'Eén op de tien kinderen heeft een andere vader of moeder'

Stijn Bronzwaer

DNA helix. Jupiterimages

De aanleiding

‘Eén op de tien kinderen heeft eigenlijk een andere vader of moeder.’ Met deze zin, prominent in beeld, begint elke aflevering van NCRV-programma DNA Onbekend, vanavond om 20.30 uur op Nederland 1 te zien. Het programma volgt mensen die betwijfelen of hun vader of moeder wel echt hun vader of moeder is. Kandidaten kunnen een DNA-test doen, die de waarheid moet aantonen. Want „grote twijfels en onbeantwoorde vragen over familiebanden laten diepe sporen na”, staat te lezen op de website van het programma. „Caroline Tensen (de presentatrice, red.) helpt mensen om voor eens en altijd een eind te maken aan een leven vol onduidelijkheden en ontkenningen.” nrc.next-lezer Fred Dijsselbloem uit Eindhoven vraagt zich af waar de „nogal stellige” bewering van één op de tien kinderen op gebaseerd is.

Mogelijke interpretaties

Wat bedoelt de NCRV met deze cijfers? Het programma, dat nu zijn derde seizoen beleeft, is in ieder geval niet consequent in hoe het de cijfers presenteert. Caroline Tensen zei namelijk in een promotiefilmpje in 2010 voor het eerste seizoen van DNA Onbekend dat „één op de tien mensen in onzekerheid leeft over familieleden”. Nu, twee jaar later, meldt het programma dat in één op de tien gevallen de biologische vader of moeder een andere is dan het kind denkt. Volgens de bevolkingsteller van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) telt Nederland op dit moment 16,7 miljoen inwoners. Als we dit als uitgangspunt nemen, zijn er volgens het programma 1,6 miljoen mensen die een andere vader of moeder hebben dan werd aangenomen.

Hoe is er gemeten?

Voor een antwoord op deze vraag verwijst de NCRV ons naar de Stichting Verwantschapsvragen (SVV), als adviseur betrokken bij het programma. De SVV zegt zich te richten op ‘bewustwording’ van de vraag of je ouders wel je echte ouders zijn. Op de website van de SVV is daarnaast te lezen dat de stichting zich richt op ‘bevordering van wetenschappelijk onderzoek’ naar deze kwestie.

De SVV helpt DNA Onbekend met het vinden van kandidaten en het leggen van contacten met experts. Ook werkt de stichting achter de schermen mee als adviseur. De SVV baalt flink van de ‘één op de tien’-opmerking aan het begin van het programma, vertelt voorzitter Monique Aalberts. „We zijn er erg ongelukkig mee. We hebben namelijk een aantal jaar geleden besloten dit cijfer niet meer te gebruiken.”

Eén op de tien is namelijk een „aanname die een eigen leven is gaan leiden”, zegt Aalberts. Gebaseerd op geruchten, vergelijkingen met diersoorten en onbetrouwbaar onderzoek. Zo bleek uit een publicatie van de Amerikaanse antropoloog Kermyt G. Anderson in 2006 dat een deel van de onderzoeken naar deze kwestie gebaseerd is op steekproeven bij laboratoria die vaderschapstesten uitvoeren. En een onderzoek onder mensen die sowieso al twijfelen over wie de echte ouders zijn, is niet representatief.

Die 10 procent is zo, zoals de SVV het noemt, een volkswijsheid geworden. Een symbolisch getal. „Het is een schatting”, zegt Aalberts. „Je kunt ook zeggen dat er kurk zit in één op de tien flessen wijn. Eigenlijk kun je voor vrijwel alle verschijnselen zeggen dat het in één op de tien gevallen niet goed gaat.”

En, klopt het?

Het is wel duidelijk: de stelling ‘één op de tien kinderen heeft eigenlijk een andere vader of moeder’ die DNA Onbekend als feit presenteert, kan niet worden onderbouwd. Maar dat maakt de stelling nog niet onwaar. Om hoeveel mensen gaat het dan wel? Psychologen Martin Voracek en Maryanne Fisher inventariseerden in 2008 32 onderzoeken naar wat in wetenschappelijke termen non-paterniteit heet: het verschijnsel dat de vermeende vader niet de echte vader is. Het gaat namelijk vrijwel altijd om vaders.

Wie al deze onderzoeken naast elkaar legt, komt tot de conclusie dat non-paterniteit in westerse, geïndustrialiseerde landen voorkomt bij 2 tot 3 procent van de bevolking. Daarbij ligt dit percentage in Nederland waarschijnlijk lager dan in andere westerse landen, omdat hier relatief vaak een voorbehoedsmiddel wordt gebruikt. Dat maakt de kans op onveilig overspel – meestal de oorzaak – klein.

Conclusie

DNA Onbekend geeft aan het begin van elke aflevering onjuiste informatie. Dat 10 procent van de kinderen niet weet wie de echte vader en moeder zijn, is niet meer dan een hardnekkig gerucht, gebaseerd op onbetrouwbaar onderzoek. Wie alle wetenschappelijk goed onderbouwde onderzoeken bekijkt, komt tot de conclusie dat non-paterniteit niet bij 10 procent, maar gemiddeld bij 2 tot 3 procent van de bevolking voorkomt. Doorberekend naar Nederland komt dit neer op tussen de 334.000 en 502.000 mensen, in plaats van de 1,6 miljoen die DNA Onbekend de kijker voorhoudt. Dat er alleen onderzoek is gedaan naar onbekende vaders, maakt geen significant verschil: het gaat vrijwel altijd om vaders. De stelling ‘Eén op de tien kinderen heeft eigenlijk een andere vader of moeder’ beoordelen wij daarom als onwaar.