'Assad houdt het nog wel even'

De positie van de Syrische president Assad was afgelopen weken ernstig verzwakt. Maar toen Rusland en China vorige week verhinderden dat de VN zijn regime veroordeelden, kon hij zijn aanvallen weer opvoeren, zegt socioloog Jack Goldstone, specialist in revoluties.

Revoluties slagen alleen als aan een serie voorwaarden is voldaan. Zoals: het heersende bewind is vergaand en onherstelbaar onrechtvaardig, een ruime doorsnee van de bevolking heeft zich ertegen gemobiliseerd en internationale mogendheden weigeren te hulp te komen. Dat zegt de Amerikaanse socioloog en politieke wetenschapper Jack Goldstone.

Is de Syrische president Bashar al-Assad dus gedoemd te vallen?

Nog niet, meent Goldstone. „Hij kan nog wapens krijgen en de morele steun van Iran en Rusland hebben zijn positie versterkt. Zijn aanhangers zullen zich nu ook tweemaal bedenken voor ze hem in de steek laten.”

Goldstone, die zich heeft gespecialiseerd in revoluties en sociale bewegingen, was vorige week in Nederland en België voor een serie lezingen. Dat Rusland en China in de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties een veroordeling van Assads regime hebben geblokkeerd, heeft Damascus in de kaart gespeeld, zegt hij in een vraaggesprek in Den Haag.

Assad had de laatste weken het initiatief verloren. Zijn leger was de controle over sommige gebieden kwijt, zelfs in de voorsteden van Damascus was het onrustig. „Om het initiatief te herwinnen en zijn aanhangers ervan te overtuigen dat hij overeind bleef, lanceerde hij een groot tegenoffensief. Als de VN zich toen hadden uitgesproken, was dat een belangrijk obstakel voor hem geweest. Maar dat gebeurde niet, en ik geloof dat Assad zich daardoor aangemoedigd voelde om alle terughoudendheid te laten varen.”

Aan de andere kant: waarom is hij niet in staat met al dat geweld de opstand te onderdrukken?

„Het antwoord zit in de aard van dit regime. Een regime rond een individu of een familie houdt doorgaans de strijdkrachten verdeeld en zwak, zodat ze zijn macht niet kunnen bedreigen. In Syrië zijn de interne veiligheidsdiensten het voornaamste machtsinstrument. Het leger wordt voornamelijk gerekruteerd uit de sunnitische meerderheid, dus er is een grens hoeveel directe schade het bereid is de sunnitische bevolking toe te brengen. [Het regime is gegrondvest op de alawitische minderheid, CR]

„Zolang de protesten verspreid bleven, konden de veiligheidsdiensten de protesten isoleren. Maar als er brede oppositie is, of verzet in veel delen van het land, hebben de veiligheidsdiensten niet voldoende mankracht. In het leger zijn er maar een paar eenheden zo loyaal aan Assad dat ze hem in alles gehoorzamen. Zo’n regime heeft zelden voldoende eenheden tot zijn beschikking om een oppositiebeweging in het hele land te bedwingen en daarom vallen dergelijke regimes meestal zodra de protestbeweging een bepaalde drempel overschrijdt. Ik denk dat we op weg waren naar die drempel in Syrië, maar de externe steun heeft Assad in staat gesteld zijn troepen rond zich te verzamelen. Hij hoopt nu met zijn offensief tegen Homs zoveel schade aan te richten dat hij de oppositie elders in het land kan intimideren.”

Opstanden tegen een dictatuur hebben vaak een nieuwe dictatuur geproduceerd. Koerst Syrië daar ook op af als Assad uiteindelijk zou vallen?

„De revoluties van de laatste dertig jaar zijn anders dan de voorgaande revoluties. Die eerdere kwamen voort uit heel sterk ideologische programma’s, communistisch, fundamentalistisch, die regimes voortbrachten met een partijlijn. Maar de revoluties in de Filippijnen, Servië, Oekraïne, Georgië, en nu Tunesië, Egypte en zelfs Libië, zijn niet in gang gezet door een exclusieve, extreme ideologie, maar door verlangen naar vrijheid, waardigheid en een aanspreekbaar bewind.

