De wereld heeft de Afrikaanse boer juist nodig

Nog altijd lijdt één op de zeven mensen in de wereld honger. Nu dreigt weer massale honger in de landen van de Sahel, waarschuwden de Verenigde Naties gisteren. Een ramp is nog af te wenden als rijke landen snel met 550 miljoen euro over de brug komen, zegt Josette Sheeran, directeur van het World Food Program.

(FILES) -- A file photo taken on September 5, 2011 shows children queueing for a meal at a WFP-feeding centre in Somalia's capital Mogadishu where more than 100,000 people have fled to to seek help from a severe drought that has hit Somalia. A gunman on December 23, 2011 killed three aid workers including two World Food Programme employees in central Somalia, a WFP official said. "An individual opened fire killing outright one WFP staff member and a man working for a cooperating partner. A second WFP staff member was shot and later died as a result of his injuries," WFP said in a statement. AFP PHOTO/Otto BAKANO AFP

De hongersnood in Somalië is voorbij, verklaarde de Verenigde Naties vorige week. Maar nu dreigt weer massale honger en ondervoeding in de landen van de Sahel – Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauretanië en Niger.

„We kunnen nog voorkomen dat deze crisis een ramp wordt, maar dan moeten we nú in actie komen”, zegt Josette Sheeran, directeur van het World Food Program, de VN-organisatie voor de bestrijding van honger in de wereld. Gisteren deed ze samen met de leiders van andere VN-organisaties een dringende oproep aan de wereld om met 725 miljoen dollar (550 miljoen euro) over de brug te komen om een nieuwe hongersnood af te wenden.

De zorg over ‘voedselveiligheid’ stond afgelopen jaren hoog op de internationale politieke agenda, onder meer bij de Verenigde Naties en de G20. Toen de voedselprijzen in 2007 en 2008 dramatisch stegen, leidde dat in verschillende ontwikkelingslanden tot grote maatschappelijke onrust, soms uitmondend in straatrellen.

Maar nu de prijzen de afgelopen maanden zijn gedaald, en de financiële crisis de wereldeconomie bedreigt en dus alle aandacht opeist, is het voedselprobleem op de achtergrond geraakt. Ten onrechte, zegt Sheeran, want het aantal mensen met honger blijft groeien. In de marge van het World Economic Forum, eind vorige maand in Davos, betoogt Sheeran dat de vrede en internationale stabiliteit in gevaar komen als het steeds terugkerende probleem van de honger niet wordt opgelost.

„Nog altijd lijdt één op de zeven mensen in de wereld honger, één op de zeven mensen heeft ’s morgens geen idee hoe ze één beker met voedsel moeten vullen. Kinderen blijven daardoor achter in hun groei en hun hersenen ontwikkelen zich onvoldoende.

„En dat terwijl er genoeg voedsel is voor de hele wereldbevolking. Maar 40 procent gaat verloren, wordt verspild of ligt te verrotten, zowel in de geïndustrialiseerde landen als in de Derde Wereld. Voorlopig is er nog genoeg voedsel voor iedereen, alleen is het buiten het bereik van veel mensen.”

Het World Food Program voedt, met een begroting van zo’n vier miljard dollar, jaarlijks tussen de 90 en 112 miljoen mensen in 70 landen die zichzelf niet kunnen voeden als gevolg van droogte, oorlog, natuurrampen of armoede. Overal waar Sheeran in het openbaar spreekt heeft ze een rode plastic beker bij zich, als symbool voor die ene beker voedsel per dag die voor kinderen over de hele wereld genoeg is om hun leven te redden. Leeg symboliseert de beker honger, ondervoeding en de ziektes die daarbij horen; vol symboliseert hij gezondheid en een hoopvolle toekomst.

„Als mensen niet genoeg te eten hebben, zijn er drie mogelijkheden voor ze. Ze kunnen in opstand komen, ze kunnen ergens anders heen trekken, zoals je nu ziet met honderdduizenden vluchtelingen uit vooral Somalië die in het kamp Dadaab in Kenia zitten, of ze kunnen dood gaan. Dat laatste gebeurde afgelopen jaar in Somalië met de mensen die we door het geweld daar niet konden bereiken.”

Uw organisatie bestaat al meer dan vijftig jaar – waarom is het aantal mensen met honger niet verminderd?

„De wereld produceert meer voedsel dan ooit te voren, en daarmee worden ook meer mensen dan ooit gevoed. Alles bij elkaar produceert de landbouw 17 procent meer calorieën dan vijftien jaar geleden. Dus je zou zeggen: een succesverhaal.

„Maar door de bevolkingsgroei verliezen we toch terrein. In absolute termen is het aantal mensen met honger het afgelopen jaar niet afgenomen, maar gestabiliseerd. Daar komt bij dat mensen met ernstige voedseltekorten kampen door oorlogen, natuurrampen en armoede.”

Gaat de opkomst van biobrandstoffen ten koste van gewassen voor voedselproductie?

„Mijn organisatie mengt zich niet in die discussie, dat valt buiten ons mandaat. Maar de crisis in 2007/2008 werd zeker verscherpt doordat voedselmarkten voor een deel brandstofmarkten werden.

„De technologie op dat terrein heeft zich enorm ontwikkeld. Heel veel landen, ook in Afrika en Azië, kunnen nu van zo ongeveer alle gewassen brandstof maken. Toen de olieprijzen boven de 80 dollar per vat uitkwamen, werd het economisch heel aantrekkelijk om te kiezen voor dit soort alternatieve brandstofproductie. Kun je nagaan wat er gebeurt als de olieprijs 150 dollar per vat of meer wordt.

