Kortzichtig, visieloos en schadelijk

Nederland schiet zichzelf flink in de voet met zijn Midden- en Oost-Europabeleid.

Het uitblijven van een ferm standpunt van onze regering tegen Wilders’ meldpunt ‘Midden- en Oost-Europese overlast’ geeft opnieuw blijk van Nederlands tekortschietende inzicht in het belang van Midden- en Oost-Europa. Tien ambassadeurs uit deze regio waarschuwden eergisteren in een open brief voor de negatieve gevolgen van dit meldpunt en het stilzwijgen van ons kabinet. Ook vanuit Brussel klinkt er kritiek – niet voor het eerst.

Nederland isoleerde zich twee weken geleden al door het verder openstellen van onze arbeidsmarkt voor Oost-Europese werknemers uit EU-lidstaten af te wijzen. Herman van Rompuy beloofde toen aan de Bulgaarse president Plevneliev dat de mogelijke Schengentoetreding van Roemenië en Bulgarije in maart opnieuw op de agenda van de Eurotop staat. Zowel de staatssecretaris van Buitenlandse Zaken Ben Knapen als Gerd Leers, minister voor Immigratie en Asiel, wees deze toenadering direct van de hand. Volgens Leers kunnen we ‘ze niet zomaar de sleutel van onze achterdeur geven’. Hiermee slaat onze regering de deur wederom hard in het gezicht van deze Zuidoost-Europese landen, maar zij moet oppassen dat deze klap ons eigen land niet nog meer schade oplevert dan ons beleid (en Wilders’ meldpunt) nu al doet.

Op 22 september vorig jaar blokkeerde een Nederlands-Fins veto de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot het Schengenverdrag, dat vrij verkeer van personen en goederen mogelijk maakt. Een Frans-Duits compromisvoorstel tot gefaseerde toetreding zorgt ervoor dat Nederland uiteindelijk in de Europese Unie, zoals zo vaak tegenwoordig, geheel alleen staat. Hoewel de jonge EU-lidstaten voldoen aan alle eisen die worden gesteld aan Schengendeelname, moeten ze volgens Den Haag eerst de georganiseerde misdaad en corruptie aanpakken. Daarmee veranderde Nederland de regels tijdens het spel en raakt ons land geïsoleerd in Europa. Vanachter de dijken beslissen we met opgeheven vinger over de toekomst van Europa.

In 2007 traden Roemenië en Bulgarije toe tot de Europese Unie, terwijl ze nog niet aan alle toetredingscriteria hadden voldaan. De problemen in beide landen blijken echter groter dan vijf jaar geleden werd verondersteld, ze moeten nu de rekening betalen voor de eerdere toegeeflijkheid van Brussel. Nederland wil voorkomen dat eenzelfde scenario zich herhaalt, maar lijkt tegenwoordig bij elke stap tot verdere integratie van voormalige communistische landen binnen Europa geheel de boot af te houden. De anti-Europese houding van gedoogpartner PVV draagt uiteraard niet bij aan een constructieve opstelling van de regering tegenover potentiële Schengen- of EU-deelnemers. Maar de vraag is ook of dit kabinet überhaupt een visie heeft op de Zuidoost-Europese problematiek, of dat enkel streng zijn het doel is.

De Westelijke Balkan is een belangrijk centrum van en doorgangsroute voor drugssmokkel en mensen- en wapenhandel. Het is een illusie te denken dat deze grensoverschrijdende problematiek buiten de deur kan worden gehouden door Roemenië en Bulgarije nog langer uit te sluiten van vrij verkeer van personen en goederen. Met terugwerkende kracht kunnen we dan ook ‘failed state’ Griekenland en maffiastaat Italië de wacht aanzeggen.

