Parlement nog niet achter ACTA

Een meerderheid van de Tweede Kamer wil nog niet instemmen met het internetpiraterij-verdrag ACTA. De Kamer vindt dat het kabinet eerst om een uitspraak van het Europese Hof voor Justitie moet vragen. Een motie van GroenLinks die het kabinet hiertoe oproept werd gistermiddag door PvdA, SP, D66, ChristenUnie, Partij voor de Dieren en PVV gesteund.

Het internationale verdrag moet wetgeving op het gebied van digitaal auteursrecht – voor producten variërend van muziek en films, tot medicijnen en mode – harmoniseren. De vrees bestaat bij een Kamermeerderheid dat het verdrag veel grotere gevolgen heeft dan slechts het aanpakken van illegaal downloaden. Tegenstanders vinden dat door het verdrag de vrijheid van meningsuiting onder druk kan komen te staan als het wordt geratificeerd. Burgerrechtenactivisten als het Nederlandse Bits of Freedom en Amnesty International denken dat er door het verdrag webverkeer kan worden gecontroleerd en individuele internetters aangepakt kunnen worden.

Bovendien stelt GroenLinks dat EU-recht en het ACTA-verdrag in strijd zijn met elkaar en dat het ook andere internationale verdragen tegenspreekt.

Internetters gingen de afgelopen week de straat op om te demonstreren tegen de ondertekening van het verdrag. Er wordt nu ook in andere landen getwijfeld aan het verdrag. Polen, Tsjechië, Slowakije en Duitsland hebben de ratificatie van het verdrag al uitgesteld. De debatten over vergelijkbare Amerikaanse antipiraterij-wetgeving leidde in januari tot acties. Onder meer Wikipedia ging een dag lang op zwart en Google plaatste een censuurbalk over het bekende logo.

Volgens Kamerlid El Fassed (GroenLinks) is „het niet bewezen dat dit verdrag niet tegen de grondrechten van burgers ingaat”. Hij denkt dat niet alleen het recht op vrije meningsuiting in gevaar is maar ook het recht op privacy, de persvrijheid en het recht op vrije informatiegaring. Of het kabinet de motie gaat uitvoeren is nog onduidelijk. In een debat zei premier Rutte vorige week dat een advies van de Raad van State voldoende is om te toetsen of het verdrag voldoet aan het EU-recht.