Akzo's slimme verf bespaart energie

AkzoNobel ontwikkelt in Nederland verf voor de luchtvaart. Zo werkt Akzo samen met Airbus aan dunnere verflagen. Daarmee kunnen luchtvaartbedrijven besparen op energiekosten.

Lelystad 15-02-2011 Quality Aircraft Painting Services (QAPS) schildert een Dornier 326 Jet voor Angola airservices Foto NRC H'Blad Maurice Boyer

In de hangar van QAPS in Lelystad worden voorbereidingen getroffen om de laatste laklaag te spuiten op een Dornier 328 van de Angolese luchtvaartmaatschappij. De werknemers van QAPS – de afkorting staat voor Quality Aircraft Painting Services – schuren de witte romp. Daarna wordt het vliegtuig met een lengte van ruim 21 meter schoongemaakt en kan de definitieve – transparante – laklaag worden aangebracht.

„De verf op een vliegtuigromp krijgt gigantisch op zijn donder”, zegt algemeen directeur Frans Groot. Hij somt op: temperatuurverschillen van ruim 100 graden binnen een paar minuten, woestijnzand, vulkanisch as, hydraulische vloeistoffen, extra hoge UV-straling. „Aan de de coatings van vliegtuigen worden daarom extra hoge eisen gesteld”, zegt de QAPS-directeur. En de klant wil ook nog dat het vliegtuig fijn glimt en de kleuren fel zijn”.

QAPS is in 1999 opgericht door Frans Groot en Ben Vastenhout. Het komt voort uit Fokker. In 1996 ging de Nederlandse vliegtuigbouwer failliet en zo’n 15 Fokkerwerknemers moesten de laatste 34 vliegtuigen schilderen. Daarna gingen ze door, eerst op Schiphol, nu in Lelystad. In een gigantische loods worden allerlei vliegtuigtypen gespoten. Voor kleine privé-toestellen gebruikt QAPS verf van de Amerikaanse verfproducent Sherwin-Williams. Voor het spuiten van de Dornier 328 wordt een ‘verfsysteem’ van Akzo-Nobel gebruikt. „Ze zijn niet de goedkoopste, wel een van de betere”, zegt Frans Groot. „En ze hebben een goede service.”

Hemelsbreed is de verfhangar in Lelystad ruim 70 kilometer verwijderd van de verfabriek in Sassenheim waar AkzoNobel de vliegtuigverven maakt voor de Europese markt. De Amerikaanse markt wordt bediend door een fabriek in Waukegan, vlakbij Chicago.

„De markt voor vliegtuigverven ziet er gunstig uit”, zegt Vincent van der Laan van AkzoNobel Aerospace Coatings. De orderportefeuilles van de grote vliegtuigfabrieken zijn, volgens hem, goed gevuld. Met name in de opkomende markten stijgt de vraag naar vliegtuigen.

Het aandeel van de Aerospace in de totale omzet van AkzoNobel is beperkt, het maakt 10 procent uit van de gecombineerde auto- en vliegtuigsector. Deze sector maakt bijna 4 procent uit van de totale omzet. In 2011 is de omzet van AkzoNobel in zijn geheel met 7 procent gestegen tot 15,7 miljard euro. De winst daalde met 9 procent naar 1,8 miljard euro. Dat blijkt uit de jaarcijfers die bestuursvoorzitter Hans Wijers vanmorgen bekend maakte. Het was de laatste keer dat Wijers de jaarcijfers presenteerde. Na tien jaar vertrekt Wijers als bestuursvoorzitter van AkzoNobel. Het chemieconcern werd onder zijn leiding de grootste verfproducent ter wereld. Wijers wordt opgevolgd door de Nederlander Ton Büchner.

Vliegtuigverf heeft zich de afgelopen tijd ontwikkeld tot een technologisch hoogstaand product, zegt Joris Melkert universitair docent luchtvaarttechniek aan de Technische Universiteit. „De coatings dragen constant bij aan een verbetering van de aerodynamica en er hoeven steeds minder lagen te worden gebruikt’, zegt Melkert. „Dat leidt tot een gewichtsbesparing.” American Airlines schildert haar toestellen niet, om zo gewicht te besparen. Maar de polish die vervolgens wordt gebruikt om de romp te beschermen is dan weer relatief duur.

Minder gewicht betekent een lager brandstofverbruik. Die trend is volgens Melkert nog lang niet te einde. Een toestel als de A320neo van Airbus verbruikt bijvoorbeeld al 15 tot 20 procent minder brandstof dan zijn voorganger. Het toestel van luchtvaartgigant Airbus is daarmee het best verkopende verkeersvliegtuig van dit moment.

De verf komt van AkzoNobel. Tussen Airbus en de Nederlandse verffabrikant bestaat een „constructieve samenwerking”, vertelt Bertrand Rives van Airbus. Hij is verantwoordelijk voor de coatings op de vliegtuigen. „Wij zijn continue op zoek naar coatings die nog duurzamer zijn. Die langer meegaan, en bijdragen aan energievermindering – zowel tijdens het vliegen als bij het produceren en verwerken.”

De beide bedrijven hebben samengewerkt aan een verf waarbij het aantal verflagen is teruggebracht van zes naar drie. De droogtijd tussen de lagen is verminderd van 10 naar 2 uur, waardoor er efficiënter kan worden gewerkt en de levensduur van de verf is verlengd van 5 à 7 jaar tot 7 à 9 jaar. Ook is het gemakkelijker om de vliegtuigen schoon te houden en biedt één laag genoeg dekking. „We kunnen dus voldoen aan de kleureisen van de klanten die steeds veeleisender worden”, zegt Rives.

In de fabriek in Sassenheim staan drie grote houten pallets vol met 5 liter vaten te wachten op transport naar de Airbus-fabriek in Toulouse. In het laboratorium wordt deze verf getest op ondermeer kleur, dikte, krasbestendigheid en hechting. Dat gebeurt voorafgaand aan ieder transport legt Vincent van der Laan uit. „We kunnen het ons niet permitteren dat de verf niet aan de eisen van Airbus voldoet”, zegt Van der Laan.

De innovaties in deze sector staan niet stil. Op dit moment is er al een watergedragen vliegtuigverf te produceren – door het ontbreken van een chemische verdunner minder belastend voor het milieu – maar de grote vliegtuigproducenten willen eerst meer testen voordat het product op hun vliegtuigrompen wordt aangebracht. Het spuiten gebeurt nog volledig met de hand. „Het is nog niet gelukt om een spuitrobot te ontwikkelen die deze gigantische toestellen efficiënt kan schilderen”, zegt Van der Laan. „En soms wordt met een penseeltje nog even een logo bijgewerkt.”

    • Cees Banning