Polen, eeuwige verliezers

Overlast, criminaliteit, slecht rijgedrag en verdringing op de arbeidsmarkt zijn de vier grootste klachten over Midden- en Oost-Europeanen. Wat klopt daarvan?

Poolse vrouw plukt Gerbera's bij een kweker in Naaldwijk. Theo van pelt/Hollandse Hoogte

Ik heb het wel eens proberen uit te leggen aan Polen, hoe Anne Frank zo’n nationaal boegbeeld van Nederland kon worden. En waarom ze in 2004 genomineerd werd voor de titel ‘Grootste Nederlander’. Veel begrepen ze er niet van. Anne Frank werd toch verraden? In Nederland? Waarschijnlijk door een Nederlander? Niets om trots op te zijn, eerder iets om je voor dood te schamen, werd er dan geschamperd.

In die reacties klinkt ook jaloezie door. Want inktzwarte bladzijdes in de geschiedenis herschrijven tot (bijna) witte, of in ieder geval een stuk minder zwarte, en er ook nog toeristisch munt uit slaan – dat is Polen nooit gelukt. Het land kampt al jaren, zo niet eeuwen, met een slecht imago en komt daar maar moeilijk van af.

Succes is essentieel voor een goed imago, want wie wint schrijft de geschiedenis. Dat verklaart meteen ook waarom de Polen het, in marketingtermen, zo slecht doen: ze hebben nooit tot de overwinnaars behoord. Met uitzondering van het interbellum en de afgelopen twintig jaar is er sinds het einde van de achttiende eeuw geen vrij Polen geweest.

En dus ook geen goede marketing.

Altijd al hadden de Polen het imago van lastpakken en ruziezoekers. Omdat ze het nooit ergens over eens konden worden (de fameuze Poolse landdag* ) en omdat ze, eenmaal verpletterd door omliggende grootmachten, steeds maar weer in opstand kwamen. „Proberen de Polen het communisme te brengen, is proberen een koe te zadelen”, zei Stalin.

Auschwitz, Treblinka, Belzec, Sobibor: dat de meest beruchte Duitse vernietigingskampen op Pools grondgebied lagen (omdat de meeste Europese Joden daar woonden), achtervolgt het land ook tot op heden. Het Poolse ministerie van Buitenlandse Zaken voert al jaren vergeefs campagne tegen kranten (ook Nederlandse), die schrijven over Poolse vernietigingskampen.

Hoe dan ook: de Polen zijn antisemieten, toch? Ook daar valt veel op af te dingen. Maar sinds Shoah, de in het Westen zo gelauwerde documentaire uit 1985 van Claude Lanzmann, is dat bijna niet meer mogelijk. Het beeld van Polen die handenwrijvend toekeken hoe hun Joodse buren werden afgevoerd, werd door Lanzmann in beton gegoten. Niks meer aan doen.

En dat een Pool in 1978 paus werd en uitgroeide tot held, in Polen welteverstaan, hielp het Poolse imago al helemaal niet. Het bewees eens temeer dat de Polen slaafse katholieken zijn. Dat Johannes Paulus II het verzet tegen het communisme in zijn land inspireerde en zo een niet te onderschatten bijdrage leverde aan de val ervan, maakt in Nederland zelden indruk.

Zelfs nu Polen eindelijk is opgestoten in de vaart der volkeren – het is een van de weinige politiek stabiele landen in Oost-Europa, met een van de snelst groeiende economieën in de Europese Unie – blijven de vooroordelen aan het land kleven. Een goed imago opbouwen is kennelijk een lang en pijnlijk proces, dat snel gekaapt kan worden door misverstanden en historische rampspoed. Een goed imago afbreken gaat veel sneller.

Dat maakt het huidige Nederlandse gemopper over Oost-Europeanen in Poolse ogen des te onbegrijpelijker. „Decennialang hebben Nederland en de Nederlandse maatschappij in onze landen als voorbeelden van vrijheid en tolerantie gegolden”, schreven tien Oost-Europese ambassadeurs deze week in een open brief in Nederlandse media. „Wij geloven dat Nederland dit positieve imago zou moeten vasthouden.”

Zij kunnen het weten.

Hopelijk wordt Nederland deze zomer in Polen (en Oekraïne, ook al zo’n land) Europees kampioen voetbal. Een betere marketing kan Polen zich niet wensen.

Oud-correspondent Oost-Europa

Meer over het PVV-meldpunt op Opinie, pagina 18&19

    • Andreas Kouwenhoven
    • Carola Houtekamer
    • Lineke Nieber
    • Stéphane Alonso