1. Ze pakken banen af

Ronald van der Heiden (47) is schilder in Den Haag. Vroeger had hij een vaste klantenkring. Voor 42,50 euro per uur kwam hij langs. Nu is dat anders. Ronald doet sinds een paar jaar alleen nog maar instellingen en ministeries. Al zijn particuliere klanten zijn overgestapt op Polen, Bulgaren, Roemenen. Hij snapt wel waarom. Een schilder uit Oost-Europa verhuurt zich vanaf 22 euro per uur. Begrijp hem niet verkeerd: Oost-Europeanen mogen van hem best hier komen werken. Maar voor Nederlandse schilders is deze concurrentie „niet meer te behappen”, zegt hij.

Brancheorganisatie FOSAG maakt zich zorgen over de „verdringingseffecten” op de schildersmarkt. „Er is sprake van concurrentievervalsing”, vindt directeur Frank Rohof. „Oost-Europese werknemers vallen ook deels onder de cao, maar die bepalingen worden op grote schaal overtreden.” Het aantal schilders in Nederland daalde in 2010 met 15 procent.

Als het gaat om schilders en vrachtwagenchauffeurs, dan is er inderdaad sprake van enige verdringing, zegt socioloog Godfried Engbersen. Hij schreef vorig jaar mee aan het rapport Arbeidsmigratie in vieren, over de positie van Oost-Europeanen op de Nederlandse arbeidsmarkt. Maar in het algemeen, zegt hij, heeft Nederland „juist veel profijt van ze. Het gros is werkzaam in sectoren waarin Nederlanders niet willen werken. De land- en tuinbouw bestaat bij de gratie van Oost-Europeanen.”

Nederlandse bedrijven werven op grote schaal werknemers uit Oostbloklanden. Volgens het Poolse ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid werden in 2010 meer dan 40.000 Polen gerekruteerd door Nederlandse uitzendbureaus. Zij leveren een positieve bijdrage aan de economie en geven hier geld uit.

Engbersen vreest dat Nederland met alle negatieve aandacht voor Oost-Europeanen „in eigen voet schiet”. Sinds 1 mei vorig jaar kunnen Polen ook zonder beperkingen werken in hun buurland Duitsland. „Als we niet oppassen, zijn we die arbeiders straks kwijt. Dat zou pas echt rampzalig zijn voor de economie.”

Conclusie: In bepaalde sectoren is inderdaad sprake van verdringing op de arbeidsmarkt; andere sectoren bestaan juist bij de gratie van Midden- en Oost-Europeanen.