Brieven

Christenfobie? In Darfur wonen niet eens christenen

Ayaan Hirsi Ali wil ons doen geloven dat er een „oorlog” aan de gang is die duizenden christenen in de moslimwereld het leven kost (Opinie & Debat, 11 februari). Wat betreft Soedan maakt zij een ernstige simplificatie. Ze schrijft: „Wat vaak als burgeroorlog is omschreven, is in de praktijk de aanhoudende vervolging van religieuze minderheden door de Soedanese overheid.”

Het conflict in Soedan wordt al jaren op allerlei manieren uitgelegd. Antropologen wijzen op conflicten tussen etnische groepen. Amerikaanse zwarte kiezersgroepen framen het conflict als een onderdrukking van zwarte zuidelijke stammen door het Arabische Noorden. Fundamentalistische christenen zien het als een religieuze oorlog tussen christenen en moslims.

Centraal in dit conflict staat de ongelijke verdeling van welvaart en politieke zeggenschap. Een elite in Khartoum heeft sinds de koloniale tijd de macht. De rest van het land wordt gemarginaliseerd. Het verzet wordt de kop ingedrukt door een gewiekste verdeel-en-heerspolitiek, waarin etnische en sociale tegenstellingen worden aangewakkerd.

Helemaal bont maakt Hirsi Ali het als ze schrijft: „Deze vervolging (van religieuze minderheden) culmineerde in de beruchte volkenmoord in Darfur, die in 2003 begon.” Maar alle strijdende partijen zijn moslim! Er heeft daar nooit meer dan een handvol christenen gewoond.

Hirsi Ali pleit ervoor ‘de westerse miljarden’ in te zetten tegen de vermeende christofobie. Ik zou zeggen: gebruik ze voor het scheppen van rechtvaardiger verhoudingen in Soedan, want die miljarden spelen een centrale rol in het geopolitieke spel dat het regime in stand houdt.

Frans Bieckmann

Hoofdredacteur van de globaliseringswebsite The Broker. In mei verschijnt van hem bij uitgeverij Balans het boek: Soedan – Het sinistere spel om macht, rijkdom en olie.

Zonder Assad zijn Syrische christenen vogelvrij

Bedankt, Ayaan Hirsi Ali, dat je dit door de media lang verzwegen onderwerp aan de orde hebt gesteld (Opinie & Debat, 11 februari).

Ook in Syrië zien christenen de toekomst met angst en beven tegemoet. Assad is een dictator, maar wist, net als Saddam Hussein, de veiligheid van de christelijke minderheid te waarborgen. Syrische christenen vrezen vogelvrij te worden, net als hun geloofsgenoten in Irak. Onder de opstandelingen zitten radicale elementen waar de christenen weinig goeds van kunnen verwachten.

Ton Smit

Utrecht

Hirsi Ali’s voorstel is vooroorlogs imperialisme

Ayaan Hirsi Ali vraagt terecht aandacht voor de moeilijke positie van christenen in moslimlanden (Opinie & Debat, 11 februari), maar in elk geval voor Pakistan gaat niet op dat hierbij sprake zou zijn van „een spontane uiting van een anti-christelijke geest”. Ik heb daar dertien jaar gewerkt als zendeling.

In 2003 vonden in Pakistan zes aanslagen plaats op christelijke instellingen die ooit waren gebouwd door Amerikaanse kerken. Ook World Vision is voor sommige Pakistani een impopulaire Amerikaanse organisatie, die volgens hen de islam ondermijnt door moslimhulpverlening in gebreke te stellen.

In vele moslimlanden voelt men zich, al of niet terecht, bedreigd door het Westen en het christendom. Hirsi Ali’s voorstel – dreigen met intrekking van economische steun – riekt naar het vooroorlogse imperialisme en zal op rijke moslimstaten zeker geen enkele invloed hebben. Een betere oplossing lijkt mij het bevorderen van een positievere houding tegenover moslims en hun godsdienst en, zoals de Wereldraad van Kerken doet, protesteren bij regeringen, opdat zij, volgens de tradities van de islam en conform de sharia, minderheden daadwerkelijk beschermen.

Dr. Jan Slomp

Predikant/islamoloog, Leusden

Cijfers zeggen niet alles

Als u het plaatje over de Amsterdamse allochtonen bij het artikel over de postcodes en statistiek (Het Grote Verhaal, 14 februari) nog eens goed bekijkt, ziet u tussen Oud-Zuid en de A10 een rood vlekje.

Dat is het World Trade Center, een kantoorgebouw. Daar schrijft het stadsdeel expats in als bewoners, naar verluidt vooral van een Indiaas bedrijf. Ik ontdekte dit doordat ik een stukje over feiten en cijfers van mijn woonbuurt wilde herschrijven aan de hand van de publicatie over 2011 van de Dienst Onderzoek en Statistiek (O&S) van de gemeente Amsterdam. Volgens die gegevens had de buurt er sinds 2006 251 bewoners bij gekregen. Het aantal inwoners steeg zonder nieuwe woningen van 1.107 naar 1.358. Navraag bij O&S leverde bij aanvankelijke bereidwilligheid op dat bij de cijfers van de Prinses Irenebuurt spookbewoners in de kantorenstrook worden meegerekend. Dit maakt dat de statistiek noch voor ons, noch voor inzicht in de ontwikkeling van de Zuidas bruikbaar is.

Lieneke Meurs

Amsterdam

Ritzen graait en ontkent

Jo Ritzen vindt zichzelf geen patjepeeër (Opinie, 6 februari). Hij heeft in acht jaar tijd 2,5 miljoen euro binnengeharkt in Maastricht en beweert dat het Nederlands hoger onderwijs het heel erg goed doet.

De commissie-Veerman beweerde in 2010 precies het tegenovergestelde. De graaiers laten de gehele discussie gewoon aan zich voorbijgaan. Met die zeperd van zestig miljoen van de Maastrichtse campus heeft Ritzen natuurlijk ook helemaal niets te maken. Hij blijft gewoon een sociaal-democraat in hart en nieren.

L. Weezenberg

Nieuwerkerk aan den IJssel