Kunstzinnige oorlogshitser viert 300ste verjaardag

De beroemdste Duitse koning was filosoof en schrijver en musicus en componist. Duitsland herdenkt dat Frederik de Grote driehonderd jaar geleden werd geboren.

Gemälde / Öl auf Leinwand (1739) von
Antoine Pesne [1683 - 1757]
Bildmaß 80,5 x 65 cm
Inventar-Nr.: 489
Person: Friedrich II. (der Große) [1712 - 1786], König von Preußen (1740 - 1786)
Systematik:
Personen / Fürsten / Deutschland / Hohenzollern / Friedrich II. / Porträts / als Kronprinz
bpk / Gemäldegalerie, SMB / Jörg

‘Ik hoop dat het nageslacht, waarvoor ik schrijf, de filosoof in mij weet te onderscheiden van de vorst, en het fatsoenlijke mens van de politicus.”

Deze woorden zijn van Frederik II van Pruisen, ook wel Frederik de Grote geheten en in Duitsland liefkozend der Alte Fritz genoemd. Hij is de beroemdste en meest omstreden telg van het Duitse vorstenhuis Hohenzollern. Dit jaar is het driehonderd jaar geleden dat Friedrich werd geboren. Op veel plaatsen in Duitsland zijn tentoonstellingen en culturele en politieke manifestaties aan hem gewijd. Frederik II (1712-1786) was keurvorst van Brandenburg en vanaf 1740 koning in en later van Pruisen, een subtiel verschil dat te maken had met de voortdurende gebiedsuitbreiding van deze expansieve staat, de voorloper van Duitsland.

Frederik was veel meer dan vorst en staatsman. Hij was intellectueel, schrijver, musicus, componist, librettist; een creatieve en veelzijdige Schöngeist die correspondeerde met de Franse schrijver en filosoof Voltaire en die op zijn slot Sanssouci in Potsdam bij Berlijn debatavonden organiseerde met wetenschappers en kunstenaars uit heel Europa. Bij die gelegenheden speelde hij graag dwarsfluit; improvisaties of stukken die hij zelf had gecomponeerd. Sommige van zijn symfonieën en fluitconcerten hebben de tijd overleefd. In heel Duitsland, maar met name in Berlijn, worden ze nog regelmatig gespeeld.

Het citaat hierboven („Ik hoop dat het nageslacht...”) komt het sterkst tot uiting in Frederiks libretto voor de opera Montezuma op muziek van hofkapelmeester Carl Heinrich Graun. Het tragische verhaal van de tolerante en verlichte Aztekenkoning die gevangen wordt genomen door de Spaanse conquistador Hernán Cortés, moet voor Frederik een ware uitdaging zijn geweest. In zijn tekst kiest deze volbloed machiavellist, winnaar van vele veldtochten in Europa, unverfroren partij voor de verliezer, de anti-machtspoliticus Montezuma; „in de eerste plaats mens, dan pas vorst”.

Muziekwetenschapper Lena van der Hoven schrijft over Frederiks libretto dat de teloorgang van de Aztekenkoning „essentieel voor de politieke instrumentalisering” van deze opera is. „Alleen door het falen van de vreedzame en verstandige Mexicaanse heerser kan Frederik laten zien waarom we bij hem onderscheid moeten maken tussen de filosoof en de vorst.” Montezuma is ter gelegenheid van Frederiks driehonderdste geboortedag (24 januari) in Berlijn als meeslepende concertante uitvoering op de bühne gebracht.

Frederik de Grote was met zijn gespleten karakter van artistiek getalenteerde intellectueel enerzijds, en nietsontziend staatsman anderzijds een dr. Jekyll en mr. Hyde avant la lettre. Bij de Pruisenkoning staan mooie en lelijke eigenschappen lijnrecht tegenover elkaar: zijn liefde voor muziek, literatuur en filosofie versus zijn machtshonger, lust tot oorlogvoeren en mensenverachting.

Op de net geopende tentoonstelling 300x Friedrich. Preussens grosser König und Schlesien in het Oberschlesisches Landesmuseum in Ratingen (nabij Essen) komt die ambivalentie goed naar voren. Maar uit alles blijkt hoezeer hij met al zijn culturele bagage en kunstzinnige ambities toch in de eerste plaats een man van het staatsgeweld was – van de oorlog.

Verlicht absolutisme

Frederik de Grote was een verklaard aanhanger van de leer van het verlicht absolutisme, waarbij een vorst zich niet beriep op zijn goddelijke recht op de troon, maar op zijn nut voor zijn volk. Frederik zag zichzelf als „eerste dienaar van de staat”. Zijn vele hervormingen in Pruisen voerde hij door in de traditie van de Verlichting. Maar zijn naamsaanduiding ‘De Grote’ heeft hij te danken aan zijn oorlogen, en niet aan zijn verlichte of kunstzinnige geest.

Je kunt het ook zo zeggen: de meest tolerante en cultureel geïnteresseerde monarch van toenmalig Europa was een Kriegstreiber – een oorlogshitser. Een man die niet bang was en zelf de frontlinie nooit schuwde, maar die ook absolute gehoorzaamheid van zijn soldaten eiste en meedogenloos hele regimenten opofferde aan het belang van Pruisen en de Hohenzollerns. De Duitse publicist en historicus Sebastian Haffner noemt Frederik de Grote in zijn standaardwerk Preussen ohne Legende een cynicus die niet gewetenlozer was dan andere politici van zijn tijd, maar die zich van hen onderscheidde „door zijn gewetenloosheid niet te verbloemen”.

