Toffe baan, jammer van die baas

Een kwart van alle werknemers stapt op wegens de baas. „Hij droeg niets over. Verwachtte dat ik alles vanzelf oppakte.”

Woman Chiding Man in Retro Office --- Image by © Push Pictures/Corbis © Push Pictures/Corbis

Redacteur Werk & Geld

‘Een paar weken geleden zag ik in nrc.next een foto van een vergadering op jullie redactie. Een groepje redacteuren rondom een koffietafel, jullie hoofdredacteur er aandachtig luisterend tussen. Een vrouw staat op. Kennelijk heeft zij de vrijheid om zomaar uit die vergadering te stappen. Ze mag zelf beslissen dat iets anders prioriteit heeft.”

Aan het woord is Elzeline Fischer, directiesecretaresse. De foto raakte haar. Zo hoort het te zijn, meent ze. Ze las het laatst nog in een managementboek: als manager moet je geen topdown informatie geven, maar samenwerken om je doel te bereiken. Het was het gebrek aan samenwerking waar ze in haar vorige baan op stukliep.

Een op de vier vrouwen en 22 procent van de mannen is ooit opgestapt wegens een verstoorde relatie met zijn of haar leidinggevende, blijkt uit onderzoek van het weekblad Intermediair onder bijna 1.200 respondenten. Van de vrouwen vindt 46 procent dat de leidinggevende niet duidelijk is in wat hij van hen verwacht, van de mannen is dat 36 procent. Eenderde van de vrouwelijke werknemers en 29 procent van de mannelijke heeft er last van dat de baas zich niet interesseert voor zijn of haar persoonlijke carrière.

Fischer werkte bij een bekende non-profitorganisatie. De bedrijfsnaam noemt ze liever niet, want met de organisatie zelf is volgens haar niets mis. Om dichter bij het vuur te komen, solliciteerde ze vijf jaar geleden op een functie als directiesecretaresse van de baas van haar baas. Ze werd aangenomen. Fischer: „Maar mijn nieuwe manager zei wel dat hij ook al iemand had aangenomen om die baan fulltime te doen. Hij zou haar op haar eerste werkdag vertellen dat ze de helft van haar werkweek bij hem en de andere helft op mijn oude werkplek zou zitten.” Dat bleek geen sterke start voor een duobaan. De relatie tussen de directiesecretaresses was vanaf het begin scheef. „We hebben geprobeerd erdoorheen te breken, maar onze samenwerking is lastig gebleven.”

Het werd een handicap, zo bleek al snel. De gebrekkige communicatie van de baas verergerde de situatie. Fischer: „Hij droeg niets over. Verwachtte dat ik alles vanzelf oppakte. Hij zei: ‘Hier, dit is mijn agenda, dit is mijn e-mail, beslis jij maar wat wel en wat niet belangrijk is.’ Hij kwam zelf niet met informatie.”

Ze ging naar haar baas toe, maar hij reageerde lacherig. Het zal wel meevallen, zei hij, en: ‘je doet zelf je werk niet goed’.

Ze ging naar P&O, maar daar hielden ze haar manager „de hand boven het hoofd”. Want hij had een goed netwerk en veel kennis van zaken. Fischer: „Ze wilden ’m niet kwijt. Terwijl: hij had wel veel kennis, maar was niet in staat die te delen.” Professorgedrag, noemt ze het. „Hij was heel erg met zijn vak bezig. Alle randvoorwaarden interesseerden hem totaal niet. Hij zocht op geen enkele manier contact. Hij struikelde bijna over mijn bureau om zo snel mogelijk op zijn eigen werkplek te komen. Hij zei niet eens goedemorgen.”

Er gingen dingen mis. Zo ontdekte Fischer heel kort van tevoren dat haar baas voor een week naar Londen moest. Dat had ze moeten weten, vond hij, want hij ging ieder jaar in die periode een week naar Londen. Dat is geen openbare informatie, vond zij, dat had ze toch niet op Google kunnen opzoeken?