„Maar de productie van biobrandstof kan voor arme gemeenschappen ook een manier zijn om te overleven. Dus je kunt niet domweg zeggen: de productie van biobrandstoffen is slecht.”

Wat heeft de wereld geleerd van de crisis van vijf jaar geleden?

„Al decennia gingen de ontwikkelingen de goede kant op. Er was voedsel in overvloed, de prijzen daalden, tussen 1969 en 2004 was het deel van de wereldbevolking dat honger leed gehalveerd.

„Maar in de zomer van 2007, ik was net in deze functie aangetreden, sloeg alles om. Als hulporganisatie is het World Food Program de kanarie in de kolenmijn, wij merken als eerste wanneer het misgaat. Van onze landenbureaus hoorden we dat de prijzen zó hard stegen, dat mensen ernstig in de problemen kwamen. Per maand gingen de prijzen tien procent omhoog, na zes maanden was er een verdubbeling – dat was nog nooit vertoond.

„Ik heb het ‘de stille tsunami’ genoemd. Twee trends kwamen samen: terwijl het aantal mensen met honger of ondervoeding sterk toenam, met 140 miljoen in één jaar, konden wij met hetzelfde geld nog maar half zoveel voedsel kopen.

„We hadden ons totaal niet kunnen indekken. Als er een crisis was, deden we een beroep op de wereld, en dan kregen we voedselhulp of geld waarmee we dan aankopen konden doen op de spotmarkt – die op dat moment juist heel erg onder druk stond. We willen natuurlijk liever voedsel kopen als er genoeg van is en de prijzen laag zijn, zodat we voorraden kunnen aanleggen in risicogebieden.

„Inmiddels hebben we daarvoor ook toestemming gekregen. Tachtig procent van van onze voedselaankopen doen wij nu in ontwikkelingslanden, bij voorkeur na de oogst, als er voldoende is.”

Hoe heeft de internationale gemeenschap op de crisis gereageerd?

„We hebben ontzettend veel hulp gekregen, veel donorlanden hebben hun bijdrage verdubbeld. Erg belangrijk is verder wat de G20 heeft gedaan onder leiding van Frankrijk. Zodra er een voedselcrisis is, raken landen in paniek en verbieden ze de export van voedsel. Daardoor kunnen wij voedselhulp die we gekocht hebben niet naar de gebieden brengen waar het nodig is. Maar de G20-landen, samen goed voor 80 procent van alle verhandelbare voedsel, hebben nu besloten het World Food Program van alle exportverboden uit te zonderen.”

Steeds meer ontwikkelingslanden verpachten landbouwgrond aan rijkere landen, of aan buitenlandse bedrijven. Is dat goed?

„De voedselcrisis van de jaren zeventig maakte duidelijk dat de wereld een veel groter voedselaanbod nodig had. Bedrijven van over de hele wereld begonnen in Brazilië te investeren, naast Braziliaanse bedrijven. Dat heeft enorm goed gewerkt, Brazilië dringt de honger sneller terug dan enig ander land. De afgelopen tien jaar hebben zich daar 27 miljoen mensen uit extreme armoede en honger opgewerkt.

„Natuurlijk is het niet goed als al die investeringen alleen ten goede komen aan het buitenland. Ook de honger in het eigen land zou ermee bestreden moeten worden. Dat gebeurt niet altijd, in sommige landen leidt al die extra landbouwproductie niet tot vermindering van de honger. Maar er zijn ook voorbeelden dat de lokale bevolking vijf procent van de productie krijgt en profiteert van de aangelegde infrastructuur en de expertise die hun land binnenkomt.”

Gaat deze ontwikkeling niet ten koste van de kleine boeren, die toch al in de verdrukking zitten?

„Dat hoeft niet. De helft van alle mensen met honger in de wereld zijn zélf kleine boeren die niet genoeg kunnen verbouwen om hun gezinnen te voeden. In de meeste landen vormen kleine en middelgrote bedrijven de kern van de economie, en spelen kleine boeren een sleutelrol.

„De komende decennia zullen we twee keer zoveel voedsel moeten zien te produceren als nu. Ik ben ervan overtuigd dat daarom de tijd van de Afrikaanse boer is aangebroken. De wereld heeft hem nodig. Je zult zien dat er nu in Afrika veel geïnvesteerd zal worden in irrigatietechnologie en landbouwwerktuigen. Voor een deel zal het om grote landbouwbedrijven gaan, maar zeker ook om kleine boeren.”

Koopt u van kleine boeren?

„Steeds meer. We merkten dat veel kleine boeren een erg lage opbrengst per gewas hebben. Maar als je tegen ze zegt: wij zijn bereid alles wat je produceert tegen de marktprijs van dat moment te kopen, en wij zorgen dat het – over vaak onmogelijk slechte wegen – naar de markt wordt gebracht en zonodig opgeslagen, dan zie je dat hun opbrengst verdubbelt of verdrievoudigt. Met hulp van de geldschieters Bill Gates en Warren Buffett hebben we hier in 21 landen een speciaal programma voor opgezet, ‘Purchase for Progress’, of P4P. Zo worden die boeren toeleveranciers van ons en kunnen ze zichzelf en hun gemeenschap veel beter voeden.”

Juurd Eijsvoogel

    • Juurd Eijsvoogel