„Dat betekent niet dat ze goede democratieën hebben voortgebracht. De resulterende democratieën zijn allemaal zwak en gevoelig voor autoritaire tendensen. Ook een nieuw regime in Syrië zal waarschijnlijk geen ideologisch gemotiveerde dictatuur zijn, maar meer iets dichter bij een gebrekkige democratie.”

Niet armoede maakt democratisch bestuur lastig, maar een erg jonge bevolking. Onderzoek heeft uitgewezen, zei Goldstone vorige week in een lezing in Brussel, dat een stabiele democratie kan ontstaan als de mediaanleeftijd 25 jaar of hoger is – de helft van de inwoners is jonger, de helft ouder. Als die leeftijd lager is, zijn er problemen met discipline en controle en werkt democratie niet. In Noord-Afrika ligt de mediaanleeftijd boven 25 jaar, maar in Syrië niet. Dat is het resultaat van een verbod op voorbehoedsmiddelen in de jaren zeventig. Pas de laatste jaren is het regime voorzichtig met geboorteplanning begonnen.

„Ik denk daarom dat het gevaar van voortgezet geweld en onveiligheid in Syrië ook na Assad erg substantieel is. De kans is groter dat stabiliteit komt van een autoritair sunnitisch bewind, dan van open democratie. Maar een autoritair regime dat tenminste de meerderheid vertegenwoordigt is beter dan een zeer onderdrukkend minderheidsbewind.”

In de Golfstaten zijn er geen hervormingen. Zijn ze resistent tegen revolutie?

„Er zijn wel degelijk hervormingen doorgevoerd. De Golf-vorsten zijn niet bezig democratische regeringen te creëren, maar ze veranderen de economische basis van de maatschappij, evenals de relatie tussen hun burgers en de buitenwereld. Dubai en Qatar zijn geen traditionele plaatsen waar alles bij hetzelfde is gebleven. Misschien geldt dat wel de binnenlandse politiek, maar verder is alles anders. Zolang de minderheid in deze landen die profiteert van staatsburgerschap en de rijkdommen goed beloond wordt en gelooft dat de monarchie in haar belang is, is er geen noodzaak voor opstand. In Bahrein ligt het anders. Daar had de shi’itische meerderheid niet het gevoel dat de koning in haar belang regeerde en dus voegde zij zich bij de opstand. In de andere landen hebben de burgers geen reden tot klagen. Voor buitenlandse werknemers is het een ander verhaal, maar die kunnen het land worden uitgezet.”

In Saoedi-Arabië is er onder de jeugd veel werkloosheid en ontevredenheid.

„In Noord-Afrika moesten de regeringen subsidies verminderen die de burgers in hun dagelijks leven raakten. Als de Saoedische regering daartoe gedwongen zou zijn, dan zouden haar dagen aan de macht ook zijn geteld. Maar het eerste antwoord van de monarchie was geld uit te delen. Ik denk dat de aspiraties van de Saoedische jeugd naar een grotere stem in de politiek zullen toenemen en dat er druk zal ontstaan op de monarchie om te hervormen.

„ Maar Saoedi-Arabiës grote voordeel is dat het ligt op goedkoop te winnen olie die tegen hoge prijzen kan worden verkocht. Dus als ze meer geld nodig hebben, kunnen ze het krijgen. Als de olieprijzen dalen, zoals het geval was vijf jaar geleden, dan zal de kracht van de monarchie om zich te verweren tegen rebellie ook verminderen. Als ze haar absolute macht en de uitsluiting van anderen tot het einde verdedigt, dan loopt ze gevaar alles te verliezen. Maar met geleidelijke concessies zullen de mensen heel lang geduld hebben.”

    • Carolien Roelants