Handel met militaire macht

China is bezig met zijn grote militaire sprong voorwaarts. De tweede industrienatie ter wereld wil ook de tweede militaire grootmacht worden. Die twee statussen horen bij elkaar. Ondanks de globalisering van handel en industrie is de klassieke geopolitiek nooit weggeweest.

Volgens het Britse onderzoeksinstituut IHS Global Insight en het gezaghebbende vakblad Jane’s Defence Weekly geeft China jaarlijkse bijna aanzienlijk meer uit aan vernieuwing en instandhouding van zijn krijgsmacht dan de officiële begroting suggereert: dit jaar omgerekend 120 en niet 90 miljard dollar. Komende jaren zullen die uitgaven met 18 procent blijven groeien, en niet met de officiële 10 procent.

In internationaal perspectief zijn deze extra defensie-inspanningen van China geen reden om meteen alarm te slaan. Ook als Amerika zijn geplande bezuinigingen doorvoert, besteedt het nog steeds drie keer zoveel (in dollars) aan defensie. Ten opzichte van andere grote landen blijft China zelfs relatief achter. Mede-kernmachten Rusland, Groot-Brittannië en Frankrijk spenderen (veel) meer van hun bruto binnenlands product aan defensie. Japan en Duitsland lopen uit de pas. Maar die landen liften, net als Nederland en het merendeel van Europa, al jaren mee met hun westerse militaire bondgenoten.

China’s extra defensie-uitgaven zijn echter meer dan een inhaalmanoeuvre, die nu mogelijk is dankzij onstuimige economische groei. Als industrienatie wil China zijn productie- en handelsbelangen overal veilig kunnen stellen. De Chinese krijgsmacht heeft niet meer alleen tot taak om de binnenlandse orde, bijvoorbeeld in Tibet of islamitisch Xinjiang, en de grenzen met het buitenland te bewaken. De bescherming van de aan- en afvoerlijnen van olie, gas, grondstoffen, voedsel en industriële producten is even vitaal. Niet voor niets doet China mee aan missies tegen piraterij in de Indische Oceaan, steeds meer het nieuwe machtscentrum van de wereld.

Bovendien heeft versterking van militaire macht een symbolische waarde. Een eigen ruimtevaartprogramma en een gemoderniseerd Volksbevrijdingsleger, uitgerust met vliegdekschepen, onderzeeboten en jachtvliegtuigen van Chinese of Russische makelij, kunnen trots stemmen én angst inboezemen. Boodschap? China doet ertoe!

Peking bezweert dat China geen agressieve bedoelingen heeft. Maar dat is alleen semantisch van belang. China zal, als zijn handel en dus binnenlandse rust in het geding zijn, wel degelijk assertief zijn: eerst in de eigen zeeën en regio, daarna mogelijk elders. Net als Amerika. Morele verontwaardiging daarover is contraproductief. Een nuchter antwoord op de nieuwe geopolitieke militaire verhoudingen is beter.