Verstandiger zou zijn, zeker nu overal in Midden- en Oost-Europa de economische crisis leidt tot maatschappelijke onrust en instabiliteit, om onze Zuidoost-Europese buurstaten de hand te reiken en gezamenlijk te werken aan oplossingen. De fundamenten van het Europese Huis moeten worden verstevigd. Zonder die fundamenten zal het Oost-Europese bouwsel als eerste instorten en dan zijn de grensoverschrijdende gevolgen van criminaliteit en economische vluchtelingen of erger, oplaaiende conflicten en nieuwe dictaturen in onze achtertuin een realistisch perspectief.

De halsstarrige weigering van Nederland zich te conformeren aan de wens van zijn Europese partners, betekent een nieuwe deuk in het imago van Nederland. Reputatieschade zet zowel diplomatieke als economische relaties onder druk, in oktober vorig jaar waarschuwden in Nederland gestationeerde ambassadeurs al voor een dergelijk scenario. Als grondlegger van de Europese Unie, met solidariteit hoog in het vaandel, past de huidige afwijzende houding Nederland niet.

Op korte termijn zorgt het blokkeren van Schengentoetreding voor Roemenië en Bulgarije bovendien voor economische schade. Hoewel de in- en uitvoer naar beide landen tijdens de kredietcrisis minder snel groeide, was Nederland volgens VNO-NCW in 2009 met een aandeel van 17,9 procent na Oostenrijk de grootste investeerder in Roemenië. Daarbij drongen de werkgevers vorig jaar aan op uitbreiding van de Schengenzone met het oog op een toekomstig tekort aan arbeidskrachten. Als Nederland nu de arbeidsmarkt verder openstelt voor Roemenen en Bulgaren, zullen ze zich welkom voelen en in 2020 de weg vinden als het tekort aan personeel dreigt op te lopen tot 250.000 werknemers.

Het is daarom ook extra wrang voor Roemenië en Bulgarije dat voldoen aan de eisen niet genoeg is voor Nederland. In de kabinetsappreciatie van de voortgangsrapportage uitgegeven door de Europese Commissie vorig jaar, stelt Rosenthal dat het kabinet ‘grote waarde hecht aan geloofwaardigheid en voorspelbaarheid van Europese regelgeving en beleid’. Onder het adagium strikt en fair stelt de minister dat gemaakte afspraken door lidstaten moeten worden nagekomen, net zoals ‘Nederland zich ook aan zijn woord houdt’.

Het is niet de eerste keer dat Nederland de regels oprekt in zijn buitenlandbeleid. In Servië heeft het stellen van strenge voorwaarden geleid tot de uitlevering van oorlogsmisdadigers Radovan Karadzic en Ratko Mladic aan het Joegoslavië-tribunaal in Den Haag. In ruil daarvoor beloofde Nederland dat de Serven sneller aanspraak konden maken op de EU-lidmaatschap. Nu stelt minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal echter dat Servië eerst de dialoog met Kosovo moet aangaan. De nieuwe eisen wekken wrevel in Belgrado. Ook Kroatië heeft te maken met de harde eisen van Nederland, want op aandringen van met name Den Haag houdt Brussel een slag om de arm bij de definitieve toetreding van Kroatië tot de Europese Unie in 2013.

De strenge voorwaarden van Nederland hebben zeker hun vruchten afgeworpen. Het is echter de vraag of het kabinet niet te ver doorschiet. Zeker in deze tijden van crises is het niet denkbeeldig dat de anti-Europese stemming vat krijgt op de hele Balkan. Dat is vele malen gevaarlijker dan een nog niet goed sluitende achterdeur. Wij moeten de pro-Europese regeringen in Zuidoost-Europa blijven helpen hun eigen sloten te smeden, maar ons eigen huis tegelijkertijd niet dichttimmeren.

Sipke de Hoop en Frank Mulder zijn resp. universitair docent en student Midden- en Oost-Europese Geschiedenis aan de Rijksuniversiteit Groningen.

    • Sipke de Hoop
    • Frank Mulder