De afrekencultuur op scholen neemt toe. Is dat wel goed?

De politiek dreigt te verzanden in ‘meetfixatie’, vindt de Onderwijsraad. Weg van de details, luidt zijn advies. Laat besturen en docenten hun werk doen.

Meten is weten. Dat is het credo van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA). Alle basisscholen moeten een leerlingvolgsysteem inrichten en vanaf volgend jaar verplicht de Citotoets afnemen. In het voortgezet onderwijs komt er wellicht een voortgangstoets na de onderbouw. Zo houdt de overheid grip op wat er op scholen gebeurt.

De tendens dat scholen met almaar meer regels en toetsen worden geconfronteerd, stuit op kritiek. De Onderwijsraad, het belangrijkste adviesorgaan van regering en parlement over onderwijs, plaatst vandaag stevige kanttekeningen. „Het verplichtende karakter van extra toetsen en examens leidt tot vrees voor een afrekencultuur”, schrijft de raad.

In zijn advies beschouwt de raad de effecten van de ‘actieplannen’ die het kabinet de afgelopen jaren heeft gelanceerd om de kwaliteit van het onderwijs te verbeteren. Door de fixatie op de positie van Nederland op internationale lijstjes „dreigt [dit] beleid in toenemende mate betekenisloos te worden voor bestuurders en docenten”, vreest de Onderwijsraad. „Voor docenten raakt het bijdragen aan een optimale ontwikkeling van hun leerlingen doorgaans meer de kern van hun beroep dan het bijdragen aan een positie van Nederland in de top-5 van best presterende economieën.”

De raad waarschuwt ook voor „meetfixatie”. Daarbij wordt meten een doel op zich „in plaats van een middel om te komen tot schoolverbetering”. Zover is het op dit moment nog niet, maar „het is zaak dat Nederland zich ook niet verder op dit pad begeeft”. Conclusie: „Meer vrijheid voor scholen is wenselijk.”

De Onderwijsraad adviseert altijd in zeer zorgvuldig gekozen bewoordingen. Zowel overheid als onderwijs moet uit de voeten kunnen met de aanbevelingen. Toch laat het advies van vandaag zich lezen als een waarschuwing aan de politiek: geef de professionals in het onderwijs de ruimte om hun werk te doen. Leraren en schoolbesturen moeten zich achteraf verantwoorden voor hun prestaties, maar ze moeten de kans krijgen het onderwijs naar eigen inzicht in te richten.

Opvallend concreet is de raad over het besluit om de Cito-toets verplicht te stellen. De raad „heeft een voorkeur voor het stellen van inhoudelijke eisen boven het verplicht stellen van één centrale eindtoets.” Door één bepaalde eindtoets verplicht te stellen, „grijpt de overheid in hoge mate in in het onderwijs”.

De parlementaire commissie-Dijsselbloem, die in 2008 een kritisch rapport publiceerde over het onderwijsbeleid van de afgelopen decennia, waarschuwde de politiek: bemoei je niet op detailniveau met de vormgeving van het onderwijs. De Onderwijsraad onderstreept die conclusie vandaag nog eens.

    • Bart Funnekotter