Levend verbrand achter de tralies

Ruim 350 gevangen zijn gisteren omgekomen bij een uitslaande brand in een gevangenis in Honduras. Dat is niet de eerste keer.

Rotterdam. Bij een grote brand in een gevangenis in Honduras zijn gisteren zeker 356 gevangenen omgekomen. Er worden nog 40 mensen vermist, waarschijnlijk zijn ook zij gestikt of verbrand, maar mogelijk wist een aantal gevangenen te ontsnappen in de chaos die ontstond. Veel slachtoffers zijn zo ernstig verbrand dat ze niet te herkennen zijn, zo meldt persbureau AP.

Onduidelijk is nog of de nachtelijke brand in de Hondurese stad Comayagua, ongeveer 80 kilometer ten noorden van de hoofdstad Tegucigalpa, met opzet is aangestoken of een ongeluk is. Volgens verschillende Hondurese media hebben in opstand gekomen gevangenen de brand veroorzaakt. De lokale gouverneur, een oud-medewerker van de gevangenis, zou hebben verklaard dat een gevangene haar enkele minuten voor de brand belde en vertelde dat hij de zaak in de brand zou zetten en iedereen binnen zou vermoorden. Berichten over een schietpartij voorafgaande aan de brand zouden bevestigen dat er opzet in het spel was.

Gevangenisdirecteur Daniel Orellana ontkent dat de brand het gevolg is van rellen. „We hebben twee hypotheses. Een is dat een gevangene een matras in de brand heeft gestoken, de ander is een kortsluiting”, zei Orellana tegen persbureau Reuters. De autoriteiten gaan vooralsnog uit van dat laatste. Tijdens het blussen werd er volgens de brandweer geschoten in het complex.

Honduras kampt met veel bendegeweld en drugssmokkel, en heeft met 82 moorden per 100.000 inwoners wereldwijd het hoogste moordcijfer volgens de VN. De gevangenissen in het Midden-Amerikaanse land zitten vaak overvol en worden grotendeels bevolkt door leden van twee rivaliserende bendes.

Veel Midden-Amerikanen vestigden zich in de jaren 80 en 90 in Latino-wijken in de Verenigde Staten, waar zij in aanraking kwamen met de aanwezige straatbendes. Veel opgepakte bendeleden werden door de Amerikaanse autoriteiten direct uitgezet naar hun land van herkomst.

De twee grootste bendes Mara Salvatrucha en Barrio 18 groeiden door aanwas van jongeren met weinig toekomstperspectief en verspreidden zich snel over Midden-Amerika. De rivaliteit tussen de twee bendes, waarvan de leden niet verschillen op hun prominente tatoeages na, leidt al jaren tot een moorddadig spel, opgestookt door de strijd om controle over drugssmokkel.

Een woordvoerder van de brandweer, José Garcia, verklaarde tegenover de aanwezige pers dat hij „verschrikkelijke” dingen zag. Zeker honderd gevangenen verbrandden levend of stikten in hun cel, aldus Garcia. „We konden ze niet bevrijden omdat we de sleutels niet hadden en de bewaarders die ze wel hadden niet konden vinden”, zei Garcia. Gevangenen vochten onderling om uit het brandende complex te komen. Overlevenden vertelden dat ze het dak kapot moesten slaan om naar buiten te komen.

De president van Honduras, Porfirio Lobo, neemt de gevolgen van de brand hoog op. Hij verzocht om een diepgaand en transparant onderzoek naar deze „betreurenswaardige en onacceptabele” ramp. Hij vervolgde dat de directeur van de gevangenis in Comayagua en het hoofd van het nationale gevangenisorgaan worden geschorst zolang het onderzoek loopt.

De gevangenisbrand is een van de grootste in de geschiedenis van Latijns-Amerika. In de overvolle Hondurese gevangenissen brak het afgelopen decennium al twee keer eerder een grote brand uit, in 2003 kwamen daarbij 68 gevangenen om, in 2004 meer dan honderd. Uit onderzoek dat toen volgde bleek dat gevangenisbewaarders en politie tijdens die branden op vluchtende gevangenen hadden geschoten of ze hadden opgesloten in hun cel. Ook de gevangenis Comayagua zat ver boven zijn capaciteit. Het complex is gebouwd voor 500 gevangenen, op het moment van de brand zaten er 853 vast.

Gisteren braken na de brand gevechten uit rond de gevangenis. Familieleden van gevangenen verzamelden zich rond het complex en gooiden met stenen naar de politie. Agenten schoten daarop met traangas en vuurden in de lucht.