De agent doet wat de burger wil

In Rotterdam bepalen wijkbewoners zelf waar de politie haar uren aan besteedt. Dat vergroot het veiligheidsgevoel, zegt burgemeester Aboutaleb.

Wijkagent Aad van den Hoogen schudt zijn hoofd. „Sorry Sjaan, het is me niet gelukt.”

De wijkagent was op pad gestuurd met een taak. Bewoners uit de Rotterdamse wijk het Nieuwe Westen hadden geklaagd over hun plantenbakken. Na een hevige regenbui staan die onder water. Daar moest toch wel iets aan te doen zijn?

Van den Hoogen zou het oplossen door een paar gaatjes in de plantenbakken te boren.

„Maar die bakken zijn zó dik, joh”, zegt de wijkagent vanavond tegen de bewoners. „Als ik daar in ga boren, ben ik de hele week bezig.” Sjaan snapt het wel. „Geeft niet, Aad. Je hebt je best gedaan.”

In het Nieuwe Westen bepalen bewoners zelf waar de politie haar tijd aan besteedt. Tweehonderd politieuren mogen ze verdelen over problemen die zij belangrijk vinden. Een buurtcomité beslist maandelijks over de prioriteiten. Deze werkwijze heet ‘Buurt Bestuurt’ en wordt gebruikt in twintig Rotterdamse wijken. Burgemeester Aboutaleb wil het project dit jaar uitbreiden naar 37 wijken.

In een klein buurthonk in Rotterdam-West zit een bewonersclubje; tien man, aangevuld met buurtagent Van den Hoogen, stadswacht Karel Lusse en drie ambtenaren van de deelgemeente Delfshaven. Op tafel staat een schaal met cakejes.

De buurtagent meldt wat hij na de vorige bijeenkomst in december allemaal heeft ondernomen. „De dealer is opgepakt”, zegt hij. De buurt kampte met een oudere man die vanuit zijn woning drugs dealde. Op de vorige bijeenkomst van Buurt Bestuurt hadden bewoners over hem geklaagd. „Agenten in burger hebben gepost voor zijn woning. Er is voldoende bewijs gevonden voor een arrestatie”, vertelt de agent. Bewoners knikken tevreden. Het is inderdaad rustiger in de straat, zeggen ze.

Dan is stadswacht Karel Lusse aan de beurt. Hij heeft dubbelparkeerders op de bon geslingerd en iemand betrapt op het dumpen van afval.

„En hoe zit het met de duiven?” vraagt buurtbewoner Jeroen Bleijs. Een groep van zo’n vijftig duiven teistert de wijk al een tijdje. „Op het Tiedemanplein schijten ze alles onder”, zegt bewoonster Selma Verhoef.

Stadswacht Lusse weet waar het door komt. Islamitische wijkbewoners mogen van hun geloof geen eten weggooien en voeren het aan de duiven. Hele broden worden op straat gegooid. Moet wat aan gedaan worden, vinden de bewoners. Ze bestempelen de duivenoverlast tot een van de drie prioriteiten waar Stadstoezicht de komende weken mee aan de slag gaat. Lusse stemt in. Hij zal gaan ‘handhaven’: mensen op heterdaad betrappen bij het voeren van duiven.

Zoals ze het doen in deze wijk, zo ziet burgemeester Ahmed Aboutaleb van Rotterdam het graag: politieagenten die het gesprek met burgers aangaan. „Bewoners weten vaak het beste wat er mis is in een buurt”, stelt de burgemeester.

Het project is voor de politie ook een mogelijkheid successen over het voetlicht te brengen, zegt Aboutaleb. „Vaak weten bewoners niet wat de politie uitspookt. Ze klagen ergens over en horen daarna niets meer.” Dat komt volgens hem omdat politieagenten niet gewend zijn te rapporteren aan burgers. Daar brengt Buurt Bestuurt verandering in. „Dat past bij deze tijd waarin de honger naar informatie groot is. Door informatie te delen krijgen bewoners door dat de politie meer doet dan ze zien. ” In de nabijgelegen Pupillenbuurt bleek dat na invoering van Buurt Bestuurt het vertrouwen in de politie met 26 procent is toegenomen.

Criminoloog Tom de Leeuw van de Erasmus Universiteit is niettemin sceptisch over het project. „Het is maar zeer de vraag of de veiligheid hier echt door zal toenemen”, stelt De Leeuw. „Het is vaak hetzelfde clubje mensen dat op dit soort projecten afkomt. Alleen de mondige bewoners doen mee.”

De Leeuw vindt het „tekenend” dat bewoners uit het Nieuwe Westen duivenoverlast als prioriteit bestempelen. „Alsof er in een achterstandswijk geen grotere problemen spelen. Bewoners kunnen hoofdzaken en bijzaken moeilijk scheiden. De politie zou zich daar niet door moeten laten leiden.”

Maar de politie is bang om burgers tegen de schenen te schoppen, zegt De Leeuw. „De politie durft niet meer tegen bewoners te zeggen dat hun klachten niet zo erg zijn. Om de gunst van de burger te winnen, focussen ze zich op kleine, zichtbare dingen. Omdat ze daar wel grip op hebben.”

Aboutaleb ziet het probleem niet. „Het gaat om 200 uur voor de bewoners. Buiten die uren doet de politie natuurlijk nog veel meer.” En die kleine, zichtbare klachten zijn volgens Aboutaleb zeker niet onbelangrijk. „Laatst zat ik bij een bijeenkomst waar een bewoner klaagde over overlast in haar kelderruimte. Dan kun je zeggen: onbelangrijk, zoekt u het zelf maar uit. Maar in die kelders bleken zich criminelen op te houden. Zo heeft de politie een grote slag kunnen slaan. In het kleine leed schuilen vaak grote problemen.”