Ook bij Wilders geldt: er zit een knop op dat ding

Mark Rutte heeft groot gelijk. Als de oppositie Geert Wilders wil helpen met het agenderen van de Oostblokintifada die onze straten onveilig maakt, van die tsunami van moelanders die dit land overspoelt, dan is dat het volste recht van de oppositie. Maar daar hoeft een premier niet aan mee te doen. Als het om Wilders gaat, is de politiek net die gereformeerdebonder die vanuit Putten of Staphorst een lange busreis maakt naar de rosse buurt van Amsterdam om daar eens lekker aanstoot te nemen aan het zedelijk verval. Of die televisiekijker die maar zit te klagen dat er weer niks fatsoenlijks te zien is, in plaats van de tv uit te zetten. Ook bij Wilders geldt: er zit een knop op dat ding!

Het ergst is D66. Alexander Pechtold zou zijn haar misschien wat donkerder moeten verven en net zo opföhnen als Wilders, om visueel nog duidelijker te onderstrepen wat zijn rol op het Haagse toneel is: de Antigeert.

Geert Wilders en zijn sidekick Martin Bosma lijken op Koot en Bie, al was het maar in hun productie van neologismen, maar met ‘Henk en Ingrid’ lieten zij een steekje vallen, dacht ik aanvankelijk. Ik zág ze niet, zoals je typetjes van Koot en Bie vaak de volgende dag al tegenkwam. Maar dat is natuurlijk juist de kracht van Henk en Ingrid. Als Wilders ze had gegrimeerd en aangekleed, waren het personages geworden, die je kunt relativeren en ridiculiseren, zoals Cor en Cock van der Laak. Van een ware populist kan dat nooit de ambitie zijn, de populist spreekt namens ‘iedereen’. Slim gedaan dus. Wat doet Alexander Pechtold? Die schrijft een boek, met de namen Henk en Ingrid in de titel, om uit te leggen dat ze niet bestaan. Voor een niche van sociologische fijnproevers zal het vast interessant zijn, maar het doet toch een beetje denken Howard Belsey in On Beauty van Zadie Smith, die al elf jaar werkt aan een proefschrift getiteld Against Rembrandt.

Met dat meldpunt van de PVV zie je hetzelfde. Het hele mediapolitieke planetarium draait weer om één punt: Wilders. Alarm! Wilders roept iets, iedereen op zoek naar een standpunt! De Nederlandse politiek in één woord: niet bewegen langs een lijn, maar staan op een punt.

Als je zo veel standpunten moet genereren, kan de kwaliteit niet altijd optimaal zijn, de media gunnen je ook geen tijd meer om eens even goed na te denken, en voor je het weet zit je in een catch-as-catch-can van argumenten.

Het is een ‘internationale rel’ – zo’n formulering die je kunt gebruiken voor de Cubacrisis, maar ook voor een burenruzie in Baarle Nassau. Maar liefst tien ambassadeurs zijn boos! Tja, veel van die landjes vormden natuurlijk ook ooit één geheel, dat haal je er niet zo gauw uit. Block voting, bij het Eurovisiesongfestival kunnen ze ervan meepraten. Het morele gezag van die ambassadeurs staat uiteraard ook niet ter discussie, want in de landen die zij vertegenwoordigen, staat het minderhedenbeleid zoals bekend op een voorbeeldig niveau.

En dan die internationale schaamte. Progressieve politici ontpoppen zich als onbezoldigde VNO-NCW-lobbyisten en bekreunen zich om de ‘imago- en reputatieschade’ die Wilders het land berokkent. Dat je een minderheid denigreert, nou ja, enfin, maar dat het gezeur geeft bij handelsmissies en internationale contacten, dát is toch wel even een puntje. Nederland koopmansland.

Kortom: de commotie vertoont weer hysterische trekjes en dat Mark Rutte geen zin heeft zich ook nog eens in dat gekrakeel te begeven, kan ik mij goed voorstellen.

Zoals de grote politieke filosoof Cesar Millan (ook bekend als de Hondenfluisteraar) het altijd formuleert: aandachttrekkerij corrigeren is aandachttrekkerij honoreren. De enig juiste reactie is: negeren. Rutte is denk ik de enige Nederlandse politicus die af en toe naar dat programma kijkt.