Elke paar minuten passeert een drama

Steeds meer burgers denken dat er via het recht iets te halen is, maar het Juridisch Loket moet ook veel mensen teleurstellen. „Ik kan die mevrouw geen geld geven.”

Nederland, Rotterdam, 22-12-2011 De winkel van het Juridisch loket aan het Weena in Rotterdam. Voor standplaats Juridisch Loket aflevering de klanten: op de foto Amelia Schoonderwoerd wordt geholpen aan de balie met haar arbeidsconflict. foto: Bram Budel Bram Budel

Bij het Juridisch Loket werken driehonderd mensen, hoogopgeleid en in grote meerderheid vrouw. Gratis beantwoorden zij vragen op juridisch gebied. Ze staan klanten te woord aan de balie of telefonisch, per e-mail of chat. De norm voor een telefonisch advies is 11 minuten, voor een ‘baliecontact’ 14,5.

Niet zelden passeert in die luttele minuten een drama. Een weduwe heeft 70.000 euro toevertrouwd aan een financieel adviseur van wie ze niets meer hoort. Een man in een regenjas vraagt of hij alimentatie kan eisen van zijn ex, nu die meer is gaan verdienen dan hij. Een man met een kruk, vader van twee, krijgt geen loon meer sinds hij ziek is. Zijn huurschuld loopt op. Hij weet niet wat hij moet doen.

Toch verlopen de meeste gesprekken kalm en beheerst. Iemand als juridisch medewerker Farah Laisina (38) kan langlopend leed in drie zinnen terugbrengen tot een schijnbaar overzichtelijk probleem. Vraagverheldering, noemt ze dat. Zo filtert ze ook de emotie eruit. Laisina is advocaat geweest maar miste „de mens achter het dossier”, zegt ze. „Hier krijg je alle geuren, kleuren en leeftijden. En alle problematiek.”

Voor haar balie verschijnt een jonge vrouw met bruin haar en een spleetje tussen haar voortanden. „I don’t speak goed Nederlands”, zegt ze verontschuldigend. Ze komt uit Portugal, woont sinds kort in Rotterdam en wil zich inschrijven bij de gemeente om aanspraak te kunnen maken op voorzieningen. „En wat is nu je vraag aan mij?”, vraagt Laisina in het Engels. „I need geld”, zegt ze. „Huurtoeslag. I want to go to school, Nederlands leren. I really need.”

Na enig doorvragen blijkt dat ze twijfelt aan de geldigheid van haar huurcontract. Er staat in dat de kamer die ze huurt geschikt is voor één persoon. Maar ze woont er met haar vriend. „Juridisch is dit flauwekul”, zegt Laisina nadat ze het contract heeft gelezen. Maar ze denkt niet dat illegale huisvesting een obstakel vormt voor inschrijving bij de gemeente. Voor de zekerheid vraagt ze dat na. Het klopt en ze verwijst de vrouw door naar het stadhuis. Maar ze raadt haar aan op zoek te gaan naar een andere woning.

Dertig vestigingen heeft het Juridisch Loket, verspreid over het land. Het streven is dat elke burger met het openbaar vervoer binnen een uur de gratis rechtshulp kan bereiken. Alle vestigingen hebben hetzelfde interieur en dezelfde werkwijze. Dat is het verschil met de Bureaus voor Rechtshulp, de voorlopers van het Juridisch Loket. Die verschilden van plaats tot plaats.

Inderdaad lijkt het Juridisch Loket in Groningen sprekend op dat in Rotterdam. Een man met een verweerde kop vertelt er aan juridisch medewerker Josanne Venekamp (33) dat hij voor 70 procent arbeidsgeschikt is verklaard. Daar wil hij tegen in beroep. Omstandig beschrijft hij hoe hij met iedereen overhoop ligt: de keuringsarts, zijn laatste werkgever, zijn kinderen, de Belastingdienst. „Ik wil wel werken, maar ik kan het niet”, zegt hij. „Ik krijg met niemand ruzie, behalve als ik langer met iemand omga.” Venekamp verwijst hem door naar een gratis advocatenspreekuur.

De volgende klant, met een grijs petje en een matje in zijn nek, eist een afspraak voor iemand anders, een vrouw die een probleem heeft waar hij ook het fijne niet van weet. Venekamps zangerige stem gaat een fractie omhoog: „Ik moet wel weten of het zinvol is om een afspraak te maken. Ze mag ook zonder afspraak langskomen aan de balie.”

„Zij heeft geen tijd, daarom ik kom namens haar.”

„En u bent haar man?”

„Nee nee nee. Gewoon een kennis. Zij komt uit Spanje.” Zijn stem wordt mild en warm.

Venekamp zwicht. „Voor de volgende keer is het fijn als mevrouw zelf komt.”

De medewerkers van het Juridisch Loket zitten niet achter glas. Er is wel camerabewaking en er zijn agressietrainingen. Want net als overal zijn de klanten „dwingender” geworden, zegt juridisch medewerker Ellen Latumahina (51). Vaak is het loket hun laatste redmiddel, vergoelijkt ze. Latumahina begon in 1984 als administratief medewerkster bij een bureau voor rechtshulp en schoolde zich bij in het recht. Wat ze mist aan juridische achtergrond, compenseert ze met ervaring. „Ik raak niet zo gauw meer gestresst als iemand kabaal maakt.”

Het frustreert haar soms dat ze problemen niet kan oplossen. Zoals voor een vrouw die een grote dwangsom moest betalen. Geld had ze niet, alleen een koophuis. Dat wilde ze niet kwijt. „Met een koophuis kun je niet naar de schuldsanering. Ik moest haar zeggen dat ze toch haar huis moest opeten. Dat is dan even hard, maar het hoort erbij. Ik kan die mevrouw geen geld geven.”

Volgens haar collega Farah Laisina zijn mensen zich de laatste twintig jaar steeds meer bewust geworden van hun rechtspositie. „Door campagnes, rechtsbijstandverzekeringen, informatie van de overheid. Er is een hele pool van burgers die iets denkt te kunnen bereiken via het recht. Maar dat is niet altijd zo.”

Via de chat meldt zich een vrouw uit Noord-Holland bij het loket in Groningen. Ze wil weten of ze onder een contract met de sportclub van haar kind uit kan komen door aan te voeren dat het niet rechtsgeldig is. Het is namelijk ondertekend door haar vriend, die niet het ouderlijk gezag heeft. Kansloos, denkt Venekamp, de dochter heeft al een seizoen bij de club gesport. „Derhalve kan de sportclub het standpunt hebben dat toestemming is verleend”, typt ze terug. De vrouw mag het contract wel komen laten zien, op een Juridisch Loket bij haar in de buurt.

Joke Mat