkeringsgerechtigden, studenten en ouderen. Deze maand brengt het een uitgebreid dossier over de wijzigingen in de Bijstand. Zo moeten gezinsleden die samen achter één voordeur wonen, financieel voor elkaar gaan zorgen. De 51-jarige Rebecca wacht een inkomensachteruitgang van honderden euro’s, tenzij haar inwonende zoon het huis verlaat. Rebecca is wanhopig. „Moet ik mijn zoon straks om een paar euro vragen als ik een onderbroek moet kopen?” Zo leuk is het niet, om arm te zijn.

Janna Laeven

    • Janna Laeven