2. Ze plegen veel misdrijven

Misdaadcijfers zijn ingewikkelde cijfers, onderhevig aan trends en vervuild door slordigheden. Veel slachtoffers doen geen aangifte; veel misdrijven hebben geen eenduidig slachtoffer. Maar wat is er wel? Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) registreert wie uit welk land van een bepaald misdrijf wordt verdacht.

Voor het gemak beperken we ons hier even tot Roemenen, Polen en Bulgaren. Wie de cijfers van het CBS bestudeert, ziet dat mensen uit deze landen oververtegenwoordigd zijn in de misdaadcijfers. In 2010 waren er 300 Bulgaren (22 op de 1.000) verdacht, 1.110 Polen (16 op de 1.000) en 200 Roemenen (15 op de 1.000). Het landelijke gemiddelde is 12 verdachten op 1.000 mensen. Geweldsmisdrijven komen niet veel vaker voor onder deze groepen, vermogensmisdrijven (zoals diefstal, fraude en heling) wel.

Het relatieve aantal verdachten (dus per duizend inwoners) van Bulgaren en Roemenen is de afgelopen tien jaar niet toegenomen, dat van Polen wel. Let wel, de CBS-cijfers zijn alleen van verdachten die zijn ingeschreven in de Gemeentelijke Basisadministratie. Het laat bezoekende bendes en mensen die een paar maanden in Nederland werken buiten beschouwing. Dat geeft wellicht een te rooskleurig beeld.

Wat weten we van de totale groep? Hoe groot die precies is, is onbekend. Wel weten we hoeveel verdachten uit Midden- en Oost-Europa komen. De politie registreert immers altijd het land van herkomst. Maar het CBS, het KLPD en het documentatiecentrum van het ministerie van Veiligheid en Justitie kunnen de cijfers op korte termijn niet leveren.

Criminele Oost-Europese bendes die een paar dagen naar Nederland komen, nemen waarschijnlijk een deel van de misdaad voor hun rekening. Hoogleraar criminologie Dina Siegel van de Universiteit Utrecht weet dat dit soort criminaliteit toeneemt. Maar hoeveel precies is nog onbekend, zegt ze.

Conclusie: In Nederland worden 12 op de 1.000 mensen verdacht van een misdrijf. Onder Bulgaren, Roemenen en Polen is dat – naar schatting – respectievelijk 22, 16 en 15 op de 1.000. Dat aandeel blijft redelijk stabiel. In absolute zin stijgt het aantal misdrijven door deze groepen, voornamelijk doordat de groepen groter worden.