Van Frederiks oorlogen is die om Silezië, een historische regio in Midden-Europa aan weerszijden van de Oder, wel het brutaalst geweest. Haffner schrijft dat het een grote prestatie was dat Frederik „de roof van Silezië” (1740) later tijdens de Zevenjarige Oorlog (1756-1763) met succes verdedigde tegen een coalitie van drie Europese mogendheden: Oostenrijk, Frankrijk en Rusland. „Een prestatie die de krachten van het kleine en armoedige Pruisen eigenlijk ver te boven ging.”

Maar Frederik wilde Silezië niet opgeven. Hij kwam er graag; de streek was voor hem een soort proefveld. Ook dat laat de expositie in het Oberschlesisches Landesmuseum overtuigend zien. In Silezië experimenteerde Frederik met de economie, het bestuur, de architectuur en met het opbouwen van een culturele infrastructuur. De vele Polen die door de annexatie van Silezië in Pruisen werden opgenomen, ging het daar niet slechter dan voorheen. „Eerder beter”, constateert publicist Sebastian Haffner laconiek.

Of het nu in Silezië was of in andere delen van Pruisen, belangrijk voor het welbevinden van de Pruisische bevolking was de aanwezigheid van degelijk geld. Geen andere Europese vorst heeft zich zo intensief met het muntwezen van zijn land beziggehouden als Frederik. Op de tentoonstelling Für 8 Groschen ist’s genug. Friedrich der Grosse in seinen Münzen und Medaillen in het Berlijnse Bode Museum wordt Frederik als monetair econoom gevierd. Met een rücksichtslose devaluatie financierde hij de Zevenjarige Oorlog. En vroeg of laat, schreef hij eens, „betaal ik alle staatsschulden; dan kan ik rustig sterven”.

De titel van deze expositie is ontleend aan een apocriefe maar grappige conversatie tussen Frederik en een aantal frontsoldaten. „Stelletje rakkers, willen jullie eeuwig leven?” vraagt de veldheer als zijn manschappen aarzelen de strijd aan te gaan. „Fritz, voor acht groschen is vandaag lang genoeg”, klinkt het, en grijnzend trekt het groepje ten aanval. Acht groschen was de weeksoldij van een Pruisische infanterist.

Tweezijdig karakter

Van geen van de Pruisenkoningen is achteraf zo’n misbruik gemaakt als van Frederik de Grote. Ook dat hoort bij het tweezijdige karakter van deze monarch. Zijn militaire en geopolitieke erfgoed zijn in de twintigste eeuw gekaapt door de Duitse dictator Adolf Hitler. Doordat de nazi’s regelrecht aan de haal zijn gegaan met Frederik, is de verkeerde indruk ontstaan dat Hitlers Derde Rijk en het achttiende-eeuwse Pruisen in grote lijn dezelfde ideologie vertegenwoordigden. Niets is minder waar.

Voor Hitlers propagandamachine was er geen beter medium waarmee de band tussen Pruisen en nazi-Duitsland kon worden aangetoond dan de speelfilm. De tentoonstelling Der falsche Fritz. Friedrich II im Film in het Filmmuseum in Potsdam brengt de mythevorming over Frederik de Grote en Pruisen op transparante wijze in kaart. Volgens curator Guido Altendorf zijn films over Frederik de Grote in de afgelopen eeuw steeds in omloop gebracht als het slecht ging met Duitsland en er kennelijk behoefte bestond aan historische heroïek. Sinds 1910 zijn meer dan veertig bioscoop- en televisiefilms over Frederik gemaakt.

Een ereplaats in deze kleine maar indringende expositie krijgt de Duitse acteur Otto Gebühr (1877-1954), die tussen 1920 en 1942 in maar liefst vijftien speelfilms de rol van Frederik de Grote op zich nam. Gebühr, die een sterke gelijkenis met Frederik vertoonde, deed dat met zoveel overtuiging dat hij op straat door bioscoopbezoekers met ‘majesteit’ werd aangesproken.

Der falsche Fritz laat fragmenten zien uit eerst beroemd en later berucht geworden Frederikfilms uit de nazitijd, zoals Fridericus (1936; regie Johannes Meyer) en Der grosse König uit 1942, geregisseerd door Veit Harlan en onder toezicht van Hitlers propagandaminister Joseph Goebbels. De film diende ter „morele en psychologische ondersteuning van het Duitse volk”.

Er zijn dit jaar tal van exposities over Frederik de Grote in Duitsland. Enkele belangrijke die net geopend zijn: ‘300 x Friedrich’ in het Oberschlesisches Landesmuseum in Ratingen bij Essen; ‘Der falsche Fritz’ in het Filmmuseum in Potsdam; ‘Für 8 Groschen ist’s genug’ in het Bode Museum in Berlin. Op komst: ‘Friederisiko’, slot Sanssouci in Potsdam; vanaf 28 april. En ‘Friedrich der Grosse – verehrt, verklärt, verdammt’, vanaf 22 maart, Deutsches Historisches Museum te Berlijn.