Snel en pijnlijk bankroet of langzame marteldood

Griekenland voert zware bezuinigingen door. Maar een nieuwe hulplening blijft nog uit, omdat de Europese Unie Athene niet vertrouwt.

athene. - De Attikon bioscoop in het centrum van Athene smeult nog na van de brand zondagavond. Burgers schuifelen met bedrukte gezichten over winkelstraat Stadiou om de onherstelbare schade na de gevechten zondagavond tussen relschoppers en politie in zich op te nemen.

Het verwoeste neoklassieke gebouw is voor veel Grieken symbool voor de stand van het land en de helse keuze waar parlementariërs zondag voor stonden: een snel en pijnlijk faillissement, of een langzame economische marteldood.

Tweederde van de volksvertegenwoordigers stemde in met het pakket bezuinigingen dat ervoor moet zorgen dat Griekenland binnen de eurozone blijft functioneren en 130 miljard aan nieuwe leningen krijgt.

Daarmee zijn zware jaren ingeluid: verdere verlaging van inkomens in de private sector en verlies aan werkgelegenheid bij de overheid. Mogelijk leiden de hervormingen ook tot hogere exporten, groeiende buitenlandse investeringen en nieuwe impulsen voor ondernemers. Maar dat is afwachten.

Dinsdag werden de laatste krimpcijfers gepresenteerd. In 2011 is de economie met 6,8 procent geslonken.

Maar in plaats dat op die cijfers medeleven volgt, klinkt vanuit Brussel, Berlijn en Den Haag alleen wantrouwen. Een voor vanmiddag geplande vergadering van de ministers van Financiën van de eurozone landen over Griekenland werd dinsdag uitgesteld. „Ik heb de benodigde politieke beloften van de leiders van de coalitiepartijen in Griekenland nog niet ontvangen”, zei voorzitter van de eurogroep Jean-Claude Juncker.

Het vergrootglas ligt op een uitspraak van de leider van de conservatieve partij Antonis Samaras. Behalve het nadrukkelijke advies aan zijn fractie om voor te stemmen, zei hij: laten we proberen als de gemoederen bedaard zijn te kijken wat er te redden en te heronderhandelen is.

Dat soort termen werkt als een rode vlag op een stier op Nederlandse en Duitse politici. Die nemen sowieso al niets meer aan van een Griek, tenzij het op alle mogelijke manieren en in zoveel mogelijk detail op papier staat.

Voor verder wordt gepraat moet Samaras eerst nogmaals zwart op wit zetten dat hij zich ook na verkiezingen aan ‘het Memorandum’ houdt. En dus is het wachten nu op een door hem geschreven brief.

Een concreet alternatief voor het huidige programma biedt Samaras niet. Hij wil de economie stimuleren, zodat Griekenland ooit weer op eigen benen kan staan. Waar het geld vandaan moet komen? Misschien uit extra Europese fondsen, of een soort Marshall Plan. Suggesties van liberale economen, die voorstellen dat Griekenland op veel grotere schaal privatiseert om aan geld te komen, worden amper serieus besproken.

Voor veel Grieken is wat Samaras zegt niet meer dan logisch en doordat hij het al twee jaar zegt, groeit zijn geloofwaardigheid. Mede door de op implementatie, regels en briefjes gerichte opstelling van Duitsland en Nederland is voor Griekse burgers zonneklaar dat wat met hen en hun land gebeurt geen hulp of solidariteit is, maar op het overeind houden van een systeem waar de Noord-Europeanen met hun sterke economieën meer van profiteerden dan de importerende, consumerende Zuid-Europeanen. Het wantrouwen is geheel wederzijds.