Haatsjeik!

Ik las dat er een omstreden haatsjeik naar Nederland komt. Er zijn blijkbaar ook haatsjeiks die niet omstreden zijn, die gewoon lekker aan het haten zijn zonder dat iemand daar echt last van heeft. Of kunnen Engelse hanen iets wat de onze niet kunnen? Maar het gaat me nu om het woord haatsjeik. Het is

Ik las dat er een omstreden haatsjeik naar Nederland komt. Er zijn blijkbaar ook haatsjeiks die niet omstreden zijn, die gewoon lekker aan het haten zijn zonder dat iemand daar echt last van heeft.

Of kunnen Engelse hanen iets wat de onze niet kunnen?

Maar het gaat me nu om het woord haatsjeik. Het is een moeilijk woord om in één keer goed te lezen. In eerste instantie denk ik dat het haa-tsjeik is, en dan ook nog met de klemtoon op de laatste lettergreep. HaaTSJEIK! Het klinkt als een niesgeluid. En waarom zou je het ook eigenlijk níét zo schrijven? ‘Hatsjoe’ is eigenlijk ook maar arbitrair. Ik ken genoeg mensen bij wie de nies klinkt als een hard en meedogenloos: ‘HAF!’ Er zijn ook bescheiden types waarbij alleen een zacht ‘ief’ overblijft van de nies. (Overigens ligt het met niezen best gevoelig. Een keiharde niezer komt snel over als een exhibitionist met grootheidswaan. Iemand die zijn nies helemaal inslikt, dat heeft dan weer iets van een stille psychopaat.)

Bij woorden die direct een klank nabootsen besef je pas echt hoe moeilijk het eigenlijk is om een klank te vangen in letters. Waar wij een hond ‘waf’ of ‘woef’ horen zeggen, horen Engelstaligen ‘bark’ en Japanners ‘wan wan’. Met het geluid van de haan zijn die verschillen nog veel extremer. Cock-a-doodle-doo? Waar halen ze het vandaan? Of kunnen Engelse hanen iets wat de onze niet kunnen?

Als ik nadenk over het begin van alle taal (en dat doe ik graag, op een stille middag), dan denk ik dat alle woorden ooit begonnen zijn als klanknabootsing.

In de tijd dat taal net bestond en mensen nog echt enthousiast waren over dit nieuwe concept. In plaats van iets zelf te gaan zien, kon je er gewoon over verteld krijgen. Wat handig! Je hoeft je grot niet meer uit! Dus iemand maakte bijvoorbeeld een knisperend geluid, en dan wisten de anderen: hij is geweest op die plek waar de bladeren knisperen. Langzaamaan ontstond het woord knisperen.

Later ontstonden alle andere woorden, die steeds verder wegzongen van het ding waarnaar ze verwezen. Waardoor we nu vaak niet meer weten wat we bedoelen. Daar kan ik melancholisch van worden. Hoewel, dat kan ook liggen aan de dooi die is ingetreden en de verkoudheden die nu pas goed doorbreken. Ha… Haa… Haatsjeik!

    • Paulien Cornelisse