Rijden op klapschaats is bedrog, maar legaal

23-02-2010 SCHAATSEN:10.000O METER:OLYMPIC WINTER GAMES:OLYMPISCHE SPELEN:VANCOUVER Oud schaatsers Catriona Le May-Doan en Dan Jansen als presentatoren bij de schaatswedstrijden Foto: Soenar Chamid SCS/Soenar Chamid

D e bedoeling van elke meetbare sport is dat het steeds harder, hoger of verder gaat. Maar bij het langebaanschaatsen zit de klad er al een tijdje in. Natuurlijk, bij de WK sprint in Calgary reden Christine Nesbitt en Yu Jing vorige maand twee prachtige wereldrecords, maar onder kenners woedt de discussie voort: waarom blijven de wereldrecords zo lang staan? En dat in een tijd waarin topsport steeds professioneler wordt, de ijsbanen moderner, het materiaal steeds beter?

Ga maar na: het drie jaar oude wereldrecord op de 500 meter van Jenny Wolf (37,00) dat de Chinese Yy verbeterde was nog een jonkie. Maar het oude record op de 1.000 meter dat Nesbitt zaterdag zo spectaculair omlaag bracht naar 1.12,68 dateerde van 2006 – en was dus bijna zes jaar in handen van haar landgenote Cindy Klassen. Die rijdster is bovendien nog steeds eigenaar van de belegen wereldrecords op de 1.500 meter (2005) en de 3.000 meter (2006). „Het duurt al veel te lang, deze windstilte’’, verzuchtte de Canadese oud-topsprintster Catriona LeMay-Doan in Calgary.

Maar de wereldtijden zijn nog vers vergeleken met de nationale Nederlandse vrouwenrecords: drie houdsters zijn al uitgebreid met pensioen: Andrea Nuyt (500 meter, tien jaar oud), Gretha Smit (5.000 meter, tien jaar) en Renate Groenewold (3.000 meter, vijf jaar oud). Ook de beide nationale records van Ireen Wüst (1.000 en 1.500 meter) zijn al bijna vijf jaar oud.

Werd er vroeger harder geschaatst? Was de luchtdruk lager dan nu? Is de huidige generatie verwend in al zijn professionalisme, zijn trainingskampen, zijn batterij voedingsdeskundigen, fysiotherapeuten, materiaalmensen?

LeMay, olympisch kampioen op de 500 meter in 1998 en 2002, ziet een reden voor de stagnatie: de introductie van de klapschaats, in 1997. Aanvankelijk gaf die uitvinding een enorme zwieper aan alle schaatsrecords over de hele wereld, maar de rijders, denkt LeMay, kregen te veel hulp met de klapschaats. „Rijden op een klapschaats is bedrog, maar wel legaal. Het gaat zó gemakkelijk, je wordt veel minder snel moe.”

Tijdens haar eigen loopbaan dwong de Canadese zich elke training even haar klapschaatsen in te ruilen voor haar oude, vaste schaatsen. „Elke dag reed ik een paar rondjes met mijn oude schaatsen. Ik werd door veel mensen voor gek verklaard. Maar dat was het beste dat ik ooit heb gedaan. Het herinnerde mij eraan dat ik mijn schaatsen zijwaarts moest afzetten.”

Catriona LeMay noemt een mooi voorbeeld van het gebrek aan ontwikkeling in het schaatsen. „Yvonne van Gennip won in 1988 tijdens de Winterspelen in Calgary goud op de 3.000 meter in een tijd van 4,11 minuten. Zonder klapschaatsen. Die tijd zie je nu, bijna 25 jaar later, nog regelmatig in de uitslagen.”

Zij zou het graag zien terugkeren, de vaste schaats, als onderdeel van de opleiding van jonge schaatsers. „We zien nu een generatie die nooit op vaste schaatsen heeft gereden. Ik denk dat we daarnaar terugmoeten: in elk geval regelmatig trainen op oude schaatsen.”

Rob Schoof

    • Rob Schoof