De perfecte tweede man naast Sir Alex

René Meulensteen, veldcoach van Manchester United, maakt sterren nog beter. Vanavond speelt zijn club in de Arena tegen Ajax.

Redacteur Voetbal

Carrington. Daags na het gewonnen competitieduel tegen Arsenal, drie weken geleden, leidt de Nederlandse veldtrainer René Meulensteen van Manchester United zoals altijd de training. Voor een groot deel zijn het reserves die zijn oefeningen uitvoeren. Sterren als Wayne Rooney en Rio Ferdinand hebben rust gekregen, maar zelfs dan is het trainingsveld verboden terrein voor journalisten. „Mag niet van de manager”, had Meulensteen gezegd aan de telefoon.

De manager, Sir Alex Ferguson, wil het niet en dan gebeurt het ook niet. Receptioniste Kathy Phipps, een gezellige vrouw van in de zestig, gebiedt het Nederlandse bezoek rustig te blijven zitten in de lobby van het trainingscomplex in Carrington, even buiten Manchester. „René komt zo bij je. Zeg eens, hoe gaat het eigenlijk met mijn vriend Arnold?”

Ze doelt op Arnold Mühren, tussen 1982 en 1985 een van de eerste buitenlandse spelers van Manchester United. Phipps heeft ze allemaal gekend, van George Best tot Cristiano Ronaldo. De legendarische trainer Matt Busby was haar eerste baas toen zij in 1968 begon en nooit meer wegging. Het was het jaar dat United voor het eerst de Europa Cup I won, tien jaar na de vliegramp in München waarbij acht spelers van het beloftevolle team, the Busby Babes, om het leven kwamen.

Denis Irwin, linksback van het succesvolle team in de jaren negentig, komt even langs. Hij geeft Phipps een zoen en verdwijnt lachend richting de kantoren achter haar. Daar werkt onder anderen de dochter van Bryan Robson, de stoere aanvoerder van United in de jaren tachtig en vroege jaren negentig. Eén grote familie.

En hier werkt dus ook René Meulensteen (47) al tien jaar, even onderbroken door een uitstapje naar het Deense Brøndby IF. Achter de schermen, zoals hij het wenst. Hoewel hij bij elk camerashot van Ferguson tijdens de wedstrijden van United voor de kijkers rechts in beeld te zien is, leidt hij een rustig en relatief anoniem bestaan. „Ik zoek de publiciteit niet op.”

In 2001 werd hij aangetrokken als techniektrainer voor de jongste jeugd van Manchester United in de fonkelnieuwe football academy. Zeven- of achtjarige spelers die Meulensteen onder zijn hoede had, staan nu op het punt door te breken. Danny Welbeck en Tom Cleverley maken al regelmatig hun opwachting in het eerste – en er komen er nog meer aan. Jongens uit eigen kweek die de basisbeginselen zijn bijgebracht door Meulensteen. „The Meuly Babes”, lacht hij.

Meulensteen is een leerling van de vorig jaar op 86-jarige leeftijd overleden Wiel Coerver. Deze befaamde oud-trainer van onder meer NEC en Feyenoord ontwikkelde op basis van technische vaardigheden van de allergrootste spelers een trainingsmethode voor de minder talentvollen. Na een bescheiden carrière in de top van het amateurvoetbal trok Meulensteen op zijn 29ste naar Qatar om daar met zijn leermeester de Coerver-methode in de praktijk te brengen. Toen Manchester United in Engeland geen geschikte skills development coach voor de jeugd kon vinden, kende iemand op Old Trafford nog wel een trainer in Qatar. René Meulensteen dus, oud-amateurvoetballer van De Treffers uit Groesbeek.

Bij de grootste club in de Premier League werd de techniektrainer de rechterhand van Ferguson. Maar zijn de sterren van United niet al uitgeleerd? Meulensteen schudt zijn hoofd. „Dat is een totale misvatting die altijd in de voetballerij geleefd heeft. Omdat trainers het gewoon niet weten. Dat is ook altijd de kritiek van Coerver geweest. Trainers weten niet hoe ze spelers technisch moeten ontwikkelen. ‘Ja dat moeten ze kunnen, dat moeten ze weten’, hoor je dan. Allemaal grote onzin. Toen ik hier begon heb ik Ferguson ervan weten te overtuigen dat er bij het eerste elftal nog veel winst te behalen is.”

En dat is gelukt, vindt hij zelf. Neem Cristiano Ronaldo, die in 2009 vertrok naar Real Madrid. „Ronaldo is een van de spelers met wie ik het meest gedaan heb. Iedereen ziet Cristiano alleen zoals hij nu is, maar je moest hem eens zien toen hij bij ons kwam. Een jongen die een enorme explosiviteit had, met een enorme arrogantie in zijn spel. Maar qua techniek was het niet meer dan een hoop gepiel met een bal.”

Manager Sir Alex Ferguson staat volgens Meulensteen altijd open voor ideeën. „ Hij heeft mij altijd gesteund in waar ik mee bezig was en mij ook door laten groeien bij de club. Ook toen ik tegen de manager zei: luister, ook jouw spelers kunnen hier nog heel veel mee. Ik zei: ik voorzie dat de ruimtes steeds kleiner worden, het voetbal steeds sneller wordt en ploegen tactisch steeds beter en moeilijker te doorbreken worden. Spelers zullen dus onvoorspelbaarder moeten worden in de individuele actie.”

Meulensteen noemt Ferguson „een ontzettend intelligente man” die veel algemene kennis heeft. „Politiek, geschiedenis, muziek, films – alles. Hij heeft veel gelezen, veel biografieën. Hij is een goede psycholoog. Hij weet op het goede moment boodschappen naar het team over te brengen.”

Ferguson vierde vorig jaar zijn 25-jarige jubileum als coach van Manchester United. Zijn opvolging is een belangrijk onderwerp, voor hem en voor de club, zegt Meulensteen. „Het is allemaal leuk en aardig als je 25 of straks 26, 27, 28 jaar in dienst bent geweest en al die jaren geweldige successen hebt geboekt. Dan zeg je niet ‘dank je de koekoek, zoek het maar uit’. De grootste uitdaging voor hem is te zorgen dat dit succes onder een andere manager doorgaat.”

Over zijn eigen ambities houdt Meulensteen zich op de vlakte. „Het gaat in zo’n hoog tempo: presteren, herstellen, trainen weer, voorbereiden, weer plannen en bam weer presteren. Je moet zorgen dat de spelers blijven zien dat jij fris bent. Je verwacht van de spelers een wereldprestatie, dan moeten ze dat in return ook van ons kunnen verwachten.”

Sinds United in 1993 de eerste landstitel na 1967 won, deed de club altijd mee om de prijzen. Meulensteen: „Dat tekent de kwaliteit van het management. Zij zorgen er altijd voor dat het impulsen vanuit de eigen academy krijgt. De academy is onze hartslag. Dat heeft {stadgenoot en grote rivaal, red.} City niet. Wij proberen altijd te zorgen dat jongens vanuit de eigen club de aorta zijn.”

    • Bart Hinke