Bij nationale tennistoppers is na één set de pijp al leeg

Drie Nederlanders speelden en verloren gisteren in Ahoy. Ze lijken mentaal niet sterk en behalve Haase zijn ze niet serieus met hun sport bezig.

„Slap! Slap!”, brulde Thiemo de Bakker gisteren in Ahoy. Met een mislukte dropshot op setpoint had hij de eerste set door de vingers laten glippen. Tweede set dan maar? Zo werkt het niet. De Bakker zou geen game meer winnen.

„Verkeerde keuze”, zei hij over het te kort gespeelde balletje dat een totale inzinking inleidde. Dat het daarna niet meer liep was geen mentale kwestie. „Ik ben vanochtend op gestaan met een beetje griep”, verklaarde hij na de 7-6 en 6-0 in de eerste ronde van het ABN Amro-toernooi tegen de Serviër Viktor Troicki.

Ook Robin Haase verloor, van de voormalige wereldtopper Nikolai Davidenko (7-5 en 6-2). En de grillige Igor Sijsling, die grossierde in misplaatste dropshotjes, redde het niet tegen de Fin Jarkko Nieminen (6-1, 6-7 en 7-5). Zo is Jesse Huta Galung, die maandag wel won, de enige overgebleven Nederlander in Ahoy.

Vooral voor De Bakker, ooit veertigste van de wereld, valt te vrezen na zijn breuk met coach Ivica Ancic, met wie hij een klik had. Maar door zijn lage ATP-ranking (245) en minder inkomsten kon hij de Kroaat niet meer betalen. „Part of life”, vatte de 23-jarige De Bakker de onoverkomelijkheid samen. Het was al de vierde trainer in vier jaar met wie hij brak. „Altijd om legitieme redenen. Maar dat maakt het niet minder zuur.”

En dat terwijl er aan hem nog zo veel valt te sleutelen. „De Bakker zal een keer moeten opstaan en eerlijk zijn naar zichzelf en het publiek”, twitterde oud-prof John van Lottum, zijn voormalige trainer. De Bakker vertikte het om groente te eten. Dat is nu verleden tijd, maar het contrast tussen zijn preparatie en die van Roger Federer is zo groot als hun posities op de wereldranglijst. De nummer drie van de wereld, die vandaag in actie komt, heeft een begeleidingsteam van zes man, laat zich nu en dan afbeulen op een bootcamp en plant zijn schema maanden vooruit.

De Bakker moet constant tegen zichzelf zeggen dat hij voor de sport leeft. Hij weet nog niet waar hij dit voorjaar speelt. „Ik hoop dat ik nog bij Indian Wells binnenkom. Daarna? Geen idee. Heb jij geen schema voor me?”, grapte hij gisteren.

Davis-Cupcoach Jan Siemerink is mild. Dat rare dropshot van De Bakker op setpoint? „Je kan niet zeggen dat hij het niet had moeten doen. Maar het had hem niet moeten overkomen.” Bij De Bakker én bij Sijsling was de „pijp leeg” in hun laatste sets. Mag dat profs gebeuren in partijen om twee gewonnen sets? Siemerink: „Wat denk je?” Nee, dus.

Siemerink is in Rotterdam in de hoedanigheid van Davis-Cupcoach. Toch is hij meer begeleider dan hij zou willen zijn, want ook Sijsling heeft geen coach. „Igor heeft dat de voorbije maanden goed gedaan.” Toch baart de afhankelijke positie van de talenten, die zich moeten redden met de bondsfaciliteiten, Siemerink zorgen. „Ik ga het er volgende week met Rohan [Goetzke, technisch bondsdirecteur] zeker over hebben.”

Dat Sijsling geen vaste trainer heeft, zit ook in zijn karakter. „Ik heb liever niet iemand die de hele tijd op mijn lip zit”, zei hij gisteren tijdens de persconferentie. Wel overweegt hij een deeltijdcoach, samen met zijn dubbelpartner Thomas Schoorel. „Ik krijg hulp van de bond, het zou mooi zijn als ik soms met een coach van de bond kan werken.”

    • Bart Hinke