Tweestrijd in een nukkige bokswereld

Net als twee turners en twee judoka’s strijden ook twee boksers om een ticket voor ‘Londen’. Nouchka Fontijn vindt dat ze een voorsprong heeft, Marichelle de Jong dat ze minder bondssteun krijgt.

23-02-2011, Rotterdam. Marichelle de Jong, rechts en Nouchka Fontijn links. Foto Bas Czerwinski

Het Nederlandse bokswereldje had zich zo verheugd op het directe duel tussen Nouchka Fontijn en Marichelle de Jong. De twee concurrentes voor olympische uitzending troffen elkaar vorige maand echter niet bij de NK in Rotterdam, maar in de finale van de internationale First Nations Cup in Servië. Ze ontbeten samen, waarna Fontijn ’s middags op punten won.

De Nederlandse boksbond zal eind maart moeten kiezen wie van de twee de mogelijkheid krijgt zich bij de WK te plaatsen voor de Zomerspelen van Londen. Fontijn (24), studente fysiotherapie, won in oktober zilver in de olympische gewichtsklasse (-75 kg) bij de EK in Rotterdam. De Jong (34), grafisch vormgeefster, behaalde toen de Europese titel in de niet-olympische klasse ‘-69’. Ze stapte daarna over naar de ‘-75’.

Tot mei vorig jaar trainden beiden bij boksschool Van ’t Hof in Rotterdam, bij bondscoach Ton Dunk. Stilist Fontijn vertrok, omdat ze bij coach Abdul Fkiri wilde trainen. Ook vond ze dat karaktervechter De Jong een voorkeursbehandeling genoot. De boksbond besloot daarop het contract van Dunk niet te verlengen, omdat hij niet langer beide kanshebbers trainde. Fontijn wordt nu begeleid door drievoudig winnaar van olympisch brons Arnold Vanderlyde.

Een gevoelige olympische strijd tussen twee sporters speelt niet alleen in het boksen. De judobond koos vorige maand voor Elisabeth Willeboordse ten faveure van Anicka van Emden. Epke Zonderland kreeg in het turnen een olympisch startbewijs ten koste van Jeffrey Wammes. De twee verliezers gingen niet akkoord. Van Emden diende protest in bij de judobond, Wammes begon een kort geding tegen de turnbond.

De Jong begrijpt het gevoel van de teleurgestelde sporters. „Ze zijn uitgegaan van eerlijke selectie. Het is vervelend te merken als de ander wordt voorgetrokken, uit politieke of persoonlijke belangen.”

Zelf vindt De Jong dat ze niet dezelfde kansen krijgt als Fontijn. Ze heeft het gevoel dat Louis Wijdenbosch, technisch directeur van de boksbond, haar concurrente meer steunt. „Zo zou ik volgende maand naar een wedstrijd in Polen en Nouchka naar Bulgarije. Nu blijkt dat voor mijn toernooi het maximumaantal deelnemers is bereikt. Wijdenbosch had mij eerder moeten inschrijven. We wisten vorig jaar al wanneer deze wedstrijd zou zijn.”

Wijdenbosch, die in zijn eerste half jaar kritiek kreeg uit beide kampen, bestrijdt dat hij De Jong te laat heeft ingeschreven. „Marichelle is geweigerd omdat de organisatie vond dat ze niet in het toernooi zou passen. Dat kan zelfs gerenommeerde landen overkomen.”

Fontijn is het met De Jong eens wat betreft de onduidelijkheid. „Het is een rommelig programma. We zouden beiden twee topwedstrijden boksen en zelf meetmomenten mogen plannen. Maar nu is het onduidelijk wie welk toernooi bokst. Dat heeft ook met de connecties van de bond te maken. Het Hongaarse boksen heeft bijvoorbeeld zoveel uitstraling, zij zijn overal welkom.”

Fontijn vindt dat zij een ruime voorsprong heeft genomen. „Ik heb de beste papieren. Marichelle heeft weinig tijd dit recht te zetten, ook omdat ik niet zal stilzitten.” Fontijn, die veel in Duitsland traint, en Vanderlyde hebben de hulp ingeroepen van Zauri Antia, een Georgische trainer van de Ierse boksbond. Hij maakte voor haar een „rode draad” in aanloop naar de Olympische Spelen.

Ook Vanderlyde zegt dat Fontijn een ruime voorsprong heeft genomen, zeker na de overwinning in Servië. „Het siert Marichelle dat ze de strijd vol overgave voortzet, maar ik vraag me af hoe realistisch dat is. Ze zal bergen moeten verzetten, want Nouchka heeft ook meer ervaring in deze gewichtsklasse. Het zou een goed signaal van de bond zijn om vroeg te kiezen. Dan kan Marichelle zich richten op een mooi einde van haar carrière bij de WK, in de ‘-69’.”

De Jong stelt dat de strijd allesbehalve beslist is. „Ik heb genoeg ervaring tegen meiden in de ‘-75’. Daarbij maak ik zelf wel uit hoe ik mijn carrière beëindig”, reageert ze. „De bond heeft gezegd dat we na de EK beiden op nul zouden beginnen. Daarom heb ik voldaan aan hun verzoek in Rotterdam in de ‘-69’ te boksen. Die afspraak heb ik zwart-op-wit.”

De Jong trainde recent in Zweden met toppers en ontvangt binnenkort goede Noorse boksers in eigen land. Ze kan volgende maand naar een internationale wedstrijd in Tsjechië, als vervanging voor het toernooi in Polen. „De komende tijd wil ik praten met mijn handen.”

Toch heeft ze ook belangenorganisatie NL Sporter ingeschakeld. Ze wil de selectie-eisen van de boksbond toetsen. De Jong is vooral ontstemd over het naar voren halen van de keuze tussen haar en Fontijn – van april naar maart. Dat heeft volgens Wijdenbosch te maken met een recente vervroeging van de WK. „Schandalig”, vindt De Jong. „Ik ben daarvan al vanaf begin januari op de hoogte.”

Wijdenbosch is zich van geen kwaad bewust. „Ik heb gemerkt dat de bokswereld nukkig kan zijn, zowel organisatoren als sporters. De structuur is niet geweldig, maar boos worden heeft voor niemand zin. Belangrijkste is dat de procedure nu heel helder is: alleen resultaten in de olympische klasse tellen mee. Voor mij telt alleen dat we een medaille behalen in Londen, niet wie dat doet.”

    • Michiel Dekker