Fischer hield het een jaar vol, vooral omdat ze haar baas „als mens” wel mocht. „Informeel, met een biertje, kon ik het goed met hem vinden.” De druppel was een beoordelingsgesprek. Haar leidinggevende zei dat ze niet goed samenwerkte met haar collega. Fischer: „Mee eens. Die kans had hij ons zelf ontnomen.” Haar leidinggevende zei ook dat ze na vijf maanden te weinig kennis had van zijn werkzaamheden. Fischer: „Dat klopte ook. Maar ondanks herhaaldelijk vragen kreeg ik van hem niet de middelen aangereikt om die kennis te vergroten.”

Ze diende haar ontslag in. Vervuld van twijfel over haar vak. Ze zocht professionele hulp. „Ik geloofde niet meer in mezelf. Ik was vastgelopen.” Ze vroeg zich af of ze er wel echt alles aan had gedaan om aan de informatie te komen die ze nodig had om haar werk goed te doen. Het kostte haar heel veel tijd om haar zelfvertrouwen terug te winnen. Om niet meer te denken dat ze gefaald had. Fischer: „Maar nu weet ik dat ik echt alles heb geprobeerd.”

Ook Hein van Groningen nam ontslag vanwege zijn baas. Hij zat in het management van een technisch bedrijf. Een familiebedrijf, 170 man personeel. Allereerst wil hij zeggen, en hij zal het gedurende het gesprek een aantal keer herhalen: „Ik heb niks tegen vrouwen. Echt niet. Er zijn beslist fantastische vrouwelijke managers.” De baas die ervoor zorgde dat hij ontslag nam, was een vrouw. Het bedrijf had een algemeen directeur en een adjunct-directeur. De algemeen directeur ging zes jaar geleden met pensioen en zijn vervanger stuitte op weerstand. Ging als een boekhouder door het bedrijf heen waar de menselijke kant, zo vertelt Van Groningen, altijd voorop had gestaan. De adjunct-directeur, de betreffende vrouw, klaagde erover bij Van Groningen. Een half jaar ging dat zo door, hele verhalen kreeg hij te horen. Van Groningen: „En ik gaf haar ook gelijk.” Hij besloot, in overleg met de adjunct, dat het tijd was voor actie. Hij stelde haar voor om samen naar de aandeelhouders te gaan, dan konden die een onderzoek instellen. „Maar ze kwam steeds met allerlei uitvluchten, zo zou ze het te druk hebben. Ze adviseerde me om in mijn eentje met de aandeelhouders te praten. Dat heb ik gedaan, gesteund door de voormalige directeur en de ondernemingsraad.”

Het ging mis toen Van Groningen terugkeerde en zijn adjunct-directeur daarvan op de hoogte stelde. „Ze heeft meteen de algemeen directeur gebeld en het hem verteld. Misselijkmakend vond ik het dat ze op deze manier haar eigen positie veilig wilde stellen. Ze was bang dat ze eruit zou vliegen als de algemeen directeur erachter kwam dat ze hierbij betrokken was.”

De reactie van de directeur: het was hij eruit of Van Groningen eruit. De situatie zorgde voor onrust in het bedrijf. Van Groningen besloot dat zijn positie onhoudbaar was geworden en nam ontslag. „Het is het bekende klokkenluiderverhaal: ik werd er zelf de dupe van.”

Wat hij niet begrijpt, is dat de adjunct-directeur het nooit tegen haar meerdere zei als ze het oneens was met zijn beslissingen. „Dat is een van de grootste teleurstellingen in mijn leven geweest. Ik vond dat laf en onbetrouwbaar.” Sindsdien, Van Groningen is nu zzp’er, is hij „harder geworden tegen vrouwen”. „Mannen zijn veel directer in hun uitspraken. Vrouwen blijven vaak stil, tot je het via een omweg toch te horen krijgt.” Dat is de les die hij heeft meegenomen uit deze ervaring: altijd de dialoog aangaan. Altijd je mond opentrekken als je vindt dat er iets niet deugt.

Voor Elzeline Fischer geldt dat ze het inzicht heeft gekregen dat je moet stoppen met je werk als het ten koste gaat van je zelfvertrouwen. En hoewel ze het niet zeker weet, zegt ze met een dun lachje, durft ze nu te zeggen: „Ik ben assertiever geworden, waardoor ik in de toekomst de alarmbellen eerder en helderder zal horen.”