Democratisch boos

Dankzij het ‘Polen-meldpunt’ van de PVV is het een uitstekende week voor de oratie van Sjaak Koenis, morgen. De nieuwe bijzonder hoogleraar sociale filosofie aan de Universiteit van Maastricht onderzoekt de relatie tussen politiek en cultuur. De titel van zijn rede: ‘De Democratie van het ressentiment’. Ofwel: waarom is iedereen boos op iedereen?

Nogal wat mensen denken dat de boosheid in Nederland een teken is van falende democratie. Politici zouden met ‘een verhaal’ moeten komen. Een samenbrengend verhaal. Een beter verhaal dan dat van verdeeldheid zaaiende populisten.

Sjaak Koenis betoogt het omgekeerde. Boosheid is volgens hem juist een gevolg van het succes van democratie. En populisme is geen oorzaak van de woede, maar geeft uitdrukking aan wrok die we serieuzer zouden moeten nemen. „We zouden van democratie een wat minder naïef idee moeten hebben.”

Serieuzer nemen betekent overigens niet gelijk geven. „Zeg alleen niet steeds dat alle onbehagen een probléém is. Met dat hovaardige toontje.”

Ressentiment is brandstof voor emancipatie, die weer een gevolg is van democratie. „Kijk maar naar het socialisme en het feminisme. Daar bracht boosheid vooruitgang.”

Oude ideologieën hebben we al emanciperend „onttoverd”, zoals Koenis het noemt. Zie de voormalige zuilen, van katholicisme tot de sociaaldemocratie. Zie ook de ‘hoge cultuur’, die ooit samenviel met onze nationale identiteit en nu slechts onderdeel is geworden van een veel bredere cultuur.

Maar wat is sinds deze ‘onttovering’ onze identiteit? Dat dit niet duidelijk is, maakt mensen nerveus. Het versterkt een hang naar culturele homogeniteit. Eén Nationaal Historisch Museum. Eén verhaal.

De nieuwe ideologie is de diplomademocratie, volgens Koenis, ofwel de meritocratie. Die is erg gevoelig voor status. Klassen imiteren elkaar nu, en zijn afgunstig op elkaar. Want wie in deze race niet vooraan eindigt, maar bijvoorbeeld strandt in het vmbo, hoeft niet op respect te rekenen. Die verliest al snel zijn trots.

In deze afgunstige maatschappij wordt ressentiment niet meer ingezet voor het collectief. Boosheid blijft dan dus een individuele emotie. In Koenis’ ‘democratisering van het ressentiment’ houdt woede alleen nog de eigen woede in stand. Zoals het Polen-meldpunt van de PVV niets oplost, maar wel een podium biedt voor afgunst en wrok. Dat is dus niet antidemocratisch, maar juist een gevolg van democratie.

„We hebben na de oorlog misschien een te rooskleurig beeld van democratie gekregen”, zegt Koenis. „Democratie is een ideologie van het goede geworden. Dat maakte ons blind voor de andere kant.”

Wie deze cultuur van boosheid wil doorbreken, moet aanvaarden dat ressentimenten vaak voortkomen uit gekwetste trots. Een exclusief verhaal voor Nederland bestaat niet meer, denkt Koenis. „Dat zou onherroepelijk over Europa gaan.” Maar wat politici eventueel wel kunnen bieden: „Respect voor mensen die niet bovenaan de ranglijst van de meritocratie staan. Herstel van hun eigenwaarde.”