Kunst doorgeven aan je kinderen (als je die hebt)

De waarde van moderne kunst liep gisteren bijna als een rode draad door het televisieaanbod. Schrijver Joost Zwagerman had zijn 9-jarige dochter Daantje als getuige-deskundige meegenomen naar De wereld draait door (VARA). Na een betoog van de nieuwe Pierre Jansen over Cobra, Paul Klee en kindertekeningen, vroeg Matthijs van Nieuwkerk aan diens dochter welke van haar twee eigen meegenomen tekeningen ze het mooiste vond: een zeer figuratief paard of een paard in de trant van een ‘kinderlijke’ Klee.

„Ik denk dat die stijl niet zo erg bij mij past. Mijn stijl is nogal precies”, meende de jonge kunstenares over Klee. Alsof er ook heel veel kinderen zijn die meer van abstracte kunst dan van goed gelijkende paarden houden.

Nog veel meer hilariteit veroorzaakte kunsthandelaar Couzijn Martin bij Pauw & Witteman (VARA). Hij zat daar om de echtheid te verdedigen van zijn omvangrijke en controversiële collectie vroeg werk van Anton Heyboer. Argumenten kwamen niet erg uit de verf. Martin ontpopte zich vooral tot een geslepen verkoper, die de droge humor van een Joop Schafthuizen paarde aan de montere depressiviteit van een Buurman Boordevol.

Paul Wittemans gay radar stond vermoedelijk uit, toen hij de 70-jarige handelaar vroeg of hij de opbrengst misschien voor zijn kinderen wilde bestemmen. „Die heb ik niet!”, luidde de verontwaardigde reactie, waarop Jeroen Pauw zijn collega schalks verweet: „Welja, wrijf het maar in.”

Martin bevestigde ondubbelzinnig dat de hele Heyboer-kwestie uitsluitend om geld draaide. Des te aardiger dat we in Close-Up (AVRO) kennis konden maken met verzamelaars die hun hele collectie wegschonken.

De documentaire Herb & Dorothy (Meguni Sasaki, 2008) gaat over het hoogbejaarde echtpaar Vogel uit New York. Tot 1992 was hun hele appartementje volgestouwd met voornamelijk minimalistische en conceptuele kunst. Zij was bibliothecaris en hij postsorteerder, maar met zuinigheid en vlijt, en een geobsedeerde kunstliefde wisten ze duizenden werken te verwerven. Christo schonk bijvoorbeeld een collage als beloning voor een zomer op zijn kat passen.

De Vogels gaven uiteindelijk alles zelf voor niets weg aan de National Gallery in Washington, omdat de toegang daar gratis is en het museum nooit iets doorverkoopt. Zo bleef de collectie intact en deed het kinderloze paar iets terug voor de overheid, die ook altijd hun salarissen betaald had.

Van het bescheiden jaargeld dat het museum het paar toekende, werd weer veel kunst gekocht. De National Gallery bleek te klein voor die nieuwe schenkingen en nu hangt er werk van de Vogels in 50 Amerikaanse musea. Zo kan het dus ook, zonder marktobsessie.