Amnesty: nieuw Libië bedreigd door milities

De tientallen milities die zijn overgebleven uit de oorlog tegen de Libische leider Gaddafi begaan straffeloos schendingen van de mensenrechten. Die straffeloosheid moedigt nieuwe schendingen aan, versterkt onveiligheid en hindert de opbouw van staatsinstituties in Libië. Dat meldt de mensenrechtenorganisatie Amnesty International vandaag in een nieuw rapport, een jaar na het begin van de opstand tegen Gaddafi.

Het rapport ‘Milities bedreigen de hoop op een nieuw Libië’ documenteert wijdverspreide schendingen van de mensenrechten, waaronder oorlogsmisdrijven, tegen mensen die ervan worden verdacht Gaddafi te hebben gesteund. Ook Afrikaanse migranten en vluchtelingen zijn mikpunt. „Mensen zijn illegaal vastgezet en gefolterd, soms tot aan de dood”. Volgens Amnesty zijn sinds september, toen de oorlog eindigde, zeker twaalf mensen in handen van milities na foltering gestorven.

De Verenigde Naties hebben eerder gemeld dat milities ongeveer 8.000 gevangenen in handen hebben. De milities, de vroegere rebellen, weigeren zich te ontwapenen omdat ze greep willen houden op de regering. De Nationale Overgangsraad, een collectief presidentschap, en het kabinet hebben wel opgeroepen tot hun ontwapening maar zijn niet tot daden overgegaan.

Vertegenwoordigers van Amnesty hebben vorige maand en begin deze maand elf detentiecentra bezocht die door ex-rebellen worden gecontroleerd. In tien van deze gevangenissen zeiden gevangenen dat ze waren gefolterd of slecht behandeld. In een gevangenis in de stad Misrata zag een vertegenwoordiger van Amnesty gewapende militieleden gevangenen slaan en bedreigen.