Indringers in Europese wateren belagen elkaar

De naam Europese bittervoorn (Rhodeus amarus) suggereert dat het visje diep geworteld is in heel Europa. De soort is echter pas in het midden van de negentiende eeuw vanuit de Zwarte Zee, vanaf de Europese grens, over heel Europa verspreid. Het is een uitvloeisel van de karperkweek. Strikt genomen is het een exoot en komt de hele familie bittervoorntjes uit Azië.

Eenmaal in Europa kon het bittervoorntje ongehinderd zoetwatermossels parasiteren. Bittervoorns zijn voor hun voortplanting afhankelijk van mossels. Ze leggen hun eitjes inde mantelholte van het weekdier.

Maar nu wordt de oude exoot zélf geparasiteerd, door een nieuwe exoot. Poolse biologen beschrijven vandaag in Biology Letters hoe larven van de Aziatische mosselsoort Anodonta woodiana zich aan vissenlijven vasthaken. De mossel leeft sinds de jaren zeventig in Europese wateren.

De Poolse biologen onderzochten hoe de twee exoten zich onderling verhouden. Ze lieten bittervoorntjes los in een vijver, samen met inheemse vijvermossels (Anodonta anatina) en de invasieve mosselsoort, in verschillende samenstelling. In de poelen met uitsluitend Aziatische mossels werd geen enkel bittervoorntje geboren. De volwassen vissen namen niet eens de moeite om eieren te leggen: de mossel spuugde ze toch weer uit. Omgekeerd groeiden de mossellarven van de Aziatische exoot wél op de huid van het bittervoorntje.

Het invasieve bittervoorntje kon een hele poos profiteren van de Europese mossels, die geen spuugreactie hebben. Op hun beurt profiteren de Aziatische mossels, die in hun gebied van herkomst veel te stellen hebben met andere bittervoornsoorten, weer van het bittervoorntje. De evolutionaire voorsprong van een exoot hoeft dus niet per se van lange duur te zijn.

Als de Aziatische mossel zich verder door Europa verspreidt, kan dat wel eens ten koste gaan van het bittervoorntje, schrijven de biologen.