De Zaak Kuifje in Congo

Hergé wilde met Kuifje in Afrika de Congolezen niet bewust beledigen, besliste de Belgische rechter. Maar deze rechtszaak draait volgens Ward Wijndelts om meer dan een stripalbum.

20070807 - BRUSSELS, BELGIUM : Illustration picture shows French and Dutch issues of 'Tintin au Congo' comic strip, Tuesday 07 August 2007, in Brussels. Congolese student Mondondo Bienvenu is filling a complaint before a Belgian court in order to stop the selling of the comics as it is considered as racist. BELGA PHOTO SEBASTIEN PIRLET BELGA/AFP

De verkoop van Kuifje in Afrika wordt niet verboden, oordeelde een rechtbank in Brussel afgelopen vrijdag. Bijna vijf jaar geleden had de Congolees Mbutu Mondondo Bienvenu een klacht over het stripalbum ingediend bij een Brusselse onderzoeksrechter. De student stelde dat het tweede album van Hergé racistisch is en een belediging voor alle Congolezen. De rechter zag dat anders: Hergé zou nooit de intentie hebben gehad om te discrimineren. De student maakte gisteren bekend in hoger beroep te gaan.

Wie ‘De Zaak Kuifje in Congo’ goed bekijkt, kan zich afvragen of hier, over het hoofd van Kuifjeschepper Georges Rémi (1907-1983), een grotere strijd wordt gevoerd over de verwerking van het koloniale verleden van België. Kuifje in Congo krijgt in ieder geval beduidend meer aandacht dan Kuifje in Amerika, waar de native Americans toch ook eendimensionaal worden neergezet.

Hergé tekende de strip tussen 1930 en 1931 voor een jeugdbijlage van de krant Le Vingtième Siècle. Uit een biografie die Pierre Assouline schreef over Hergé, blijkt dat de tekenaar werd beïnvloed door pater Norbert Wallez, de hoofdredacteur van die bijlage. Na Kuifjes avontuur in de Sovjet-Unie wilde Hergé zijn held naar de indianen sturen. Wallez wilde juist ‘koloniale roepingen’ doen ontstaan bij zijn lezertjes. De oekaze luidde: Kuifje gaat naar Congo.

De Belgen hebben Congo op paternalistische wijze bestuurd van 1908, toen ze het gebied overnamen van hun koning Leopold II, tot de onafhankelijkheid in 1960. Saillant detail: zowel in de koloniale tijd als daarna was Kuifje in Congo ongelofelijk populair in Congo en andere Franstalige Afrikaanse landen. Tegelijk waren er altijd mensen die wezen op racistische elementen.

Kuifje in Congo, het zwakste album in de reeks, kreeg een eenvoudige verhaallijn: Kuifje en Bobbie arriveren per schip (‘Jij dat grote boot zien, Sneeuwwitje? Die boot Kuifje en Bobbie meebrengen.’) om ter plaatse, bijgestaan door ‘boy’ Koko, te jagen op wild en een bende oplichters. De lokale bevolking wordt neergezet als bijgelovig, lui en dom. Een en ander kwam overeen met hoe de gemiddelde Belg toen dacht over de inwoners van Congo.

Als de Belgische rechter verkoop van het album had verboden, was er ongetwijfeld een storm van protest opgestoken. Censuur ligt gevoelig. Misschien dat de rechter die het hoger beroep behandelt eens moet kijken naar Groot-Brittannië. Daar is ervoor gekozen het album in de historische context te plaatsen, door een voorwoord toe te voegen: ‘In het beeld dat de nog jonge Hergé schetst van Belgisch Congo zie je de koloniale houding van die tijd terug. De tekenaar heeft zelf toegegeven dat hij de bewoners van Afrika afbeeldde volgens de contemporaine burgerlijke, paternalistische stereotypen, een interpretatie die de lezer van nu als beledigend kan ervaren.’ Het lijkt een galante oplossing waar Mondondo Bienvenu, heeft hij gezegd, vrede mee zou hebben. Maar de advocaat van uitgeverij Casterman, Alain Berenboom, denkt daar anders over: „Als een rechter ons daartoe verplicht, kan hij net zo goed een voorwoord eisen bij werken van Simenon, Agatha Christie en Charles Dickens, die antisemitische passages bevatten. Deze vorm van politieke correctheid leidt tot censuur, dat moet je niet willen.”